Orville en Wilbur Wright

Pasgeleden verscheen over de gebroeders Wright, de twee mannen die voor het eerst echt vlogen, een nieuwe schitterende biografie, “The Wright Brothers”, geschreven door Pulitzerprijswinnaar David McCullough,.

De Duitse voorganger

Bij Amerikaanse vrienden in East Dorset in Vermont hangt een foto van Skip Soper met Orville Wright. Terwijl haar echtgenoot Dick Soper zijn leven riskeerde als stuurman in de konvooien naar Archangelsk (hij overleefde twee schipbreuken door Duitse torpedo’s), werkte Skip als persoonlijke verpleegster van de bejaarde Orville Wright. Orville stierf in 1948, 77 jaar oud. Hij overleefde zijn vier jaar oudere broer Will zesendertig jaar want die stierf al aan tyfus in 1912. De broers kregen tezamen met hun zus Katharine een bijzonder verzorgde opvoeding, met de klemtoon op lezen. Geen van de broers zou ooit trouwen. Toen Katharine dat wel deed, weigerden ze naar haar bruiloft te komen. Orville was de meest ondernemende. Hij begon al tijdens het middelbaar onderwijs met een drukkerijtje. In 1893 startten de twee broers een fietsenzaak; ze produceerden een eigen succesvolle fiets. Toen Orville een tyfusaanval kreeg, werd hij verzorgd door zijn zus en broer. Ter verstrooiing las Will hem de avonturen van de Duitser Otto Lilienthal voor. Lilienthal was een enthousiast vliegenier die zweefvliegtuigen bouwde. Van een hoogte van ongeveer vijftien meter zweefde hij naar de grond. In de hele wereld verschenen artikels en foto’s over hem (in Vlaanderen in De Europeesche Illustratie). Het was groot nieuws toen hij verongelukte; een onverwachte windvlaag had hem opgetild en tegen de grond gesmakt. De broers geraakten in de ban van zijn experimenten en ze waren niet de enigen. Overal in de westerse wereld werd er geprobeerd om te vliegen.

Kitty Hawk

De Wright-broers hadden niet veel geld, waren geen ingenieurs maar ze lazen al wat verscheen. Ze raadpleegden specialisten en ze begonnen in hun vrije tijd een eerste vliegtuigje te bouwen van papier en bamboe, met twee vleugels en touwen om te sturen. Na een paar geslaagde tests crashte hun papieren vlieger, maar ze voelden dat ze op de goede weg waren. Ze bouwden vervolgens een zweefvliegtuig met een vleugelwijdte van zes meter en een ligplaats voor een piloot. En toen gingen ze op zoek naar een geschikte basis, om het lot van Lilienthal te vermijden. Ze bestudeerden alle weerverslagen en in 1900 vonden ze Kitty Hawk, een bijna verlaten eilandje, duizend kilometer verder, dat pal aan de Atlantische Oceaan lag en een zandstrand had om een mislukte landing op te vangen. En het belangrijkste was een geregelde wind die in het goede seizoen niet harder woei dan vijftig kilometer per uur. Ze trokken met een tentje en een voorraad tomaten, eieren en beschuiten naar Kitty Hawk. Met wat geluk werden ze iedere week bevoorraad met koffie en drinkbaar water. Ze bestudeerden wekenlang de vogels; een bezoeker merkte verbaasd op dat ze na een tijdje met hun armen, polsen en gewrichten een perfecte imitatie brachten. Ze bouwden een nieuw zweefvliegtuigje volgens deze principes en na een tijdje kon Will honderd meter zweven. Dan was het tijd om naar huis en hun fietsenbedrijf terug te keren, waar ze een windtunnel bouwden met behulp van gas, want elektriciteit was er niet. Ze bouwden 38 soorten vleugels van ijzerzagen en ze zochten voortdurend naar de oplossing voor een correcte vluchtcontrole en het evenwicht in de lucht. Ieder jaar kwamen ze naar Kitty Hawk met een verbeterde versie van hun zwever. Geregeld eindigde een vlucht met een crash. Maar na duizend vluchten waren ze zeker dat ze konden opstijgen, draaien en landen. Ze moesten alleen nog een motor vinden.

