Nieuw hoofdstuk van dubbelzinnigheid

Misschien zag het er heel even naar uit dat de Turkse politiek ten aanzien van Syrië en IS een stevige bocht zou nemen, maar feiten temperen het optimisme. Dat er ‘iets’ moest gebeuren, stond vast, alleen heeft Ankara het niet zozeer over de strijd tegen IS dan wel tegen het “terrorisme”, begrijp: de PKK en aanverwanten. Aan de dubbelzinnigheid van de voorbije jaren is geen einde gekomen. Hoogstens wordt er een extra hoofdstuk aan gebreid.

“Eindelijk”, zuchtten de deskundigen, zij het met enige aarzeling, “de Turken nemen dan toch de handschoen op in de strijd tegen IS.” Een aanslag werd gepleegd, met tientallen doden, en dat volstond ruimschoots voor Ankara om de Rubicon over te steken. Dat dit op een plek gebeurde waar die rivier een bijzondere kronkeling maakt, is een andere vaststelling, maar laten we niet verdwalen in het metaforische. Misschien zit de werkelijkheid iets minder pavloviaans in mekaar?

De Turkse – of moeten we zeggen Osmaanse – positie was al een tijdje onhoudbaar geworden. De dubbelzinnigheid ten aanzien van IS begon het land behoorlijke reputatieschade te bezorgen. Het was algemeen geweten dat voor strijdlustige moslims de weg naar Syrië via Turkije liep, met een grens die nog het best met een zeef kon worden vergeleken. En wie gewond raakte, kon met wat geluk in een Turks ziekenhuis behandeld worden. Voor alle duidelijkheid: het betreft sites aan de Turkse kant van de grens, bestemd voor IS-strijders. Om het helemaal sappig te maken, bleek ook nog eens een dochter van sterke man Erdogan in één van die instellingen te werken. Men stelde ook vast dat het ronselen door IS in Turkije steeds grotere proporties aanneemt. Nu kan men de Turken geen gebrek aan cynisch pragmatisme verwijten, maar alles heeft zijn grenzen. En dan zijn er de Koerden. De gebeurtenissen van de voorbije jaren hebben duidelijk gemaakt dat de Koerdisch-Amerikaanse banden bijzonder nauw zijn geworden. Het is een objectieve vaststelling dat de Koerdische troepen op het terrein zowat de enige factor zijn waarop werkelijk gerekend kan worden. Het Westen zorgt voor de luchtsteun, veelal de Amerikanen, terwijl de Koerden de klus op de grond klaren. Het is een toenadering die Erdogan en co met lede ogen aanzien.

NAVO-Verdrag

Actie was dus nodig. Jammer genoeg betekende die koerswijziging niet het einde van de ambiguïteit. Eén en ander ging gepaard met trommelgeroffel. Turkije riep de NAVO samen, weliswaar op basis van artikel 4, dat elke lidstaat de mogelijkheid verschaft overleg te vragen omwille van een specifieke zorgwekkende situatie. Experts wijzen erop dat Ankara door de aanslagen in Suruc ook artikel 5 had kunnen inroepen, de hoeksteen van het Verdrag. Samengevat: de essentie is dat een aanval op een NAVO-lidstaat door alle andere leden beschouwd wordt als een aanval op hun eigen grondgebied. Eens dit gebeurt, wordt het hele apparaat geactiveerd. Onmiddellijk gevolg is dan ook meer duidelijkheid. Binnen de NAVO weet elk lid wat er gebeurt en wie precies wat doet. Het is echter net dat wat de Turken willen vermijden. Trouwens, slechts één keer in de geschiedenis van de Alliantie werd artikel 5 ingeroepen. Door de VS dan nog, onmiddellijk na de aanslagen van 11 september 2001.

Koerden viseren

Wat aan het Turkse optreden opvalt, is dat de voorbije weken vooral Koerdische doelen geviseerd werden. Ze kregen het zover dat een veiligheidszone tot stand komt, net in een gebied dat onder Koerdische controle staat. Binnen de eigen grenzen werden razzia’s gehouden, en ook hier: vooral Koerden, al dan niet met (vermeende) banden met de PKK, gingen de nor in. Ankara heeft het dan ook niet zozeer over de strijd tegen IS, wel over die tegen “terrorisme”, een huis met vele kamers. Er was een plek waar luchtsteun meer dan gewenst was, alleen waren het Koerdische troepen die verwikkeld waren in gevechten met IS. Laat ze het zelf maar oplossen, dachten de Turken, en de bommen vielen meer naar het Westen. “We hebben drie jaar van ambiguïteit gekend”, merkte een diplomaat op. “Dit kan heus niet op één week worden weggegomd.”

Dat in een mum van tijd de relaties met de Koerdische gemeenschap verslechterden, is, gelet op het voorgaande, niet verwonderlijk. Ook binnenlandse motieven spelen. De AKP van Erdogan is haar absolute meerderheid kwijt. Coalitiegesprekken zijn aan de gang, maar schijnen niet te vlotten, wat betekent dat nieuwe verkiezingen steeds waarschijnlijker worden. Profileren dringt zich op. Met een nationalistisch programma, stevig inhakkend op de Koerden dus.

m.