Honderd jaar

Een man op leeftijd zat op mijn bank een brief te lezen. Ik ging stilletjes naast hem zitten. Kijken naar zijn brief deed ik niet. Dat is onbeleefd. Leest iemand naast mij een boek, dan probeer ik wel te lezen wat de titel is.

Ik bleef dus rustig zitten.

“Dat weet ik dan weer”, zei hij plotseling.

Ik trok een belangstellend gezicht. Dat spoorde hem aan meer te vertellen. “Men laat mij weten dat de school, waar ik enkele jaren onderwijzer was, honderd jaar bestaat.”

“Over welke school heb je het?”, vroeg ik.

“Pius X.”

“Op de VIIde Olympiadelaan”, vulde ik aan.

“Daar worden onderwijzers en regenten gevormd”, zei hij.

“Wacht!”, zei ik. “Als klein manneke ging ik naar de parochiale lagere jongensschool van Sint-Paulus, hier in het Schipperskwartier. Regelmatig kwamen normalisten in onze klassen leren hoe ze les moesten geven. Deden ze dat goed, dan kregen ze van onze meester punten. Die normalisten kwamen niet van PIUS X maar van de Katholieke Normaalschool op de hoek van de Minderbroedersstraat, aan de rand van het Schipperskwartier.”

Hij bleek het fijn te vinden dat ik dat allemaal wist.

“Knap dat jij dat nog weet”, prees hij. “Misschien gaf ik jou als normalist nog les.”

“Leerde jij daar toen voor onderwijzer?”, lachte ik.

“Juist. Wie vóór de oorlog voor onderwijzer of regent wilde leren, kwam naar de Katholieke Normaalschool, afgekort het KNS, in de Minderbroedersstraat. In 1944 viel er op de school een V-bom. Gelukkig was op de hoek van de straat een groot herenhuis vrij. Dat deed daarna meerdere jaren dienst als normaalschool.”

“En terwijl jij daar studeerde, zat ik in die lagere school. Als jong manneke vond ik het leuk dat normalisten kwamen lesgeven”, zei ik. “Jou herken ik niet meer. Maar wat heeft dat allemaal te maken met die brief?”

“Bij de normalisten in de Minderbroederstraat waren er veel die van ver buiten de stad kwamen. De Katholieke Normaalschool had een goede naam. De nieuwe normalisten kregen onmiddellijk een lijstje met namen van straten die voor hen verboden waren.”

“Ze mochten daar de meisjes niet achter de ramen zien zitten”, grinnikte ik.

“Het leuke was dat één van mijn klasgenoten in de buurt van de school woonde. Hij mocht daar wel komen, want anders kon hij van thuis nooit op de school geraken. Nadat ik in de normaalschool was afgestudeerd, werd ik onderwijzer in een Antwerpse parochiale school. Later verhuisde de Katholieke Normaalschool naar de VIIde Olympiadelaan en kreeg ze een nieuwe naam: PIUS X. Natuurlijk konden de normalisten niet meer gaan oefenen in de parochiale jongensschool van Sint-Paulus. Vrij vlug kwam in PIUS X een lagere oefenschool. Na twaalf jaar dienst kreeg ik, als een soort van opwaardering, daar een plaats. Ik kreeg de taak mee te helpen bij het opleiden van normalisten.”

“Mooie vooruitgang.”

“In deze brief staat dat honderd jaar PIUS X wordt gevierd. Kreeg ik die brief omdat ik afstudeerde aan de Katholieke Normaalschool, of omdat ik later ook in PIUS X heb gewerkt?”, vroeg hij. “PIUS X gebruikt de levensjaren van de oude Katholieke Normaalschool om aan honderd te komen. KNS’ers voelen zich niet echt PIUS X’ers. Maar kom, het is mooi meegenomen. Voor de viering kwam een speciale kledij, een ‘hoodie’ met erop: HONDERD.”

Bij die woorden trok hij een bedenkelijk gezicht.

“Er scheelt iets”, stelde ik vast.

“Een ‘hoodie’ is een soort vest. Achteraan hangt een kap die men over het hoofd kan trekken. In mijn buurt lopen veel gasten van het gekende type met een ‘hoodie’. Je weet wel wie ik bedoel. Zij gebruiken die kap om niet herkend te worden bij wat ze doen, snap je? Zie ik ’s avonds drie kerels met zo’n hoodie, dan steek ik de straat over. Geef mij maar een T-shirt met HONDERD erop.”

TdW