Splitst het christelijke Oosten zich af van Europa?

De Pool Tusk, die Herman van Rompuy opvolgde als Europees president (feitelijk: voorzitter van de raad van regeringsleiders der lidstaten), en de Hongaarse eerste minister Victor Orban zijn het roerend met elkaar eens: de migratiecrisis zorgt voor een nieuwe scheidingslijn in Europa, ditmaal tussen Oost en West, zoals tijdens de koude oorlog. Polen heeft zich sinds het lid werd van de Europese Unie, opgeworpen als een van de inmiddels zes Europese landen die “meetellen” (Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en  Polen). Het heeft het bijkomend voordeel dat het, zoals Groot-Brittannië, een “speciale relatie” met de Verenigde Staten wist op te bouwen. Hongarije acht of voelt zich belast met een christelijke zending in Europa.

Het is allemaal het resultaat van de asielcrisis. Het gulle onthaal dat, althans aanvankelijk, migranten ten deel viel, was vaak te danken aan de compliciteit van de westerse media, die zich lieten kennen als betweterige schoolmeesters en pas in een laat stadium van de asielcrisis begrepen hebben dat er onder het volk ook andere tendensen leven. Het scepticisme ten aanzien van de migratie werd gedeeld door de lidstaten die zich in het vroegere Oost-Europa bevinden. De barsten en scheuren binnen “Europa” kwamen bloot te liggen toen Europees Commissievoorzitter Juncker poogde de nieuwkomers, om te beginnen 120.000 uit Syrië, te verdelen over de lidstaten. Hongarije, Tsjechië, Polen en Slowakije waren het niet alleen oneens met de cijfers van Juncker maar ook met het principe van een verdeling van de migranten onder de lidstaten. Zij werden gevolgd door de Baltische landen Litouwen en Letland, die alleen het principe aanvochten, en Roemenië (idem), terwijl ondertussen Denemarken al zijn grenzen gesloten had voor nieuwkomers, en in zekere mate door Oostenrijk, en – dit is belangrijk – door de Duitse deelstaat Beieren, waarvan de hoofdstad München de eerste was om in Duitsland te zeggen dat het geen migranten meer kon opvangen.

Mede hieruit vloeide een kentering voort in de houding van kanselier Merkel, die plotseling heel wat voorzichtiger werd (zonder München wint haar partij geen verkiezingen), waarna – kijk toch eens aan – bijvoorbeeld De Standaard voor het eerst sinds het begin van de migratiecrisis in Europa tegenstanders van de open grenzen ging interviewen, al kon hoofdredacteur Karel Verhoeven niet nalaten nog gauw een sneer te sturen richting de Hongaarse premier Orban, die, aldus Verhoeven (De Standaard, 15 september) door een zogenaamd doortastend beleid “hoopte populairder te worden”. Foei, dus, nog zo’n foute man die luistert naar het volk (en niet naar De Standaard). Wat bevestigd werd door De Morgen, die Verhoeven van antwoord diende met een artikel (17 september) onder de sprekende titel “Veel Belgen geven Hongaarse regering gelijk”.

Europa wil geen nieuwe crisis

Oost-Europa heeft, door de zaken scherp te stellen en zijn mening niet te verbergen, in de praktijk Europa bedreigd met een schisma, en voor dat perspectief zijn leidende Europeanen als Merkel teruggeschrokken. Men kan, na de Grieks-Europese crisis (Grexit) en in het vooruitzicht van een Brits referendum over Europa met kans op een Brits-Europese crisis (Brexit), niet nog eens een crisis tussen West en Oost in Europa verdragen. Heel onverstandige mensen, waaronder onze staatssecretaris voor migratie, Theo Francken (N-VA) (van wie ik dit eigenlijk niet verwacht had), waren al onhandig begonnen met de kloof tussen Oost en West te verdiepen door te dreigen met financiële “straffen” die aan de oostelijke landen zouden worden opgelegd, in plaats van als verstandige staatslieden pogingen te ondernemen om de kloof te dichten en de tweespalt tussen de landen van de Unie te vermijden.

