Venezia (2)

Historische perceptie staat soms haaks op de realiteit zoals de mensen die indertijd ervaarden. De geschiedenis van Venetië is een schoolvoorbeeld, want daar wordt voortdurend en onterecht altijd over de neergang na 1500 van de Serenissima gesproken.

Middeleeuwen achterlijk?

Venetië is de koningin van de Middellandse Zee en van de Europese handel tussen pakweg 1000 en 1500. Dat is het Venetië van de San Marco, van het Dogenpaleis (het grootste seculiere gotische gebouw ter wereld), van de campanile op het San Marcoplein. Als u er bewonderend rondloopt, denk dan even aan dat domme cliché van politici en journalisten: “We zijn niet meer in de middeleeuwen.” Het San Marcoplein dateert uit die zogenaamde achterlijke tijden, en ik betwijfel sterk of men binnen zeshonderd jaar met open mond kijkt naar de nieuwe gerechtshoven van Gent of Antwerpen. Venetië telt in die tijd bijna 200.000 inwoners en is de grootste stad van Europa na Parijs. De stad kampt geregeld met overstromingen en epidemieën, waarbij soms een kwart van de bewoners sterft. De Republiek is rijk dankzij haar grote handels- en oorlogsvloot, vooral galeien (met roeiers) die wendbaarder zijn in een zee zonder getijden. De geschiedenis van de stad is honderden jaren lang één aaneenschakeling van oorlogen. Eerst met het in verval rakende Oost-Romeinse Rijk, dat in 1204 de genadeslag krijgt van de lagunenstad, al duurt het nog tweehonderdvijftig jaar voor het tot Constantinopel herleide rijk definitief verdwijnt. Venetië houdt aan die oorlogen de Dalmatische kust (Kroatië, Montenegro, Albanië) over, en later de Peloponnesos, Kreta en Cyprus, die allemaal door de Turken zullen worden veroverd. Corfu blijft echter Venetiaans tot de laatste dag van de Republiek. Overal in die regio’s vind je nog altijd de gebeeldhouwde leeuw van San Marco terug. Maar de rijkdom van de “Serenissima” trekt letterlijk en figuurlijk kapers aan, zoals de Noord-Afrikaanse zeerovers, dikwijls christelijke kapiteins die zich ter wille van het smeer tot de islam bekeren. Gevaarlijker voor Venetië zijn de twee Italiaanse doodsvijanden, Pisa en Genua. Vooral met de Genuezen voert de Serenissima voortdurend zeeoorlogen, waarbij dan eens de ene en dan weer de andere de bovenhand heeft. Venetië heeft één zwak punt: afhankelijkheid van het vasteland voor zijn graan, want de oude Romeinse graanschuren Sicilië en Egypte functioneren niet meer. Er is maar één oplossing: delen van het vasteland veroveren, met als bijkomend voordeel dat de Venetianen ook de rivieren in handen krijgen langs waar ze hun uit het Oosten geïmporteerde goederen naar het Noorden kunnen zenden. De Venetiaanse “terra firma” breidt zich met veel geweld uit tot Padua, Vicenza, Verona, Bergamo en Brescia, al krijgen de steden meestal zelfbestuur. Daarmee komt Venetië in de modderige Italiaanse politiek terecht, dus volgen er botsingen met de Fransen, de Castillianen en de Duitsers, die allemaal via ingewikkelde dynastieke banden een stuk Italië opeisen of veroveren. Venetië blijft de enige seculiere Italiaanse staat in Italiaanse handen.

Armer, maar gelukkiger

In 1499 volgt de klap waar Venetië zich theoretisch nooit meer van herstelt. De Venetianen realiseren zich dat veel vlugger dan de rest van de wereld. Zij bezitten een bijzonder sterk diplomatenkorps, plus een uitgebreid spionagenetwerk in heel Europa. Het bestuur van de Republiek krijgt als één van de eersten de jobstijding dat Vasco da Gama Indië bereikt heeft, via de Kaap en de Indische Oceaan. De Venetianen hopen nog even dat de gevaren van de nieuwe route zullen afschrikken, omdat maar zes van de dertien schepen van Vasco da Gama terugkeren, maar die illusie verdwijnt vlug. De Venetiaanse goederen worden met dure en overal belaste karavanen uit Indië en China aangevoerd en kunnen onmogelijk concurreren met de prijzen die de Portugezen en later de Castillianen, Hollanders, Zeeuwen en Engelsen vragen, want die worden niet gehinderd door al die tussenstations. De wet van de remmende voorsprong speelt op. De West-Europeanen zijn niet gehinderd door eeuwenoude scheepsbouwtechnieken en construeren vlug grotere en efficiëntere zeilschepen die tegen de wind kunnen varen en geen roeiers nodig hebben. De Venetianen verliezen hun afzetmarkten en de inkomsten uit landbouwactiviteiten op het vasteland worden belangrijker.

