Van buste tot Brexit

“Een Verenigd Koninkrijk als onderdeel van de EU verschaft ons meer zekerheid rond de sterkte van de trans-Atlantische relaties (…) Voor ons is het belangrijk dat het VK die invloed binnen de EU kan blijven uitoefenen.” Meer woorden had de Amerikaanse president Obama niet nodig om Britse eurosceptische kringen te laten opveren. Op zich speelt hij een grijsgedraaide plaat af. In het verleden maakte Washington immers al een paar keer duidelijk waar het de VS om gaat. Groot-Brittannië mag dan al een bevoorrechte partner zijn, een belangrijk deel van de meerwaarde voor de VS is dat Groot-Brittannië precies deel uitmaakt van de EU-club. Charles de Gaulle verzette met zich met hand en tand tegen een Britse toetreding tot ‘Europa’. Ermee instemmen, zo vond de grondlegger van de Franse Vijfde Republiek, betekende toelaten dat de Amerikanen een voet tussen de Europese deur konden steken. Zijn anglofobie werd veelal gevoed door emotie, maar tot op zekere hoogte had hij een punt. Impliciet bevestigd door Obama.

Amerikaanse Unie

“Waarom richt Obama geen Unie op met Mexico, Cuba, Brazilië en nog wat landen?”, klonk het in Tory-middens. “Dat zou de grens tussen de VS en Mexico doen vervagen, Cuba krijgt plots Amerikaans belastinggeld in de vorm van steun toegeworpen en Brazilië kan wetten doordrukken die de Amerikanen hoegenaamd niet willen.” Het meest aangehaalde argument was dat de soevereiniteit bij de Britten zelf ligt. Daar moeten de belangrijke knopen worden doorgehakt, niet in een Brussels bureaucratisch cenakel. Wat, hoe en wanneer is een zuiver Britse beslissing, waar geen buitenlands staatshoofd zich moet in mengen. “Tweehonderd jaar geleden trokken de Amerikanen ten strijde omwille van wetten die hen ongewild opgelegd werden”, liet een eurosceptische backbencher optekenen. “Tegen het feit dat wij onze eigen wetten in ons parlement willen laten goed- of afkeuren, heeft hij maar weinig argumenten.”

En toch. De legitimiteit van de Britten om te oordelen of hun toekomst binnen of buiten de EU ligt, is één zaak. Het doet geen afbreuk aan de appreciatie van een eventueel vertrek, een Brexit dus. De gedachten zijn vrij en iedereen mag er zijn mening over ventileren. Uit een onderzoek dat de Duitse tak van de Council on Foreign Relations vorig jaar uitvoerde, bleek dat heel wat landen negatief staan tegen een scenario waarin de Britten de Europese deur achter zich toe trekken. De VS natuurlijk, maar ook landen als Canada, Nieuw-Zeeland, Japan en noem maar op. Een Brexit zou sowieso de trans-Atlantische relaties stevig door elkaar schudden, klonk het vrijwel unisono. Per slot van rekening zijn de EU en Noord-Amerika de belangrijkste geïntegreerde handelsblokken ter wereld. Zelfs zonder het Verenigd Koninkrijk zouden de Amerikaanse belangen in Europa onverminderd blijven bestaan. Hamvraag is echter: welke rol is voor de Britten in dit Amerikaans-Europese verhaal weggelegd? Kan Londen zich de rol toe-eigenen van go-between, met een reële meerwaarde? Of komen de Britten tussen hamer en aanbeeld terecht?

Mau Mau-opstand

De emotie kan nooit helemaal weggecijferd worden. Dat de Britse reacties op Obama’s recentste opmerkingen zo scherp waren, heeft te maken met iets dat menig Brit al jaren een doorn in het oog is: een aversie van de 44ste Amerikaanse president ten opzichte van de Britten. Eén en ander zou te maken hebben met de belevenissen van zijn Keniaanse vader. Die werd in zijn geboorteland in de jaren vijftig van vorige eeuw, toen de Mau Mau-opstand in alle hevigheid woedde, door de Britten opgesloten. De man werd hard aangepakt, gemarteld – enkele jaren geleden verschenen meer details over de beproevingen waaraan men hem toen onderworpen heeft -, en die ervaring zou ook bij zoon Barack sporen hebben nagelaten. Nu kan men eindeloos redetwisten over de mate waarin dat familiale verleden weegt op de Amerikaanse houding ten opzichte van Groot-Brittannië, maar er zijn bepaalde objectieve feiten die niet miskend kunnen worden.

Sinds Obama in 2009 aan de macht kwam, vonden een aantal incidenten plaats die de Britten stuk voor stuk als een onvervalste kaakslag hebben ervaren. Een aantal keren hebben Obama en toenmalig buitenlandminister Clinton zich eerder pro-Argentijns geuit in het Falklands-dossier. De Argentijnse term Malvinas werd gebruikt, en er werd gepleit voor een soeverein statuut; dat soort zaken. Een ander netelig dossier: de begrafenis van Margaret Thatcher. Een povere Amerikaanse delegatie maakte haar opwachting op de plechtigheid. Enkele oudgedienden als George Schultz en James Baker waren aanwezig, maar dat waren officieuze aanwezigheden. Enkel de waarnemende Amerikaanse ambassadeur was officieel aanwezig. Om dat even in een diplomatieke context te plaatsen: een soortgelijke afvaardiging, voor zover die naam waardig, was op de uitvaartplechtigheid van… Hugo Chavez. Er was enkele jaren geleden ook het “buste-incident”. Vlak na de aanslagen van 11 september 2001 kreeg de Amerikaanse president Bush van toenmalig premier Tony Blair een buste van Churchill cadeau; een geschenk met onmiskenbaar een symbolische betekenis. Het ding stond in het Oval Office, maar dat zinde Obama niet. Eerder dan het ergens in de kelder weg te stoppen, werd de buste ingepakt en naar de Britse ambassade gestuurd. L’homme c’est le style

Thatcham