2015-32_01_Hoofdartikel (Medium)«Onze straten zijn niet geplaveid met goud,» schreven de Franse minister Bernard Cazeneuve en zijn Britse collega Theresa May dit weekend in The Telegraph. Aanleiding was de precaire situatie in Calais, waar iedere nacht honderden Afrikanen hun leven riskeren om de trein te nemen naar Groot-Brittannië. De ministers voegden eraan toe: «Velen zien Europa en vooral Groot-Brittannië als een plek die financiële voorspoed biedt. Dit is niet zo.»

Maar kunnen we het de Afrikanen echt kwalijk nemen dat ze met een heel andere indruk zitten? Al decennia geeft zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk ettelijke miljarden aan ontwikkelingshulp weg, zonder dat het ook maar het minste verschil maakt. Landen waar men het zich kan veroorloven het geld zo door deuren en ramen buiten te smijten, daar kan het inderdaad niet slecht om te leven zijn.

In Calais regeert de leugen. Onze media voeren er een propagandaoorlog, waarbij ze ons willen doen geloven dat de Franse en de Britse politie er buitenmatig streng optreden tegen arme asielzoekers, die alleen maar proberen te ontsnappen aan oorlog en politieke vervolging in hun thuisland. Niets is minder waar.

“Geïmproviseerd vluchtelingenkamp”

Ten eerste vielen we bijna van onze stoel bij de beelden van een «geïmproviseerd vluchtelingenkamp» in de buurt van Calais. Vluchtelingen verblijven er weken of zelfs maanden om er te herstellen van opgelopen kwetsuren tijdens pogingen om op een vrachtwagen of een trein richting Engeland te springen. Wekenlang. Maandenlang. Kan duidelijker aangetoond worden dat de politie en de politiek maar wat laten betijen in Calais? Een veel lakser beleid kunnen we ons amper inbeelden.

Het valt op dat de politie op de televisiebeelden uit Calais amper te zien is. Verschijnen ze toch eens, dan nog het vaakst als figuranten die er maar wat bij staan te kijken, en heel af en toe ingrijpen om enkele vluchtelingen van de terreinen van Eurotunnel te verdrijven. Niet één arrestatie hebben we kunnen opmerken op het vele beeldmateriaal. Zelfs wildplassers in Gent worden strenger aangepakt dan vluchtelingen die vrachtwagens beschadigen of de terreinen van Eurotunnel vandaliseren.

Plantrekkers en gelukzoekers

Ten tweede, en dit is natuurlijk een zeer ongemakkelijke waarheid voor de asiellobby: wie in zijn land van herkomst werkelijk moet vrezen voor vervolging of oorlog, die heeft geen enkele reden om in Calais zijn leven te riskeren om de trein van Frankrijk naar Groot-Brittannië te nemen. Zo iemand is allang blij als hij in Frankrijk asiel kan krijgen. Het ligt er dan ook vingerdik op dat de vluchtelingen in Calais vrijwel uitsluitend gelukzoekers en plantrekkers zijn. Hun profiel – zonder uitzondering jonge mannen – sterkt dat vermoeden alleen maar. Het smoesje dat ze naar Groot-Brittannië willen omdat ze uit een Engelstalig land komen, houdt trouwens geen steek.

Ook de bedragen die telkens weer vermeld worden om zelfs nog maar tot aan de Middellandse Zee te raken, tonen aan dat er aan het verhaal van de vele asielorganisaties iets niet klopt. Vaak gaat het om vele duizenden euro’s. Zelfs voor de gemiddelde Europeaan is dat al een serieus bedrag, ook als de hele familie (gezinshereniging!) mee spaart. Het fabeltje dat zelfs als het niet om politieke vluchtelingen gaat, het toch maar allemaal arme sukkelaars zijn, gaat gewoon niet op. Wie in Afrika vele duizenden euro’s bij mekaar kan sparen, is geen arme sukkelaar. De échte arme sukkelaars raken niet eens hun eigen land uit.

Waarom komen ze?

Waarom komen ze dan toch naar hier? Dat is een goede vraag, na al die decennia van massale ontwikkelingshulp. In 2014 gaf België bijna 2,4 miljard dollar aan ontwikkelingshulp uit. Het Verenigd Koninkrijk gaf bijna twintig miljard ontwikkelingshulp weg, Duitsland meer dan zestien miljard, en Frankrijk meer dan tien miljard.

«Veel te weinig!», roepen vrijwel alle ontwikkelingsorganisaties in koor. Alleen Zweden, Luxemburg, Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk (op het randje) halen de VN-doelstelling om 0,7 procent van het bnp aan officiële ontwikkelingshulp te besteden. België zit daar met slechts 0,45 procent ver onder, maar doet beter dan Frankrijk dat met slechts 0,36 procent zelfs dubbel zoveel zou moeten geven.

Negatieve correlatie

Welke resultaten staan er tegenover die aanhoudende stroom van miljarden dollars richting het Zuiden? Vrijwel niets. In sommige landen hielp de ontwikkelingshulp de meest corrupte regimes overeind te houden. Die regimes hoefden dankzij de ontwikkelingshulp immers geen middelen te besteden aan gezondheidszorg of onderwijs, en konden zich concentreren op zelfverrijking en de aankoop van wapens.

Maar zelfs in landen die niet geplaagd worden door corrupte regimes blijkt ontwikkelingshulp geen zoden aan de dijk te zetten. Of correcter: lijkt het er sterk op dat de ontwikkelingshulp als voornaamste effect heeft dat het elke vorm van vooruitgang tegenhoudt. In het beste geval is er geen enkele correlatie tussen de hoeveelheid ontwikkelingshulp die een land krijgt, en de performantie van de lokale economie. In het slechtste geval is de correlatie zelfs negatief. Aan de lezer om een link te leggen naar de solidariteitsmechanismen in een bepaald West-Europees land…

Laat ze hun plan trekken

Wat werkt dan wel? Een stabiel juridisch en politiek klimaat, dat ondernemerschap aanmoedigt. Goede handelsovereenkomsten, zodat het geld niet als manna uit de hemel hoeft te vallen, maar verdiend kan worden door eerlijke arbeid. Dat is de manier waarmee we Afrika echt vooruit kunnen helpen. Daar zit wel een paternalistisch geurtje aan, maar het collectivistische sfeertje waarin ontwikkelingsorganisaties blijven handelen en het gedweep met socialistische experimenten brengt alleen maar meer miserie. Bovendien is het feitelijk een stuk betuttelender en paternalistischer dan wat wij voorstellen.

Laat ze in Afrika dus maar hun plan trekken, maar dan wel in de positieve betekenis van de uitdrukking. Help hen zelf vooruitgang te boeken, in plaats van met het handje open te zitten. Dat betekent ook dat de plantrekkers die naar hier komen resoluut teruggestuurd dienen te worden. Trouwens, alles wijst erop dat precies zij de beste krachten zijn om aan de toekomst van hun eigenlijk land te werken.

Dat alles vergt natuurlijk een radicale ommekeer van de westerse immigratie- en asielpolitiek. En dat zowat het hele onzalige heir van de asiel- en ontwikkelingsindustrie op de dop gezet wordt. Zij hebben de afgelopen decennia dan ook afdoende hun onkunde kunnen aantonen. Afrika verdient beter.

‘t Pallieterke