Wie is de beste machiavellistische politicus in Vlaanderen? Die “eer” geef ik aan Guy Verhofstadt, want hij is een onbeschaamde leugenaar en bedrieger die ijskoud over politieke lijken gaat.

Verhofstadt heeft met zijn gedrag tegenover Dedecker, Neyts-Uyttebroeck, Beysen, Govaerts vooral bewezen dat zijn middelen zijn doel (brute macht en zelfverrijking) heiligen. Bij de echte Machiavelli heiligen de middelen het doel en dat is voor de Florentijn de welvaart van de gemeenschap en niet de persoonlijke macht en de bankrekeningen van politiek tuig van de richel genre Verhofstadt, Anciaux en Vande Lanotte. Machiavelli wordt te gemakkelijk als een cynische schoft beschouwd die met zijn “De Vorst” een handleiding schreef voor tirannen en massamoordenaars die uit zijn op onbeperkte macht. Dat was niet zijn bedoeling, want zijn bekendste werkje (27 pagina’s tussen duizenden die van hem bekend zijn) is zoals ieder politiek geschrift debet aan de eigen tijd.

De bloedige renaissance

Niccolo Machiavelli is een kleine Florentijnse edelman. Zijn vader is een weinig gegoede rentenier die met de familie leeft van de rente van wat boerderijen en voor de rest alleen geïnteresseerd is in cultuur, lezen en discussies. Florence is het centrum van de renaissance. De stad gonst van de bedrijvigheid, creëert het moderne Italiaans en wordt de mooiste stad ter wereld. Nooit vergeet ik die 16de augustus 1970, toen ik voor het eerst vanuit de heuvelen het mirakel zag dat Firenze is. Tezelfdertijd gaat al die toenmalige pracht van Michelangelo, Leonardo, de Duomo, het Palazzo Pitti en de Signoria gepaard met de brutaalste politieke zeden. Sluipmoorden, intriges, verbanningen, inbeslagnames en klassenstrijd eindigen nooit. Florence is de hoofdstad van een Toscaanse republiek, want vele Italiaanse steden zijn echt onafhankelijk. De trotse Vlaamse en Brabantse steden daarentegen blijven altijd ondergeschikt aan hun graaf of hertog. In de praktijk wordt Florence wel als een monarchie bestuurd door de puissant rijke familie De Medici. Jonge Florentijnen uit de betere klasse studeren met passie de herontdekte klassieke auteurs vooraleer ze zich ontspannen met bordeelbezoek, zuip- en schranspartijen en soms bloedige gevechten. In de stad preekt de dominicaan Girolamo Savonarola daarom hel en verdoemenis als de mensen hun leven niet beteren. Hij zendt hordes aanhangers in witte kleren de straat op om een einde te maken aan de uitspattingen. De jonge Niccolo houdt er een afkeer van kerk en priesters aan over. Savonarola en zijn kleinburgerlijke aanhang krijgen hun kans in 1494. De Milanese hertog doet, zeer onvoorzichtig, een beroep op de Franse koning en die stort zich met een leger sprinkhanen op Italië. Al honderden jaren vechten de Italiaanse staten aanslepende oorlogjes uit, met niet al te ijverige huurlingen, want de rijke burgers vertikken het zelf de wapens op te nemen en verhinderen dat de armen bewapend worden. Heel Italië is dus een prooi. Florence verbindt zich met Frankrijk om toch een beetje van de ergste plunderingen gespaard te blijven. De regerende Medici-slapjanus wordt verjaagd. In de stad zelf heerst nu de wet van Savonarola die er een paar jaar een godsdienstig schrikbewind à la ayatollah Khomeini voert, tot de Florentijnse elite het beu wordt en hem en zijn aanhangers laat ophangen. En zoals na iedere regimewissel regent het weer verbanningen, moorden en confiscaties.