Dat is één kant van het verhaal. Dat oude imperium heeft een aantal prachtige gebouwen opgeleverd, maar de meeste Venetianen wonen nog in houten huisjes. De huidige toeristenval, met zijn palazzi, zijn galerijen en zijn piazzi, wordt echter grotendeels in de jaren van het zogenaamde verval gebouwd. Vreemde neergang, als een stad tezelfdertijd kunstenaars voortbrengt als Titiaan, Veronese en later Canaletto. De Europese rol van Venetië is uitgespeeld, maar voelen de Venetianen zich daar ongelukkig bij? De Serenissima leeft bijna de hele achttiende eeuw in vrede met iedereen, dankzij ongeëvenaarde diplomaten en het feit dat de grote mogendheden elkaar geen stuk van de Republiek gunnen. De stad heeft de hoogste levensstandaard van het schiereiland. Venetië bezit zeven operaschouwburgen en viert het verplicht gemaskerde carnaval met gusto. Geleidelijk bezoekt de hele Europese aristocratie Venetië in het kader van haar “Grand Tour”. De toeristenindustrie is er honderden jaren oud. Niets wijst erop dat Venetië tot de ondergang gedoemd is, tot een leger agressieve plunderaars onder leiding van de schurk Bonaparte de Republiek vermoordt, in 1797. Achter de schermen gooit de laatste hertog van Brabant, die ooit nog de eed aflegde in Brussel, het op een akkoordje met de Corsicaan. Keizer Frans II van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie ruilt graag zijn Nederlanden, waar hij toch maar weinig te vertellen heeft, tegen het grootste deel van de Republiek, want dat grenst aan zijn eigen territoria. Na wat heen en weer geschuif tussen Frankrijk en Oostenrijk wordt Venetië definitief een deel van het Habsburgse Rijk, tot het in 1866 naar Italië gaat.

Franse leugens

De Franse rovers zijn verantwoordelijk voor de legende dat Venetië bestuurd wordt door tirannen en sluipmoordenaars (er zit geen enkele politieke tegenstander in de gevangenis wanneer de Fransen arriveren). Zodra de stad in de middeleeuwen enige status krijgt, wordt het vroegere min of meer democratische bestuur uitgehold ten voordele van de aristocratie. Maar dan wel met veel ‘checks and balances’. Het staatshoofd, de doge, wordt via een ingewikkelde procedure door 41 mannen verkozen en hij is bijna altijd ouder dan zeventig; men wil geen jonge avonturier. Zelfs dan wordt hij nog op alle mogelijke manieren gecontroleerd. De Venetiaanse adel telt ongeveer 2.000 mannen en heeft in de Grote Raad het laatste woord. Iedere generatie verdwijnen families en komen er nieuwkomers bij, al zijn er 40 families die de topfuncties verdelen. Vooral de Raad van Tien, die zich met de politieke veiligheid bezighoudt, heeft een slechte naam. Bekend is de Bocca del leone, de gebeeldhouwde leeuwenmuil waar men klachten kan instoppen. Maar anonieme brieven worden niet aanvaard. De Raad van Tien beschikt over een leger spionnen, maar de raadsleden mogen slechts één jaar zetelen. De voorzitters worden zelfs om de drie maand vervangen, om willekeur te vermijden. Edelen mogen hun wapenschilden niet op hun muren laten schilderen om zich te onderscheiden. De persvrijheid is er groter dan in Europa, met uitzondering van de Republiek der Verenigde Provinciën. Kortom, zolang de Serenissima bestaat, is dat, alle verhoudingen in acht genomen, de minst tirannieke staat van Europa.

Jan Neckers