2015-32_02_Eric - Griekse koe (Medium)Schizofreen wordt men er van. Schizofreen is trouwens een Grieks woord, zoals overigens de meeste technische en medische termen. Schizofreen: geest-gespleten. Die Grieken: van de ene kant knap, hogelijk begaafd, wellicht te begaafd. We gebruiken tegenwoordig termen als rechtvaardig en onrechtvaardig, gelijk en ongelijk, maar Moeder Natuur heeft daar geen oren naar. Ook niet, onder meer, wat grondstoffen aangaat. Van de regio Katanga in Centraal-Afrika maakt zij een schatkamer, maar andere streken zijn zeer berooid. Bij families hetzelfde: één telg is met alles weg, de rest strompelt mee. Idem voor volkeren. Het ene volk munt uit, andere volkeren voelen zich lekker in de schaduw.

Die Grieken toch… Ik heb op mijn tafel een kanjer van een boek liggen: ‘Le savoir Grec’ (1.248 bladzijden, Flammarion, 2011 Paris), geschreven door dozijnen specialisten over alle aspecten van het Griekse denken en weten: politiek, historiografie, filosofie, grammatica, mathematica en geografie (allemaal Griekse termen). Een tsunami van ordenend en geordend denken, ruw geschat vanaf de vijfde eeuw vóór Christus tot eeuwen daarna – Plotinos in de derde eeuw na Christus.

Taal

Vanwaar dat gouden tijdperk? Wie zal het zeggen? Hoogstwaarschijnlijk heeft het te maken met hun taal. Taal, dat goddelijke instrument. Het is niet zo dat wij eerst denken en pas daarna dit denken neergieten in een taal die klaar en af ligt te wachten. Zo werkt het niet, noch in ons hoofd, noch in onze mond. Ons denken en voelen krijgt voortdurend inhoud en vorm vanuit de taal, die diep in ons gemoed (liever gemoederen: altijd samen) ligt te rijpen (of te verpieteren). Daarom is taalstrijd (maar ook taalcultuur, cf. een wijngaard) zo wezenlijk. Grieks is wonderlijk: rijk, genuanceerd (alleen al hun partikels!), groot vermogen tot abstractie, maar tegelijk hogelijk concreet en kleurrijk. Woorden bijna als blaadjes, die dartel het ruisen van de wind (cf. evangelist Johannes 3, 8: Spiritus ubi vult spirat, de geest waait waar hij wil) gestalte geven.

Vreemd, en toch logisch bijna, dat het leeuwenaandeel van onze basistermen, zowel in exacte als in humane wetenschappen, opgebouwd is uit Griekse stammen: van democratie en dictatuur, van cybernetica, microscopie en nanometrie tot astronomie, eigenlijk van alfa tot omega.

Toch zit er aan die Griekse brillance een donkere zijde. Ongeëvenaard is de wijsheid die uitgaat van het trio Socrates, Plato en Aristoteles. Volgens Bertrand Russell komt de hele westerse wijsbegeerte neer op een aantal voetnoten bij Plato. Maar even ongeëvenaard was het geraffineerde vermogen van de Helleense sofisten, die elke mening, hoe vreemd ook, om wisten te buigen tot waarheid. Waarheden worden als verhandelbare producten. Wellicht ook tegen betaling.

Speels

Grieken stichtten weliswaar de democratie (± 5e eeuw vóór), maar aan hun politiek denken zit iets grimmigs. Lees de Peloponnesische Oorlog van Thucydides (grootste geschiedschrijver uit de oudheid, beter nog dan Tacitus). Beleef met hem de ondergang van Athene in de riskante, arrogante vloot- en veldtocht om Syracuse. Wat een overmoed. En wat een wreedheid, met de Delisch-Attische Zeebond (een soort NAVO) tegen het kleine, onwillige eiland Melos (denk aan Cuba). Ze zijn de stichters van democratie (Tsipras zegt dat terecht), maar, zoals bij ieder, verzuurt en verstrakt in hun handen macht tot dwingelandij.

Er ligt hier een tweede boek op tafel, ‘Les Grecs à toutes les époques’ (436 bladzijden), in 1870 uitgegeven (E. Dentu, Libraire-éditeur, libraire de la Société des gens de lettres, Palais Royal, Galerie d’Orléans, 17 et 19, Paris). De auteur gaf zijn naam niet prijs, maar tekende als ‘un ancien diplomate en Orient’. Terloops, in 1869 openden de Fransen (de Lesseps) het Suezkanaal.

Een dijk van een boek, goed gedocumenteerd, gegrond in teksten van zowel Griekse als vreemde auteurs, fel gedragen door een bijna ziekelijke voorkeur voor het harde, correcte en militaire genie van Rome. Er worden (te) korte metten gemaakt met het Griekse fenomeen: Grieken zijn speels, tot het onbetrouwbare toe.

