2015-28_02_Beurs (Medium)Weg met de euro-theologen

Dat er ooit in één van de zwakkere eurolanden een referendum zou gehouden dat eigenlijk neerkomt op een keuze voor of tegen de euro, stond in de sterren geschreven. En dat een meerderheid in dat zwakke land – Griekenland dus – de Europese instellingen een neus zou zetten, is evenmin verwonderlijk. Het grote probleem van de Europese muntunie is dat een aantal voorstanders denken dat de eurozone een moreel superieur project is. Terwijl een eengemaakte munt enkel het gevolg mag zijn van een praktisch samenwerkingsverband tussen gelijkaardige economieën.

Laten we duidelijk zijn: de precaire economische toestand waarin de Griekse economie zich bevindt, is een direct gevolg van het wanbeleid van achtereenvolgende Helleense regeringen. De problemen zijn de voorbije weken uitgebreid in de pers aangekaart: een gebrek aan industriële ruggengraat, een niet-competitieve economie, corruptie en vriendjespolitiek. En natuurlijk een extreemlinkse regering onder leiding van Syriza die totaal onbetrouwbaar is.

Maar wat al te vaak onder de mat wordt geveegd, is de manier waarop Griekenland vijftien jaar geleden tot de eurozone is toegetreden. Het kan niet voldoende herhaald worden wat Didier Reynders, huidig Belgisch minister van Buitenlandse Zaken, daarover gezegd heeft: dat men eigenlijk pertinent wist dat de Griekse rekeningen niet klopten en dat de toetreding tot de eurozone dus een risico inhield. Maar de toetreding van Griekenland moest gebeuren omdat dat land geopolitiek – deel van de Balkan – van cruciaal belang is.

Dat is de erfzonde van de Europese muntunie: landen worden in de club opgenomen om zuiver (geo)politieke redenen. Ook al waren ze er niet klaar voor en zijn ze er vijftien jaar later nog altijd niet klaar voor. Meer nog, er werden zelfs ethische argumenten aangevoerd. Lid zijn van de Europese muntunie is moreel superieur, want dan hoort men tot de meest ontwikkelde economieën ter wereld. En het moest de Europese verbondenheid tonen. Ook voor Griekenland, dat zich op alle vlakken aan de periferie van de EU bevindt. Verschillende euro-theologen hebben dat de voorbije jaren verkondigd.

Onzin natuurlijk. Weg met die euro-theologen, zouden we moeten zeggen. Vraag is of ze in Brussel lessen zullen trekken uit het Griekse referendum. Want jarenlang heeft men de essentie verwaarloosd, namelijk dat een muntunie – en dat geldt ook voor de eurozone – een economische belangengemeenschap is. En die kan enkel tot stand komen tussen landen die economisch sterk op elkaar lijken. Zo is een muntunie tussen Duitsland en de Beneluxlanden uit economisch opzicht zeer logisch. De economieën lijken op elkaar en het welvaartsniveau tussen de landen loopt niet te veel uiteen. Dan is vrij verkeer van goederen en kapitaal mogelijk. En eigenlijk ook vrij verkeer van werknemers. Maar zelfs dat is tussen de dicht op elkaar aansluitende delen van de muntunie zeer moeilijk te realiseren. In de muntunie die de Verenigde Staten is, lukt dat wel omdat daar iedereen dezelfde taal spreekt. Wanneer het in een bepaalde regio van die muntunie slecht gaat, verhuizen de mensen gewoon naar welvarender gebieden. In de Europese muntunie is dat niet het geval.

Meerdere economen hebben jarenlang gewaarschuwd dat de eurozone eigenlijk als los zand aaneen hing of zou hangen. Al in 1997, nog voor de eurozone een feit was, waarschuwde de Amerikaanse econoom Milton Friedman: “Een monetaire unie in het huidige Europa is waanzin. Onafhankelijke staten die samen de geldpers moeten beheersen, dat is vragen om ontwrichtingen die uiteindelijk leiden tot inflatie. Voor een goed functionerende monetaire unie heb je trouwens van tevoren een echte politieke unie nodig, en ook voldoende flexibele arbeidsmarkten. In Europa heb je tegenwoordig zeker geen politieke unie en zeker ook onvoldoende flexibele arbeidsmarkten. Je kunt het vergeten om in die omstandigheden met enige kans op succes een monetaire unie van duurzame aard in het leven te roepen. Ik durf te voorspellen dat de Europese monetaire unie serieus in de problemen komt bij de eerste ernstige recessie die zich voordoet. Het kan lange tijd duren, maar we weten allemaal dat die eerste recessie er zeker zal komen.” Dat is dus wat er na de financiële crisis met Griekenland is gebeurd en wat nu een hoogtepunt bereikt. Of is het een dieptepunt?

Het erge is dat de euro-theologen nooit naar die waarschuwingen geluisterd hebben. De lijst is niet exhaustief, maar al deze heren dragen een grote verantwoordelijkheid: Jacques Delors, Helmut Kohl, Jacques Chirac, Romano Prodi, José Manuel Barrosso, Herman van Rompuy, Guy Verhofstadt, Karel de Gucht… De geschiedenis is streng aan het oordelen.

Angélique Vanderstraeten