Uit de smalle beursstraat

Zoek de werkgever-staatsman

In het verleden waren er tal van werkgevers of ‘patroons’ die het algemeen belang vooropstelden en niet enkel oog hadden voor het eigen snelle gewin. Aan zo’n ondernemers ontbreekt het te vaak in Vlaanderen anno 2015.

De voorbije weken kwamen twee Vlaamse topondernemers in het nieuws. Eerst was het wieler- en voetbalmecenas Marc Coucke, die een wielerprogramma op de VRT verstoorde door er een ‘polonaise’ op gang te trekken. De reacties op de sociale media waren niet mals: boertig, aandachttrekkerij, onbeschoft. Coucke wordt gerespecteerd voor zijn succes met Omega Pharma, maar van een topondernemer wordt verwacht dat hij zich niet gedraagt als een overjaarse puber. En wel dat hij zich in het maatschappelijke debat mengt. Dat was met Coucke even het geval, toen bleek dat hij bij de verkoop van Omega Pharma aan het Amerikaanse Perrigo geen belastingen moest betalen op de meerwaarde die hij uit die verkoop haalt. België kent namelijk geen meerwaardebelasting op aandelen. Coucke repliceerde dat hij met zijn winst liever investeerde in groeibedrijven dan het geld in de bodemloze put van de Belgische schatkist te dumpen. Een rake en terechte opmerking. Het was echter zeldzaam dat Coucke zich in het sociaaleconomische debat ging mengen.

Anders was het vroeger, met een topondernemer die vorige week in het nieuws kwam. André Leysen, “captain of industry” overleed op 11 juli, op 88-jarige leeftijd. De voormalige topman van Agfa Gevaert en ex-voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) kreeg veel lof toegezwaaid in de in memoriams. Immers, Leysen woog als ondernemer op het maatschappelijke debat. In de jaren tachtig keek hij met een vergrootglas naar het herstelbeleid die de ‘rooms-blauwe’ regeringen-Martens doorvoerden. Leysen was pleitbezorger van een liberaal beleid naar Duits model. Het ordo-liberalisme, minder radicaal dan het Angelsaksische van Reagan en Thatcher. Een economische visie die vandaag bij onze oosterburen zeer populair is.

De inzichten en de meningen van een man als André Leysen ontbreken vandaag. Met Michèle Sioen zit een bekwame onderneemster op de voorzittersstoel van het VBO, maar de patronale organisatie denkt eerst aan de eigen sectoren en bedrijven, en pas daarna aan het welzijn van alle burgers.

In regeringskringen is meer en meer te horen dat de werkgevers het particuliere belang boven het algemeen belang stellen. Dat blijkt uit het debat rond de tax shift of belastingverschuiving, die nu al maanden aanhoudt. De regering-Michel toetst tal van opties af, met de patronale organisaties, maar daar merken ze weinig flexibiliteit. Werkgevers willen nieuwe loonkostverlagingen op arbeid. Er is sprake van 2,7 miljard euro extra. Maar wanneer de fiscale compensaties ter sprake komen, geven de werkgevers niet thuis. Hogere milieubelastingen zouden slecht zijn voor bepaalde meer vervuilende sectoren, zoals de chemische industrie. Uitzonderingsregimes, zoals lage fiscale lasten voor onderzoekers, mogen van de farmaceutische industrie niet worden afgeschaft. En de horeca vindt dat ze met de witte kassa al voldoende gestraft is.

Werkgeversorganisaties blijven zweren bij lobbyfiscaliteit en geven de regering weinig ruimte. Waar is de werkgever-staatsman die taboes wil doorbreken? De zoektocht ernaar lijkt hopeloos. In werkgeverskringen is meer en meer te horen dat men beter alles bij het oude laat. Ze zeggen het niet zo, want anders worden een aantal ‘privileges’ misschien aangepakt.

Zoals de voor hen zeer royale bedrijfssubsidies. Die bedragen in België 2,3 procent van het bbp, of meer dan 9 miljard euro. Het Europese gemiddelde ligt op 0,8 procent van het bbp. In die bedrijfssubsidies zitten weliswaar middelen voor overheidsbedrijven als de NMBS en loonsubsidies voor dienstenchequewerknemers, maar voor de rest zijn het middelen die meteen naar de klassieke privébedrijven gaan. Het zijn vooral lastenverlagingen voor ondernemingen, zoals de vermindering van de bedrijfsvoorheffing. Maar tegelijk is het een mix van maatregelen, die veel weg heef van een doolhof. Maar de subsidies niet afschaffen en ze vervangen door een lineaire loonkostverlaging? Schaf ze af en je zit met je overheidsbeslag meteen onder 50 procent. Maar bij monde van de werkgeversorganisaties willen de bedrijfsleiders die kleine voordelen blijkbaar niet zomaar afstaan.

Wat een verschil met André Leysen, die ooit zei dat hij nooit bedrijfssubsidies wou aanvaarden. Die zijn er, volgens hem, niet om ondernemingen te helpen, wel om politici een machtspositie te bezorgen.

Angélique Vanderstraeten


Tags assigned to this article:
2015-30Beurs

Related Articles

“Het Activisme”, het oorlogskind der Vlaamse Beweging… (Lodewijk Dosfel)

In december 1916 bestaat het Activisme reeds bijna twee jaar. Als verschijnsel: de actieve Vlaamse Beweging in het bezette gebied

Actuele kunstcollectie in Brusselse “duivelshoek”

Walter Vanhaerents, ex-bouwondernemer uit Torhout, verzamelt sinds een dertigtal jaren schilderijen, sculpturen en installaties van kunstenaars die, naar zijn aanvoelen,

Vertrouwd maar nooit vervelend

Ik weet het, lieve lezers! Wekelijks verwacht u van mij een rapportage over de zegeningen van de multikul, over de