De “europezigheid” der Europeanen

Eindelijk. Het heeft lang geduurd maar eindelijk heeft een toporgaan van “Europa”, de Europese Centrale Bank, volgens De Standaard (30 juli), erkend dat de euro een mislukking is, iets waar zovelen van ons van het begin af hebben voor gewaarschuwd. De Grieks-Europese crisis heeft nu ook de Europese Bank geleerd dat de euro niet kon werken. Tussen Duitsland en Frankrijk misschien, met grote moeite, met de Benelux erbij, ook goed, maar dan zijn de initiatiefnemers van de euro begonnen om er allerlei landen bij te nemen, eerst eiste Frankrijk het opnemen in de euro van Italië, enz., tot aan Griekenland toe, en vervolgens moest haast heel Europa erbij … om de positie van Duitsland te versterken.

Dat was geen monetaire unie meer, maar een louter op politieke gronden ter verdediging van politieke belangen samengestelde, zeg maar tegennatuurlijke en grotendeels verrassend los van de economische werkelijkheid tot stand gekomen eenheidsmunt. De Europese Centrale Bank erkent nu dat de euro hoegenaamd geen welvaart heeft gebracht, maar de economische tegenstellingen in Europa heeft op de spits gedreven. Ook de vrede in Europa werd door de euro niet bevorderd, maar het tegendeel ervan. Dat zegt de Centrale Bank, maar dat zegt terloops ook iemand als de Antwerpse bedrijfsleider Fernand Huts. In Knack (29 juli) laat hij optekenen dat de crisis van de euro wel eens tot oorlog zou kunnen leiden, “omdat het hele machtsevenwicht verstoord is. Door de Grieks-Europese crisis en haar afloop is, aldus Huts “de as Duitsland-Frankrijk verbroken. De Duitsers krijgen het almaar meer voor het zeggen. Zuid-Europa is aan het afbrokkelen”. En begon het daar in 1914 ook niet mee?

Italië volgt Griekenland

Het is opmerkelijk dat wijze lieden, met een ervaren achtergrond, dit nu beginnen te zeggen. De crisis heeft diep ingegrepen. Jan Zielonka, een Pool die politicologie doceert in Oxford, betoogt (in Elsevier, 25 juli) dat de lotsverbondenheid die tot voor kort kenmerkend was voor de landen van “Europa”, verdwenen is, ze is “ondermijnd door het project dat die lotsverbondenheid institutionaliseert, de Europese Unie, en dan vooral door de eenheidsmunt, de euro”. Kijk eens, vertelt Zielonka, Spanje had tien jaar geleden 12 procent werkloosheid, ongeveer zoveel als Duitsland. Nu is dat in Spanje 25 procent, in Duitsland 5 procent. Het is een redenering die door verscheidene economen wordt gemaakt in alle landen ter wereld: door de euro zijn de rijken rijker geworden, en de arme landen relatief armer, want Italië gaat stilaan de weg van Griekenland op.

Vooral de kloof die is ontstaan tussen Frankrijk en Duitsland is verontrustend. Dat zegt niet alleen Fernand Huts maar schrijft ook Le Monde (28 juli): het wantrouwen (in Parijs) ten overstaan van Duitsland is zonder voorgaande (in de recente geschiedenis, zeker sedert het gezamenlijk opbouwen van Europa begon).

