“Europa??? Frankrijk treitert de Frans-Vlamingen”

Cyriel Moeyaert is taalwetenschapper, schrijver en priester. Hij laakt de passiviteit van de jongste Vlaamse regeringen aangaande het Nederlands en de Vlamingen over de grenzen. De Franse staat blijft, ondanks zijn Europese gebabbel, betreffende hun taal en cultuur de Vlaamse Fransen treiteren. Cyriel Moeyaert weet waarover hij spreekt: hij werkt aan een derde Frans-Vlaams woordenboek. Op 18 oktober ontvangt hij de Erepenning 2015 van de Marnixring.

2015-40_11_Praten met Cyriel Moeyaert (Medium)De Frans-Vlaamse gemeente Steenvoorde en de stad Hondschote liggen voor de Vlamingen van Facebook, Twitter en Instagram verder van hun bed dan Silicon Valley en Beijing. Kortbij begonnen de beeldenstorm en de godsdienstoorlog ten tijde van de geuzen. Een gemeenschap zonder wortels is onvolwassen, gebakken lucht, klaar voor de zelfvernietiging, meent Moeyaert: “De groenen vechten voor de minste struik en mus, maar waar het de taal, de cultuur en de traditie betreft is hun parool: weg met ons. De combinatie van groen beleid en progressiviteit is tegennatuurlijk, want de oorsprong van de ecologische stroming is koesterend en beschermend, ook voor de taal en de cultuur.”

Op zijn 95ste is Moeyaert frisser, meer visionair, en sterker onderlegd dan het merendeel van de jonkies met hun iPhone en LinkedIn-maniertjes: “Frans-Vlaamse soldaten van het Franse leger die werden weggevoerd tijdens de Tweede Wereldoorlog naar boerenhovingen in Oost-Pruisen, vandaag Polen, vertelden mij bij hun terugkeer dat hun dialect perfect werd begrepen door de plattelanders voorbij de Oder tot in Rastenburg en Lötzen.”

Sint-Jan-Ter-Biezen, bij het poëtendorp Watou, blikt aan de schreve naar Frans-Vlaanderen. Het ligt gedrapeerd rond een kerkje, met annex de lage woning met boeken, bloemen, hagen en kippen van taalkundige Cyriel Moeyaert. Hij woont er als een heuse parochiepape (pastoor) in de prestraige (pastorie). Taalgoochelaars zijn voorbestemd voor een lang leven: Cyriel Moeyaert werd 95 in mei, en zijn goede vriend, de Nederlandse flamingant dr. Piet Paardekooper, was 92 toen hij in de lente van 2013 overleed. Paardekooper pendelde tussen Kortrijk en Nederland, en het Vlaams van Frankrijk beroerde ook deze linguïst. Bij de Moeyaerts ruist de inkt door de aderen: jeugdauteur Bart is familie van Cyriel Moeyaert. De foto van Bart en zijn zes broers op de achterflap van “Broere”, zijn bekendste en meest persoonlijke boek, is van oudoom Cyriel.

De nazomerse zon schijnt over Sint-Jan-ter-Biezen. De senior van de clan-Moeyaert bakt zijn eigen brood, studeert ganser dagen, opent zelf de deur voor zijn gasten, zet koffie, schotelt koekjes voor, trekt mappen uit de kasten, fotokopieert gezwind en is bijlange niet rijp voor een seniorie. Zijn Nederlands is welluidend en verzorgd, zoals het past voor een Groot-Nederlandse intellectueel.

‘t Pallieterke: De Standaard en het Davidsfonds doen met hun recente Vlaams-Belgische woordenboeken aan taalparticularisme. Keren zij zich af van het standaard-Nederlands, neen, ja?

