Vlaams & Neutraal Ziekenfonds

Het was een zachte zonnige dag, net wat ik graag heb en ik genoot ervan. De dokter zei wel dat ik uit de zon moet blijven omdat ik gevoelig ben voor basos, ongevaarlijke huidkankertjes. Dat is ook de reden dat ik bij zonneschijn een petje draag. Ik heb er een hele reeks. De pet die ik bij Vlaanderen Vlagt kocht, is geel, met de Vlaamse Leeuw erop. Daarmee ziet mijn vrouw me niet graag naar het terras gaan. Eén stevige worp van een rode broeder (?) en ik lig in de Schelde.

Een dame kwam aangewandeld. Wandelen is een groot woord. Ze had het moeilijk met stappen en steunde daarom op een stevige wandelstok. Om de drie passen bleef ze staan.

Hoe geraakte zij hier? Dat vroeg ik me af. Ze kwam in mijn richting langs de kant van het Steen, de hellende opgang. Via de trappen aan de kade zou het haar niet gelukt zijn boven te geraken. Vijf meter voor mijn bank, bleef ze even hijgend staan.

Onmiddellijk schoot ik recht, liep naar haar toe en zei: “Ik help je wel. Kom, geef me een arm. Je kunt op mijn bank uitrusten.”

We schuifelden samen stilletjes vooruit. Met een diepe zucht ging ze zitten.

Toen ze uitgepuft was, zei ze: “Dank je wel, meneer. Er zijn nog goede mensen op de aarde.”

Ik wuifde haar complimentje weg en ik vroeg: “Waarom kom jij helemaal alleen op het terras gesukkeld? Dat is te zwaar voor jou.”

“Het terras betekent veel voor mij, meneer. Van toen ik een duim hoog was, bracht ik hier hopen tijd door. Ik kwam hier spelen, huiswerk maken en hier gaf ik, na een geheime afspraak, mijn eerste kus. Mijn trouwfoto werd op dit terras gemaakt, met zicht op de Schelde. Hier kwam ik met mijn kinderen wandelen. Hier werden de foto’s van hun plechtige communie gemaakt. Het is lang geleden dat ik hier kwam. Ik kreeg plots heimwee naar die tijd. Terwijl mijn man naar zijn werk was, nam ik stiekem een taxi tot beneden op het plein en klauterde naar boven.”

“Dat betekende wel een hele inspanning voor jou”, zei ik.

“Gelijk heb je, meneer. Terwijl ik daar strompelde, mompelde ik een Antwerps versje dat ik een beetje aanpaste.”

“Mag ik het horen?”

“’t Zijn de billen die niet willen, ’t zijn de braaien die niet draaien, ’t is de voet die alles doet, als ik naar ’t terras toe moet.”

“Ongelooflijk”, lachte ik.

“Zie je die stok waarmee ik loop, meneer? Ik heb ook een rollator en nog meer hulpmiddelen. Allemaal via de ziekenkas.”

“Knap”, zei ik. “Bij welke ben je?”

“Waar ik vroeger was, zeg ik niet. Toen ik na jaren lidmaatschap daar met enkele doktersbriefjes ging voor terugbetaling, zei een juffertje me: Nu de mensen ouder worden, kost het ons hopen geld.”

“Neen?”

“Echt gebeurd. Ik was serieus in mijn gat gebeten. Terug thuis zocht ik een andere ziekenkas. Die naam mag je wel weten: Vlaams en Neutraal Ziekenfonds. Ik deed één telefoontje en er kwam een lieve dame, Frieda, aan huis. Geduldig legde ze de overdracht uit en ze zorgde ervoor dat ik kort daarop lid was. Alles wat met ziekenkas te maken heeft, loopt sindsdien gesmeerd. Frieda kwam ons niet alleen lid maken. Zij zetelt samen met Elke in kantoor Troonplaats, in mijn buurt. Moet ik er zijn, dan kom ik bij vriendinnen. Toen zij zagen dat ik slecht te been ben, gaven ze mij de raad een parkeerkaart aan te vragen zodat mijn man me gemakkelijk kan wegbrengen. Zij zorgden ook voor de aanvraagformulieren.”

“Kwam de kaart?”

“Inderdaad. Ik ben een tevreden klant, dankzij Frieda en Elke. Na veertig jaar dienst gaat Frieda in december met pensioen. Goed voor haar, jammer voor mij. Gelukkig blijft Elke. Ik ben een tevreden vrouw, met een goede man en een supergoed ziekenfonds. Frieda breng ik bij haar afscheid een fles ’t Pallieterke-cava, van mij.”

Ik bracht het vrouwtje naar beneden voor de taxi.

“Niet vergeten, meneer. Vlaams en Neutraal Ziekenfonds!”, zei ze met nadruk.

“Ik ben al jaren lid, mevrouw.”

TdW