Uitmuntend, aldus de auteur, zijn die Grieken geweest in drie ‘kunstjes’: hoogmoed, leugen en genotzucht (orgueil, mensonge et luxurie, o.c., p. 2). Dan volgt een verklaring voor het ‘succes’ van Griekenland in de Europese traditie: zoals een moeder zich hartstochtelijk bindt aan een moeilijk, afwijkend kind, zo koestert Europa Hellas.

Een boeiende geschiedenis, die Griekse: omstreeks 150 vóór Christus worden de Grieken uitgeschakeld door de pletwals Rome. Militair betekenen zij niets meer, maar cultureel gaat hun offensief zijn gang. Gaandeweg gaat wat in Rome meetelt Grieks spreken (of neemt Griekse slaven in huis om de kinderen behoorlijk op te voeden). Te zwaar om hier te vertellen: maar als de republiek (res publica, de Romeinse versie van de Griekse democratie) in de eerste eeuw vóór Christus ten onder gaat in Rome aan ‘kolonels’, die de macht grijpen, komt men (ten slotte Augustus na Caesar, ons woord keizer komt daar vandaan) tot een nieuwe politieke ‘orde’, het keizerrijk, vooral geïnspireerd door Cleopatra in Egypte, grootse afstammelinge van Alexander de Grote, zelf leerling van Plato. Allemaal hebben ze daar gezeten, de Romeinse groten (Caesar, Pompeius, Antonius).

Byzantijnse hegemonie

Dik vijftig jaar geleden gaf professor Van ‘t Dack daar in Leuven gedegen colleges over, jammer genoeg vaak op maandagochtend om acht uur. Stout om te zeggen: wat sommige studenten fysica in de colleges van de grote Lemaître moeten geproefd hebben, heb ik ervaren bij Van ‘t Dack: de onmetelijke invloed van Griekenland op het politieke denken in Europa, eerst langs de democratie, daarna langs het keizerrijk, in het Westen tot de vijfde eeuw, in Byzantium (Constantinopel, alias Istanbul, een cruciale stad in Europa tot 1453, na de jammerlijke, zwarte val van de stad in de greep van de islam).

Het is in die lange Byzantijnse hegemonie dat Griekenland blijft hangen, Grieks natuurlijk, zeer verschillend van het Frankische en Gallische Westen, bovendien in een orthodox christendom, onderscheiden van en vijandig zelfs tegenover het westerse christendom, dat, hoewel ook niet zo democratisch, minder hiëratisch denkt en leeft dan het Byzantijnse Oosten. In dat donkere jaar 1453 valt Constantinopel en komt Griekenland onder islamitische heerschappij. Voor bijna vier eeuwen. In die lange periode worden de Grieken, gebukt onder maar levend in een totalitaire, islamitische kerk-staatheerschappij, zeker niet opgevoed tot democratie, waarvan zij beweren ooit de grondvesters geweest te zijn. Hoewel weerstandig, worden de Grieken in die tijd gaandeweg meer islamo-gebalkaniseerd.

Turkije

In het begin van de negentiende eeuw wordt Turkije de zieke man van Europa en kan het Griekenland niet meer in zijn greep houden. Na een vrijheidsstrijd (de Grieken zijn vechters en uitgesproken orthodox-christelijk gebleven) waarin Europeanen (onder meer Byron) gaan meevechten, wordt Griekenland een koninkrijkje met vacante koningszetel.

Net gelijktijdig komen twee neo-staatjes vrij, satelliet-lilliputters eigenlijk: de Belgen verlost (of anti-orangistisch los) van de Nederlanders, de Grieken bevrijd van de Turken. Leopold van Saksen Coburg, oom van de grote Victoria en rondhangend in haar machtskring, kan kiezen tussen Athene en Brussel. Hij kiest voor een zeilboot naar De Panne. Zo worden er twee kwakkelende staatjes geboren, amechtig op zoek naar hun identiteit. Van het Belgische verhaal is ons meer dan genoeg, en vooral meer dan gewenst, bekend. En, hoewel bevrijd van de Turken, zijn de fiere Grieken sterk gebalkaniseerd. Overigens, de islam blijft in de Balkan een belangrijke rol spelen.

Twee feiten blijven mij zeer bij, niet uit boeken, maar uit eigen herinnering. In 1945 (ik was toen 16) stuurde Churchill nog vlug een destroyer en wat troepen naar Griekenland, om te verhinderen dat daar een volksrepubliek à la Tito zou tot stand komen. En bij een vroege Kongovlucht in 1954, herinner ik mij op de tarmac van de Atheense luchthaven dozijnen straaljagers van de USAF van nabij gezien te hebben. Je kon zelfs de Lucky Strikes van de Amerikaanse piloten snuiven in de prille, Attische ochtendlucht. Het Westen moest beveiligd worden. Zoals vroeger trouwens tegen de Perzen.

Als rasechte Griek is de begaafde Tsipras erin geslaagd met de onenigheid van Hellas heel Europa te besmetten. Van achter de gesloten deuren van het Kremlin waaien er soms vreemde luchtjes.

Jacques Claes