Huis van Alijn

De Gentse Feesten zitten erop. Voor de duizenden feestneuzen en sfeersnuivers is het weeral goed geweest. De Feesten zou men als een soort kermis kunnen bestempelen, maar dan van een ongezien formaat qua verscheidenheid en toeloop. Het is een wat eigenaardig massa-evenement, waar het platvloerse en het avant-gardistische elkaar soms op een erg merkwaardige manier schijnen aan te vullen. Hoe dan ook, de Vlaamse bezoeker voelt aan dat dit hele gebeuren wortelt in een typisch Vlaamse traditie. Het is trouwens een traditie die reeds veel langer meegaat dan de uit hun voegen gebarsten Feesten. Luidde de benaming van de eerste editie van het Gentse volksfeest in 1843 immers niet “Algemene Kermis”?

De kermis is traditioneel de wijdingsdag van de lokale patroonheilige. Eeuwenlang evolueerde dit feest van de dorpsgemeenschap of de stadswijk tot wat ze vandaag is, een kleurrijk, zoeterig geurend en lawaaierig wondertje. Het Gentse museum voor volkscultuur Huis van Alijn presenteert momenteel een onderhoudende fotoreeks die de foor van weleer uit de vergetelheid haalt.

Gloeilamp

We nemen een start eind negentiende eeuw. Kermis was toen nog iets bijzonders, waar jong en oud wekenlang naar uitkeken. Wat nu banaal lijkt, was toen sensationeel. De eerste gloeilamp en tal van andere technologische hoogstandjes ontdekte Jan met de pet op zijn dorpskermis. Centraal stonden de fotobarakken waarin men zich naar believen kon laten fotograferen met het parmantige smoelwerk gewrongen in een bordkartonnen plaat waarop een auto, een vliegtuig of een hilarisch tafereeltje stond afgebeeld. De gezichten van de deelnemers kregen, allicht tot hun eigen jolijt achteraf, een bepaalde plaats in het lollige decor.

De Tir Photo of het fotoschietkraam uit de jaren twintig van vorige eeuw zorgde voor een revolutie. Het principe was eenvoudig: wie raak schoot, werd automatisch gefotografeerd. De jolige meute kon zich nu zelf portretteren op de foor, tenminste, zij die konden mikken met een loop die vaak zo krom was als een skischans. De schietgrage expobezoeker kan het zelf eens proberen, zij het met een eigentijdse artistieke interpretatie van het succesnummer uit de goede oude tijd. De fletse polaroid kunt u zelfs mee naar huis nemen om met trots op te bergen in de beduimelde koekendoos waarin men soortgelijke kiekjes van reeds lang overleden familieleden pleegt te bewaren.

Draaimolen

Met de democratisering van het lichtdrukmaal na de oorlog kreeg de kermis steeds meer en meer fotografen van alle slag over de vloer. Het eigen fototoestel zorgde voor een zekere autonomie. De kleinzoon in een feeëriek verlichte draaimolen, een koppeltje in een bont gevlamde botsauto, of bompa die met zijn snuit in een pak druipende smoutebollen duikt, werden stereotiepe kermisplaatjes. Doch, de aanblik van die beelden zal bij menigeen een nostalgische snaar raken. Hetzelfde kan men zeggen van de kermisfoto’s van de Gentse kunstfotograaf Michiel de Vijver. Op het eerste zicht lijken ze weinig wereldschokkends te openbaren. Maar bij nader toezien tonen ze stuk voor stuk hoe esthetisch het alledaagse soms kan zijn. Wie er zich voor openstelt, zal het vinden, zelfs midden het gedruis van een doordeweekse dorpskermis.

“Terug naar de kermis” is te bezoeken tot 13 september in het Huis van Alijn, Kraalei 65, Gent. De webstek van het museum biedt de mogelijkheid om vanuit de luie zetel reeds in het rijke beeldarchief over het dagelijkse leven in de 20ste eeuw te snuffelen.

Tom