Men ziet in de Duitse houding tegenover Griekenland een heropflakkering van het Duitse nationalisme. In menig artikel (bijvoorbeeld een essay in The Times Literary Supplement, 3 juli) wordt de “harde” houding van Duitsland in de Grieks-Europese crisis uitgelegd als de juiste verwoording van de hedendaagse Duitse buitenlandse politiek. Er wordt dan verwezen naar de Duitse protesten tegen het afluisteren door de Verenigde Staten van de politieke telefoongesprekken van kanselier Merkel terwijl dat afluisteren in Amerika wordt gezien als routinewerk. Bij het ontstaan van West-Duitsland zag Duitsland geen ander heil dan opgenomen te worden in het Westerse kamp. Dat was de zgn. Westbindung, die de eerste kanselier, Adenauer, het verslagen volk oplegde en in 1955 culmineerde in het Duitse lidmaatschap van de NAVO. Dit kreeg een aanvulling in 1969 met de door kanselier Willy Brandt ontworpen Ostpolitik, tezamen met de Westbindung leidend tot een eigensoortig Duits internationaal neutralisme. In 2003 weigerde Duitsland deel te nemen aan de Amerikaans-Brits-Franse oorlog tegen Afghanistan en Irak, al zond het wel “vredestroepen” naar Afghanistan. Eenmaal herenigd onder kanselier Kohl werd deze tendens tot neutraliteit versterkt. Duitsland participeerde niet aan de omverwerping van het regime in Libië, nam geen deel aan de Amerikaanse “oorlog tegen terreur”, onderhield op momenten betere relaties met China (waar Merkel stipt één keer ‘s jaars op bezoek gaat) dan met Amerika en distantieerde zich van de Amerikaans-Europese inmenging in Oekraïne. Samen met de Franse president Hollande ondernam Merkel een relatief (niet helemaal) geslaagde vredesmissie in Kiev en Moskou. Tenslotte werd de recente crisis aangegrepen om van het Europese beleid inzake Griekenland en de euro, tot ergernis van Frankrijk, een Duitse zaak te maken.

Hoe lang sinds Auschwitz?

Voor de meeste Duitsers ligt de Tweede Wereldoorlog achter de rug. Uit de recentste peiling van de Bertselsmann Stiftung blijkt dat 81 procent van hen vindt dat het huidige Duitsland niets meer te maken heeft met de jodenvervolging, en 58 procent wil er graag definitief en voor altijd een streep onder zetten (NRC Handelsblad, 31 januari), maar kijk: de elite leeft nog enigszins in het verleden, of houdt dat verleden actueel, want “het huidige Duitsland is gebouwd op de ruïne van Auschwitz” schrijft een van haar bladen, de Frankfurter Allgemeine Zeitung (cit. volgens NRC, id.).

Intussen is de animo voor “Europa” tot een nieuwe diepte gezonken. Zelfs Europees Commissie-voorzitter Juncker erkent dat er tussen de Europeanen geen vriendschap meer bestaat maar wel wat hij noemt “désamour” (in Le Soir, 22 juli), maar tegelijkertijd kijkt men wel naar Duitsland op, en naar geen ander. Maar “er is iets geknakt” (NRC Handelsblad, 20 juli). Men heeft Griekenland niet aan de deur gezet, maar waarom niet? Omdat de Duitse minister van Financiën Schäuble, die er voorstander van was, moest toegeven aan Merkel, geen blijvend conflict wilde riskeren met Frankrijk, en wist dat Amerika erop aandrong Griekenland binnen “Europa” te houden, zodat het niet afgleed naar het Oosten, en omdat iedereen dacht aan de verkiezingen in Duitsland en Frankrijk (2017) en in Polen en Spanje (dit jaar).

De “europezigheid”

Tot slot een curiosum. Terwijl ik dit aan het schrijven was, doorbladerde ik het jongste “Jaarboek Joris van Severen”, dit jaar al de negentiende aflevering, met zoals altijd een indrukwekkende verzameling interessante artikelen. Dit jaar ondermeer een “onderzoek naar de Europese gedachte bij het Verdinaso” door Tom Cobbaert. Veel heeft de onderzoeker niet bovengehaald. De stelling van Luc Delafortrie vond kennelijk algemene bijval; Delafortrie wilde samenwerking of integratie beperkt houden tot de drie landen van de latere Benelux. Omdat de kleinere staten hun belangen zouden moeten opofferen aan die van de grotere staten moesten voor Delafortrie de plannen voor een Europese eenheid in het Verdinaso steeds een hartstochtelijk tegenstander vinden. Sommigen vonden een Europese economische samenwerking wel aanvaardbaar, vooral tijdens de bezetting, toen maarschalk Goering ervoor gepleit had.

En nu die anekdote. Eind 1939 verscheen in Hier Dinaso een “anti-Europees” stuk waarin duchtig de spot werd gedreven met de “europezigheid” van de eurofielen (Jaarboek 2015, blz 48). Wat hadden die Verdinaso’s een talent voor polemiek! En ze hadden, wat Europa betreft, nog gelijk ook: alleen de Benelux hoort samen.

MARK GRAMMENS