Wat de islam níét is

Islam is geen ras. Dat is eigenlijk vanzelfsprekend, maar het Bestel spant zich in om daarover maximaal verwarring te zaaien. Strategisch is die bedoeld als stok in het wiel van ernstige islamkritiek. De allereerste regel van de logica is: a = a, “een term behoudt gedurende een volledige redenering dezelfde betekenis”, dus elke redenering over de islam wordt gesaboteerd als men kan doen geloven dat de islamreligie iets anders dan een religie is.

Vaak is die sabotage nodig omdat islampleitbezorgers beseffen dat zij nooit een gefocust debat over de islam als ideologie kunnen winnen (ik heb het in 26 jaar betrokkenheid bij het islamdebat nog nooit meegemaakt). Dus proberen zij steeds weer het onderwerp te veranderen, in dit geval door er “racisme” bij te sleuren. De islamtheologie, het wereldbeeld dat alle islamgelovigen als normatief beschouwen, vergt enige studie. Het is zoveel eenvoudiger mensen naar huidskleur in te delen, zeker als je niet goed kijkt.

Witten en moslims

Emotioneel is deze opzettelijke verwarring vooral zelfvleierij, namelijk de toe-eigening van het morele aureool van echte antiracisten als Martin Luther King voor een verwerpelijke agenda: de verdachtmaking en onderdrukking van godsdienstkritiek. Vandaag is de “race relations industry” tot een machtig instituut uitgebouwd. Ondanks hun armzalig mensbeeld gelden racisme-“deskundigen” als de priesterklasse van de nieuwe staatsgodsdienst. Zij prediken de erfzonde en bieden aflaten (“herstelbetalingen”) te koop aan om wat van je welverdiende vagevuur af te trekken, echter zonder dat de verlossing ooit in zicht komt. Na de dekolonisatie dachten we dat het rasdenken zijn beste tijd gehad had, maar door de groei van het geïnstitutionaliseerde neoracisme belooft het nog een lang leven te krijgen, voortdurend opgepookt door Zwarte Zeurpieten en “Kuifje in Congo”-gekanker. Het is aanlokkelijk daar je islamverdedigend wagentje aan te hangen.

Het gevolg is dat we om de oren geslagen worden met uitdrukkingen als “anti-moslimracisme” en “witten en moslims”. (Hedendaagse neoracisten, die zichzelf om het morele aureool vaak nog antiracisten noemen, spreken van “wit”, want dat is lijfelijker en biologischer dan het bredere begrip “blank”.) Er zijn natuurlijk volop “witte moslims”, evenals bruine islamcritici. Bij wijze van voorbeeld van dit door elkaar haspelen van donker en moslim, schreef De Standaard op 4 september 2015: “Oost-Europa is zo islamofoob dat de leiders liefst zo weinig mogelijk asielzoekers opvangen.” (“Waarom is Oost-Europa zo anti-islam? Oost-Europa, waar moslims niet welkom zijn.”)

Over de beladen term “islamofoob” een volgende keer. Nu willen we de aandacht vestigen op het door mekaar halen van het islamdebat met de migratie- en asielkwestie, waarin “racisme” een rol zou kunnen spelen. Maar daar gaat het uitdrukkelijk niet om: de jezidi’s en vele Syriërs zullen qua uiterlijk niet opvallen in bijvoorbeeld Slovakije, dat zich trouwens bereid verklaard heeft gevluchte niet-moslims op te nemen. Dezen verschillen raciaal niet van hun islamitische landgenoten. Het onderscheid is er dus geen van ras, maar van religie. Assyriërs en jezidi’s stellen ook wat tijdelijke integratieproblemen, maar hun volgende generatie zal Europeaan met de Europeanen zijn. Van moslims daarentegen verwacht men, ook al door de inmiddels zichtbare ervaring in West-Europa, dat zij elk integratiebeleid zullen weigeren.

Waarom is de Hongaarse premier Viktor Orban zo tegen de islam? De Standaard had hem gerust kunnen contacteren: een regeringsleider in het midden van de actualiteit is toch wel een interviewtje waard? Nee, de krant verkiest het woord aan een gelijkgezinde te geven. “Omdat Hongarije een gesloten, blanke samenleving is… De moslims, met hun donkere gelaatstrekken, worden in de hoek van de Roma gezet”, zegt Endre Sik, onderzoeker bij een Hongaarse denktank. Hij duwt wel zeer plomp de levensbeschouwelijke factor uit de weg om de irrelevante rasfactor naar voren te schuiven. Nogmaals, er is raciaal geen verschil tussen Syrische christenen en moslims. Maar dat is juist wat de krant wil verdonkeremanen.

Moslimracisme

De eerste islamcritici waren leden van Mohammeds eigen Quraisj-stam, ras- en taalgenoten dus. Alle slachtoffers van Mohammed waren Arabieren of in Arabië wonende Joden, die een verwant dialect spraken en ook op zicht nauwelijks van de Arabieren verschilden. Er komt een klein beetje racisme voor in de Koran, namelijk waar de verdoemden op de Dag des Oordeels een zwart gezicht krijgen, de gelukzaligen een blank. Er is wel veel racisme in de moslimgeschiedenis, voornamelijk de negerslavernij en de hogere prijs die men voor “witten” op de slavenmarkt betaalde. Maar voor het huidige debat is het moslimracisme niet waar het om gaat. Islam is (en geen enkele islamtheoloog zal mij tegenspreken) monotheïsme plus het geloof dat Allah in 610-632 de frasen openbaarde die de Koran vormen.

Het voortouw in de islamkritiek wordt vandaag door ex-moslims genomen, in het Nederlandse taalgebied bv. door de Perzische jurist Afshin Ellian, de Marokkaanse romancier Hafid Bouazza en destijds de Somalische politica Ayaan Hirsi Ali. Mijn eigen eerste islamartikel (maart 1989) ging over de rel rond de roman De Duivelsverzen van de Indiase ex-moslim Salman Rushdie. De meest stelselmatige islamkritiek vindt men in het boek Why I Am Not a Muslim, van de Pakistaanse ex-moslim Ibn Warraq. “Niet het wahhabisme of de ‘radicale islam’ is het probleem, wel de islam zelf”, zegden recentelijk Taslima Nasreen uit Bangladesj en Wafa Sultan uit Syrië.

Zeg hetzelfde als Europeaan en je wordt prompt een “racist” genoemd. De aangehaalde Aziaten worden zoveel mogelijk doodgezwegen, omdat dat scheldwoord bij hen niet overtuigend zou klinken. Maar voor Europeanen is het een favoriete techniek om elk islamdebat in de kiem te smoren.

Koenraad Elst