IJssalons

In het centrum van Amsterdam is sinds vijf jaar het aantal zaken dat wafels, pannenkoeken en vooral ijs verkoopt, verdubbeld. Daarom stellen meer en meer Amsterdammers de vraag: “Wie koopt toch al dat ijs?”

9 miljoen

Zoals in iedere Noord-Europese stad, is het historisch en toeristisch centrum van Amsterdam is niet zo groot. Daar is het  Damrak, dat van het station naar de Dam loopt en uitmondt in Nederlands grootste gruwelcentrum: de Kalverstraat. Die tegenhanger van Meir en Nieuwsstraat is alleen smaller. Het parallelle Rokin is wat ruimer. En dan zijn er de bekende grachten, vooral de Herengracht. Typisch is dat de Heren in Amsterdam voorrang hebben op de verder gelegen Keizers en Prinsen, die ook hun gracht bezitten. In die zes of zeven straten zijn nu al zestig ijssalons. Die heten Ice and Waffles, Paradiso del Gelato, Yo-tella, Ice Bakery (een keten van zeven), enzovoort. Nu is Amsterdam al een hele tijd flink veranderd (verloederd, denk ik dan). Winkels die echt bij de buurt hoorden, uitgebaat door authentieke Amsterdammers die er ook woonden, verdwijnen almaar sneller. Vijfentwintig jaar geleden kon ik er een hele dag op stap gaan van platenwinkel naar boekenwinkel, van het Spui naar de Rozengracht, en natuurlijk vergat ik nooit de Kerkstraat, waar Kees Kousemaker met “Lambiek” de eerste stripwinkel van Europa bezat. Maar geleidelijk wijzigde het beeld. De oude eigenaars stopten, of kregen “an offer they couldn’t refuse”. Overal verschenen afschuwelijke shoarmatenten, massagesalons en natuurlijk coffeeshops ofte drugsholen, plus lelijke souvenirwinkeltjes voor de horden toeristen die dankzij goedkope vluchten als een wolk horzels neerstortten in de stad. Jaarlijks zijn er nu al 9 miljoen. De gemeente raamt dat daar minstens 2,5 randdebielen bij zijn die voor de drugs komen, maar die ook nog wat geld besteden aan andere dingen.

De keerklepregeling

In 2008 zouden we eens zien wat we zouden zien. Gedaan met al die rommel, want de operatie ‘keerklepregeling’ begon (Amsterdammers zijn geniaal in het verzinnen van namen voor politieke maatregelen). Als een massagesalon sloot, mocht daar geen andere hoerentent openen. Tussen zeggen en doen, is er soms een groot verschil in de republiek Amsterdam. Er kwamen inderdaad geen nieuwe massagesalons, maar wel kaaswinkels en ijssalons. Vooral veel ijssalons. Dus stelt men vandaag de vraag: wie eet toch al dat ijs? Er zijn nogal veel maanden in het jaar dat een mens, zelfs een homo turisticus, niet naar ijs verlangt. Zelfs in de zomer is het niet altijd ijsjesweer. (Ik schrijf dit stukje nadat ik hoofdschuddend een fietstocht in Leiden heb gemaakt en overal de enorme gevolgen van de zomerstorm zag liggen.) Hoe kan men nu zoveel ijs verkopen dat er een huur van 25.000 euro per maand betaald wordt. U leest het goed: vijfentwintigduizend. Die zaak staat dan wel op het Damrak, maar zelfs dan.

Drugsgeld witten

En het antwoord dat eindelijk aangekaart wordt, ligt een beetje voor de hand. Zou het niet kunnen dat al die recent geopende ijssalons gewoon een dekmantel zijn om drugsgeld wit te wassen? Die 2,5 miljoen drugstoeristen, plus nog een miljoentje bezoekers voor de vele dance-evenementen, geven toch het grootste deel van hun geld uit in een grijs en zwart circuit, door criminelen geleid. Een vereniging voor jeugdbescherming schreef onlangs een brief naar de stadskrant Het Parool, waarbij ze deze taboevraag stelde. Ze kreeg bijval van de ondernemersvereniging, die alles met lede ogen bekijkt en die rare verhalen hoort over de grote geldstromen in die ijsbranche. Groot protest natuurlijk van een paar ijsboeren, die met de dooddoener kwamen dat er misschien één of hoogstens twee rotte appelen in de branche zijn, maar al die andere zaken zijn bonafide ondernemingen, of wat dacht u? De ondernemersvereniging pleit nu weer voor een nieuwe ‘keerklepregeling’. De gemeente zal er eens over nadenken. Misschien moet de oude richtlijn ‘ijsverkoop’ maar eens op de schop. IJsverkopers zijn sedert 2009 officieel geen horecazakenlui en ze kunnen dus panden gebruiken die feitelijk bestemd zijn voor boekhandels of kledingwinkels. Eén ding is zeker. Als de ijssalons verdwijnen, verschijnen andere zaken waarbij iedereen de vraag stelt: “Hoe betalen die toch hun huur?” En als u naar Amsterdam gaat en een ijsje koopt, stel u dan even de vraag: “Wie heeft daar nou baat  bij?”

Willem de Prater