Briefje aan Paul van den Meerssche

Rookinspecteur

Mijnheer de smoorderspakker,

Ik begin met klare taal, zoals men dat van mij gewoon is. Roken is ongezond. Roken kan tot ernstige ziekten en zelfs tot de dood leiden. Rokers moeten daarover gesensibiliseerd worden. Ziezo, ik heb gezegd wat ik meen en ik geloof dat gij het daarmee eens zult zijn. Maar…

Het rookverbod in cafés en restaurants geldt sinds 2011. Sindsdien is er in die etablissementen daarover nog altijd veel discussie, ambras en rebellie. In die mate zelfs dat uw diensten – want gij zijt de big boss van de inspectiedienst van de FOD (federale overheidsdienst) Volksgezondheid – dezer dagen vaststellen dat nog steeds en maar liefst één op zes cafés flagrant hun voeten vegen aan dat rookverbod. De Vlaming houdt immers niet van al die bemoeizucht van de overheid. ‘Ze’ zitten al genoeg in zijn zakken. Dat ze hem voor de rest gerust laten. Dat is de bodem-logica bij Jan met de pet.

Roken hoort nu eenmaal tot onze cultuur en – terechte – ontradingen lopen maar heel langzaam. Niet zo lang geleden mocht er letterlijk overal gerookt worden. In principe zou er maar één systeem tot een algeheel bannen van het roken kunnen leiden en dat is het afschaffen van de verkoop van rookwaren. Roken verboden, dus. Maar daar wringt precies het schoentje bij onze bestuurders. Enerzijds verkondigen zij hartstochtelijk en op basis van ronkende studies dat roken ongezond is en dat het bijgevolg in cafés, restaurants en andere openbare gelegenheden moet gebannen worden, maar anderzijds heffen zij maar al te graag forse belastingen op rookwaren. Doet men dat om roken te ontraden? Geenszins! Het gaat de overheid alleen om de poen, de opbrengst. Men hanteert een dubbele moraal: men culpabiliseert de rokers maar tegelijk zegt men dat zij niet moeten stoppen met roken, alleen dat zij dat niet meer overal mogen doen. Wat een hypocrisie! Ofwel verbiedt men het over heel de lijn – met alle gevolgen van dien voor de staatskas – ofwel is men soepel tegenover degenen die het niet afgeleerd krijgen. Overigens, is het u al opgevallen hoeveel jonge mensen er roken? Verbaast het u dat gij, samen met ons, moet vaststellen dat er veel tolerantie bestaat tegenover cannabisbezit? Ik herhaal: zonder absoluut verbod, geen deftige regeling. Eens te meer pleit ik dan ook voor enige soepelheid van het beleid.

Laat een café-uitbater zelf beslissen of zijn zaak een rokerscafé is of niet. Verplicht hem zelfs om luchtzuiverende installaties aan te brengen. De burger kan dan kiezen of hij binnen gaat of niet. Maar laat het zottekensspel ophouden dat rokers aan de voordeur moeten gaan staan om een trekje te doen. Zo lost men het rookprobleem niet op, maar verplaatst men het.

Versta mij niet verkeerd! Ik blijf voorstander van forse ontradingscampagnes, desnoods zelfs met slechts een gedeeltelijke terugbetaling door de ziekteverzekering als kan vastgesteld worden dat de ziekte rechtstreeks veroorzaakt is door het roken. Maar dat is allemaal de taak van de overheid, die een duidelijke keuze moet maken tussen volksgezondheid of extra belastinginkomsten, en die niet van twee walletjes mag blijven eten. Ondertussen blijf ik er voorstander van dat, zolang de overheid dat inconsequente en hypocriete beleid voortzet, de cafébaas en de burger niet moeten gepest en bedreigd worden met sancties. Het is het één of het ander.

Stel je even voor dat al die ontradingscampagnes resultaat zouden hebben en het roken aldus vanzelf uit onze cultuur verdwijnt, dan is er een financieel probleem… Neen, dan laat men liever rookwaren verkopen en uitbaters en rokers beboeten. Kassa! Voor ’t geld danst den beer. Ook op deze manier. Volksgezondheid? Mon oeil!

‘t Pallieterke


Tags assigned to this article:
2015-40Briefje

Related Articles

Sport

Een Memorial om te koesteren Succesformule Het gebeurt niet alle dagen dat we de loftrompet mogen bovenhalen. Voor de Memorial

Goede start van 2015

“2015 ingezet met de lectuur van ‘t Pallieterke. Boeiend artikel van Mark Grammens over Tindemans en de kuiperijen van het

De onmogelijke erfenis van Nixon

De manier waarop begin de jaren zeventig van vorige eeuw de tandem Nixon-Kissinger Peking benaderde en zo Russen en Chinezen