Op 28 november 2013 stemden de senatoren over hun eigen afschaffing. Nu ja, afschaffing, ze keurden de hervorming van het parlement goed als een onderdeel van de zesde staatshervorming. Door heel wat partijen werd de Senaat al langer in vraag gesteld, want door het tweekamerstelsel was het soms slopend dat tal van wetsontwerpen en -voorstellen na de Kamer van volksvertegenwoordigers, ook nog eens moesten overgedaan worden in de Senaat.

Bovendien was de Senaat in de loop der jaren weggezonken tot een eerder schimmige assemblee, waardoor vooral de publieke opinie en een aantal politieke partijen, zoals Groen, Vlaams Belang en N-VA het nut er absoluut niet meer van inzagen. Alleen de traditionele partijen hielden eraan vast, want het was uiteindelijk een politiek sterfhuis ofwel een politiek troostprijzenpaleis geworden, waar afgedankte of tweedeklas- of niet-verkozen politici om tactische redenen naartoe werden ‘gelimogeerd’.

Duur zaakje

Jaarlijks kostte de Senaat zo’n goede 80 miljoen euro, waarmee o.m. de senatoren, hun medewerkers en een leger dienstpersoneel (meer dan 330!) werden betaald. In het kader van de zesde staathervorming werd dan ook een poging gedaan om te sleutelen aan de toekomst van de Senaat én er moest bespaard worden. De institutionele meerderheid (de traditionele partijen en de Franstalige en Vlaamse groenen, die samen voor een tweederdemeerderheid moesten zorgen) kwam tot een soort compromis, waarbij de oude Senaat zou ophouden te bestaan, maar een nieuwe Senaat het leven zou zien… Geen afschaffing dus. In de opgeklopte sfeer van een staatshervorming die moest doen geloven dat de gewesten en de gemeenschappen er alleen maar beter van zouden worden, zou de Senaat niet meer rechtstreeks verkozen worden, maar bestaan uit 50 onbezoldigde afgevaardigden uit de deelstaatparlementen en nog tien gecoöpteerden. Men wilde uiteindelijk niet af van het systeem om toch nog hier en daar een troostprijs te kunnen uitdelen. Dat had toenmalig senator voor het Vlaams Belang Bart Laeremans goed gezien, want hij vreesde dat de Franstaligen uit Halle-Vilvoorde hiervan zouden kunnen ‘genieten’ en dat een en ander opgezet was om de Vlamingen te paaien om zo de vertegenwoordiging van Nederlandstalige Brusselaars te waarborgen, die na het BHV-akkoord geen enkele zetel in de Kamer meer kunnen halen. En in de vlucht hevelde men snel nog 8 miljoen euro over – lees: recupereerde men – naar de Kamer in het kader van de partijdotaties… Een groot en doorzichtig politiek manoeuvre werd het uiteindelijk. Niet meer, maar ook niet minder. De kwestie was immers de burger het idee te geven dat er iets fundamenteels zou veranderen. Niets is minder waar, want de Senaat bestaat nog altijd en hij kost nog steeds veel geld.

Nuttig werk?

De Senaat zou voortaan nog slechts acht keer per jaar vergaderen, al kan daar altijd van afgeweken worden. En er blijven vijf vaste commissies bestaan, alsook wat werkgroepen en adviescomités. Alle personeelsleden bleven op post en de politieke fracties kunnen nog steeds personeel in dienst nemen ten behoeve van hun ‘hardwerkende’ deelstaatsenatoren. Rationeel detacheren of heroriënteren naar andere overheidsdiensten zat er klaarblijkelijk niet in. Velen draaien vandaag de dag goedbetaald met hun duimen. Want er is gewoonweg zo goed als niets te doen…

De 10 gecoöpteerde senatoren – die vaak al genieten van een pensioen of nog een voltijdse job hebben – krijgen voor de weinige vergaderingen een halve parlementaire wedde, toch nog zo’n 2.500 euro netto per maand; de andere senatoren moeten het hebben van hun mooi salaris uit hun deelstaatparlement. De fractievoorzitters, de commissievoorzitters en de bureauleden (het bestuur van de Senaat) genieten nog wel van een extra penning.

Buitenlandse reizen blijven mogelijk, en naar aloude gewoonte zal men daar graag en gretig gebruik van blijven maken. Want het is geweten dat parlementairen er graag op kosten van de gemeenschap op uit trekken.

De Senaat blijft, samen met de Kamer, bevoegd voor de grondwet en de wetgeving over de organisatie en de werking van de federale staat en van de deelstaten. Ook kan de Senaat informatieverslagen opstellen, in het bijzonder wanneer een regel invloed heeft op die van een ander bevoegdheidsniveau (Staat, Gemeenschappen, Gewesten). Ook wordt de Senaat ingeschakeld als bemiddelaar in eventuele belangenconflicten tussen de verschillende parlementen van het land. Maar iedereen weet en voelt met de ellenbogen aan dat een en ander vanuit de politieke verhoudingen in de Kamer zal gedirigeerd worden.

Verder hebben de deelstaten via hun vertegenwoordigers in de Senaat toegang tot internationale parlementaire organisaties, onder meer in de OESO en de Raad van Europa.

De Senaat heeft ook nog een dikke vinger in de pap bij een aantal benoemingen in hoge rechtscolleges, zoals het Grondwettelijk Hof, de Raad van State, de Hoge Raad voor de Justitie.

Wie meende dat de Senaat compleet ‘uitgekleed’ werd, heeft het jammer genoeg mis. De assemblee blijft belangrijk in het federale raderwerk, want fundamentele veranderingen aan de instellingen kunnen niet en nooit zonder de Senaat. Maar op dat vlak is het deze legislatuur zeker windstil, ‘dankzij’ de N-VA…

Bezigheidstherapie

Men moet de verslagen van de commissievergaderingen er maar eens op naslaan (www.senate.be) om meteen vast te stellen dat de Senaat de ultieme verheffing tot praatbarak is. Men houdt hoorzittingen en vrijblijvende debatten in het kader van de zogenaamde informatieverslagen. Men wisselt informatie uit… Maar zware politieke debatten komen er niet aan te pas. Mensen als Bert Anciaux komen er gedreven hun verhaal vertellen, maar eigenlijk vindt niemand het debat interessant, want uiteindelijk weet men dat deze assemblee politiek niets meer betekent en dat men daar elkaar ‘geen zeer meer gaat doen’. Oeverloos gezwets en tijdverdrijf. Het is voldoende om een zitting te volgen om de gezapige gezelligheid van dit politieke gremium te kunnen vaststellen. Praat voor de vaak!

Waarom heeft men dit vehikel in hemelsnaam behouden? Het antwoord is ontwapenend duidelijk: politieke zelfbediening en de illusie in stand houden dat de regio’s in dit land er elkaar kunnen vinden om hun geschillen te beslechten in een broederlijke Belgische geest. De Belgische illusie? Jawel, en ze bestaat echt: in de Senaat.

KvdP