Succes

De bekende motoren waren allemaal te zwaar. Eén van hun arbeiders bouwde dan maar zelf een motor van 75 kilogram. De broers lieten vervolgens handmatig propellers van hout maken. In september 1903 keerden ze weer naar hun eilandje. Er zat inmiddels wat spoed in de zaak, want overal waren anderen ook druk bezig. Toen ze juist op Kitty Hawk waren, belandde hun grootste rivaal met zijn vliegtuig in de Potomac-rivier. De broers sleutelden verwoed verder, want allerlei hulpstukken braken gemakkelijk. Het weer werd guur en de winter arriveerde, maar ze wisten dat er geen tijd meer was om te wachten tot het volgende jaar. In regen, wind en zelfs sneeuw bleven ze verder experimenteren, tot ze eindelijk zeker waren dat alles juist zat. Op 14 december 1903 probeerde Wilbur op te stijgen. Hij kreeg het vliegtuig niet onder controle. Met een sprongetje was het toestel weer op aarde. Drie dagen later mocht Orville het proberen. Hij bleef twaalf seconden in de lucht over een afstand van 37 meter. De bemanning van een weerstation hield hen heel de tijd in het oog. De broers gaven niet op en bij de vierde poging vloog Will een minuut lang over een afstand van 250 meter. Orville trok naar het weerstation en meldde triomfantelijk hun succes aan de pers met een telegram. De reactie was flauw. Hier en daar een vermelding en ten slotte zelfs een stukje in de New York Times dat er grotendeels naast zat. Een onverwachte wind liet vervolgens het geparkeerde vliegtuigje over de kop buitelen en de vleugels braken af. De broers haalden hun schouders op, keerden naar huis en bouwden een nieuw exemplaar. Ze zochten een geschikte weide in de buurt en herbegonnen met hun vluchten. De hele stad kwam kijken, want de broers waren inmiddels echte piloten die hun primitief toestel uitstekend onder controle hadden.

Patenten en rechtzaken

Will en Orville waren echter ook zakenlui. Ze boden hun toestel en eventuele verbeterde modellen aan de Amerikaanse regering aan. Die was niet geïnteresseerd. De Britten kwamen even een kijkje nemen. De Fransen – met hun toekomstige oorlog tegen Duitsland altijd voor ogen – namen vliegen wel ernstig. Ze hadden honderd jaar tevoren al een eerste luchtballon laten opstijgen, om de manoeuvres van de vijand te volgen, en ze boden de Wrights een flinke som aan op voorwaarde dat hun vliegtuigjes geen amateurkunstjes toonden maar echt konden vliegen op een zekere hoogte en met voldoende snelheid. Vliegtuigen werden een zaak van patenten en veel geld. Een Amerikaanse wapenfabriek sloot een akkoord met de broers en zond Wilbur naar Parijs. Maandenlang werd er onderhandeld met de Fransen, terwijl ondertussen verscheidene Franse vliegtuigbouwers ook probeerden hun toestellen in de lucht te krijgen. Wilbur en Orville bleven er stoïcijns bij, want ze waren overtuigd van de kwaliteit van hun product. Franse havenarbeiders slaagden erin bij de ontscheping een eerste vliegtuig stuk te krijgen. Ten slotte arriveerde een nieuw toestel en de demonstratie begon in Le Mans. Wilbur (met witte boord) vloog twee minuten lang en landde op de vierkante meter. Maandenlang gaf hij vervolgens demonstratievluchten voor alle gekroonde hoofden van Europa. Orville demonstreerde een toestel in de VS, maar een propeller brak af en zijn passagier stierf. Na twee jaar keerde ook Wilbur naar huis. Inmiddels bouwden vijftien Franse fabrieken vliegtuigen met Wright-patenten.

Daar eindigde hun pilotenbestaan, op één moment na. Ze vlogen nog één keer in hun thuisstad en voor de eerste keer met Orville als piloot en Will als passagier; iets wat ze altijd hadden vermeden, zodat in het geval van een ongeluk één broer de zaak kon voortzetten. Vanaf dan werden ze volledig in beslag genomen door de jungle van het zakenbestaan, met allerlei processen wegens schending van hun patenten, controles van nieuwe vliegtuigen en veel rechtzettingen, omdat sommigen niet geloofden dat zij de eerste succesvolle vliegtuigbouwers waren.

Jan Neckers