De ambtenaar

In die jaren van geweld en anarchie wordt Machiavelli volwassen. Net als zijn vader heeft hij niet de minste aanleg voor handel en bankieren. Cultuur en de intense bestudering van antieke teksten is zijn leven, naast (levenslang) bordeelbezoek en het blijven hangen in herbergen. Hoewel hij relatief arm is, geniet hij aanzien, omdat hij een snedige en grappige spreker is. Portretten van hem tijdens het leven geschilderd, zijn niet bekend. Op het schilderij dat na zijn dood gemaakt is, lijkt hij een beetje op de jonge Tom Boonen, wat alleen bewijst dat uitzicht en intelligentie in het laatste geval niet samengaan. Via relaties treedt hij als hoge ambtenaar in dienst van de republiek. Hij wordt de tweede kanselier, die verantwoordelijk is voor de correspondentie. In de praktijk is dat zoiets als de belangrijkste ambtenaar van Buitenlandse Zaken; een hoge functie, maar toch een bediende in een tijd dat de echte beslissingen in Europa genomen worden door een onbetaalde elite van vorsten, hoge edelen of kerkvorsten. Machiavelli heeft bovendien de voor die tijd uitzonderlijke gewoonte geen omkoopgeld te aanvaarden. Weldra zendt Florence hem uit als de assistent van één van zijn ambassadeurs bij belangrijke diplomatieke missies. Iedereen weet dat hij de echte gesprekken voert met de Franse koning en de Duitse keizer. Zijn rapporten worden gespeld omdat ze eerlijk, ter zake en zelfs humoristisch zijn. Echter, de gebruiken van die tijd vereisen een hooggeborene als officiële leider. Zijn gierige aristocratische bazen hoeden zich ervoor de Florentijnse rijken zwaar te belasten en ze besteden zo weinig mogelijk florijnen aan hun diplomatieke dienst. Machiavelli verdient wel een salaris, maar hij krijgt geen reiskosten vergoed en hij moet noodgedwongen eenvoudig gekleed rondlopen aan de diverse Europese hoven, waar iedereen er als een pauw uitziet. Meestal wordt hij tot de vorst toegelaten via het achterpoortje. Maar toch geniet hij, ondanks zijn lage status, van de reizen en van zijn contacten.

De patriot

Veel kan hij niet bereiken, want de grootmachten Frankrijk en Castillië en Aragon hebben aan de rijkdom van Italië geroken. De machtigste Italiaanse vorst is daarenboven een Aragonees: Roderic Borja, beter bekend als paus Alexander VI. De man heeft één belangrijk doel in het leven: de kerkelijke macht gebruiken om zijn zonen en dochter Lucrezia aan een eigen staat te helpen. Zijn tweede zoon, Cesare, laat waarschijnlijk zijn oudere broer (benevens alle mogelijke tegenstanders) vermoorden. De paus is er kapot van, maar toch steunt hij Cesare bij zijn veroveringen. Machiavelli vervult verscheidene diplomatieke missies bij die koelbloedige doder die hij heimelijk bewondert. Cesare gaat er met de vuile voeten door, maar organiseert dan een efficiënt en vrij rechtvaardig bestuur dat de anarchie en de onveiligheid in een veroverde stad genadeloos aanpakt. Machiavelli ziet die resultaten, vergelijkt dat met de situatie in Florence, en hemelt daarom de in onze ogen onaanvaardbare praktijken van Cesare Borgia op in zijn latere “De Vorst”. Typisch voor politici, toen en vandaag, is de obsessie voor problemen die achteraf bijzaak zijn maar die als statussymbool de hele politiek beheersen en vergiftigen. Voor Florence is dat de herovering van Pisa. Driehonderd jaar hebben beide stadsstaten gevochten, tot Florence in 1406 erin slaagt de inmiddels verzande havenstad te veroveren. De Pisanen maken gebruik van de interne strijd in Florence om weer onafhankelijk te worden. De republiek sluit ranzige bondgenootschappen en besteedt enorme sommen geld om Pisa te heroveren. Als echte Florentijnse patriot maakt Machiavelli zich sterk voor de zaak. Eén van zijn dada’s is een burgermilitie in plaats van onbetrouwbare huurlingen. Na veel gedraal mag hij die eindelijk organiseren en met succes. Pisa wordt grotendeels door zijn inspanningen heroverd, zodat hij naast de diplomatie ook nog de defensie van Florence onder zijn bevel krijgt. Dit is het hoogtepunt van zijn loopbaan. Zijn val drie jaar later, in 1510, is er des te dieper door, maar het nageslacht krijgt er wel één van de invloedrijkste politieke geschriften van alle tijden voor in de plaats. (Vervolg en slot volgende week.)

Jan Neckers