Respecteer Oost-Europa a.u.b.

Oost-Europa heeft bijna een halve eeuw Sovjetrussische bezetting gekend. Het zou van politiek fatsoen getuigen als West-Europese landen, en hun woordvoerders, daar rekening wilden mee houden. Die landen zijn als de dood om opnieuw hun zelfstandigheid te verliezen. Als er vreemdelingen voor de poort staan, dan roept dat bij hen herinneringen op aan de massa’s Russen die hun landen na de Tweede Wereldoorlog overspoelden – en er bleven. Nog steeds bestaat een derde van de bevolking van Letland uit Russen, die met het Rode Leger naar Letland kwamen en er voorrechten opeisten. Vlamingen, die de Franstaligen hebben zien oprukken, moeten dit toch begrijpen! Hoe kan dan een Francken Oost-Europa bedreigen met het inhouden van Europese subsidies als het niet doet wat Juncker beveelt? Respecteer toch die volkeren, N-VA, a.u.b. Respecteer hun verleden, u toch welbekend, hoop ik. Dat ze geen moslims willen importeren, hoewel ze geen enkele ervaring hebben met moslims, mag hun niet kwalijk genomen worden. In landen als Hongarije en Slowakije had men voor de oorlog ook geen ervaring met Russen, maar sindsdien is men er beducht voor alle import van grote aantallen vreemdelingen.

De weigering van Francken en anderen om open te staan voor de recente geschiedenis van Oost-Europa en hun neiging om kortzichtig West-Europees te denken, is een van de factoren die op een gegeven moment bezig waren Europa op te blazen. Deze volkeren willen niet opnieuw tot de slachtoffers van de geschiedenis behoren. Er is blijkbaar een hele generatie in de politiek en de media bij ons die niets van Oost-Europa begrepen heeft. Zo komt het dan dat een verstandig blad als De Tijd (8 september) een Kris van Haver spottend laat schrijven, dat de Oost-Europese landen “blaffen” tegen verplichte opvang van een door de Commissie-Juncker voorgesteld aantal vluchtelingen. Het zijn immers maar honden, vuile beesten. Lees dat eens als je Hongaar of Slovaak bent …

“Christelijke politiek”

Het Duitse dagblad Tagesspiegel (geciteerd door De Tijd, 15 september) overdrijft als het spreekt van een “pre-revolutionaire situatie” die door de vluchtelingencrisis en de kloof tussen Oost en West werd geschapen (het gaat over Duitsland), maar er is zeker aanleiding tot kommer en zorg. En misschien ook voor hoop, als men de Hongaarse premier Orban de verdediging hoort opnemen van het “christelijke” Europa en het erfgoed dat het nagelaten heeft. Hij zegt (volgens De Standaard, 2 september) dat de migratie een poging is om het christelijke Europa te overweldigen. De Standaard tekent daar bij aan dat Hongarije “al decennia behoort tot de meest geseculariseerde landen van Europa”, en bijgevolg, aldus De Standaard, is “schermen met christelijke waarden een beetje vreemd” Ja? Neen. Het christendom mag dan een geloof zijn, bij ons is het ook Europese geschiedenis. Het is alleen “vreemd” in een cultuur die beheerst wordt door een anti-christelijk secularisme à la De Gucht en andere Belgische vooraanstaanden. Le Monde (17 september) staat al zo ver dat het blad met alle respect voor Orban een stuk publiceert van hun Weense correspondent over het politiek christianisme van Orban en de zijnen, en over hoe het komt dat deze strekking uitzaait over andere landen, tot Rusland toe, waar Poetin het oude christelijke messianisme van zijn land nieuw leven probeert in te blazen. U ziet: sommige verrassende hedendaagse ontwikkelingen verdienen dat men er bij stilstaat.

MARK GRAMMENS