Cyriel Moeyaert (heftig): “Ja. Het is schandalig dat de eerste krant en het eerste cultuurfonds van Vlaanderen die richting inslaan. Zij willen los van Nederland, van de standaardtaal en ik zie daarin een belgicistisch manoeuvre. Het Nederlands is één en ondeelbaar van het Nauw van Kales tot de aan de Eems bij Delfzijl. Mijn liefde voor de dialecten is wetenschappelijk en lyrisch van aard, en nooit een ruk of heimwee naar het taalparticularisme à la Guido Gezelle. Met Erik Vandewalle toerde ik weken door Frans-Vlaanderen; ik met de brommer, hij met de fiets, om dorp na dorp Vlaamsche woorden te sprokkelen en Nederlandse opschriften te ontdekken. Wij brachten verslag uit bij dr. Paardekooper en die informeerde André Demedts, en zo ging de bal aan het rollen voor mijn woordenboeken. Wij reisden om de taalliefde en de taalwetenschap, niet om de dialectologie in te voeren in de standaardtaal.”

‘t Pallieterke: en het Nederlands in Frans-Vlaanderen?

Cyriel Moeyaert: “Eerst een anekdote. De conservator van het museum van de Slag aan de Peene in Noordpene woont in het Franse Sint-Omaars; dagelijks reed hij zijn dochtertje naar de school in het Vlaamse Abele om haar goed Nederlands te doen leren. Dergelijke belangstelling is geen uitzondering. Op dit ogenblik zijn er acht Frans-Vlaamse kinderen scholier in de Abeelse school. Je kan vandaag, met het internet als klaslokaal, moeilijk precies meten hoeveel Frans-Vlamingen het Nederlands herontdekken, aanleren. Het verenigingsleven over de schreve verschraalt, zoals het dat overal doet, en dat bevordert niet de gezondheid van de taal van Frans-Vlaanderen. De grootste handicap is het ontbreken van degelijk taalonderwijs Nederlands in de lagere scholen van dat gewest. Dit is een linguïcide door de Franse staat. Bij de Franse Revolutie van 1792 sprak driekwart van Frankrijk geen Frans. De centralistische, jakobijnse overheid in Parijs gaat reeds twee eeuwen onverminderd door met het versmachten van de minderheidstalen van Frankrijk. En Europa??? Wel, Parijs heeft er de mond van vol, echter, in eigen land doodt het de taaldiversiteit. In tegenstelling tot die linguïcide leeft de Vlaamsheid van de burgers verder, want, je vindt hier op 11 juli per vierkante meter meer Vlaamse Leeuwen aan de gevels dan, om maar iets te noemen, in de Kempen, waar mijn vriend Wido Bourel woont en werkt. Frans-Vlaamse vrienden en correspondenten schrijven mij in het Frans en openen en sluiten hun brieven en e-berichten met Beste Vriend en Veel Groeten. De liefde voor het Nederlands zieltoogt dus niet. Een lichtpunt is, en zo zijn er ettelijke, het jonge Musée de Flandre in Kassel. Dat is zeer verzorgd, organiseert levendige tentoonstellingen en is tweetalig. Zevenhonderd Vlaamse naamborden zijn aangebracht met geld van EUVO, de vereniging Europa der Volkeren. Het genootschap IJzer Hoek, genoemd naar de wijk aan bron van de IJzer, verzorgt de landschappen, de kapellen en de hoeven van Frans-Vlaanderen. Ook organiseert dat genootschap buitenschoolse cursussen Nederlands en Vlaamsch. De Michiel de Swaenkring strijdt voor het Nederlands in Frans-Vlaanderen, en er zijn zanggroepen. Het Duinkerkse Reuzekoor, bijvoorbeeld, heeft heel wat platen met liederen uit de Coussemaker gepubliceerd. Het Comité Flamand de France geeft jaarboeken en een mooi tijdschrift uit en voert als leuze, sedert 1853, “Moedertael en Vaderland”. Het Komitee voor Frans-Vlaanderen houdt stand met het Huis van het Nederlands in Belle en organiseert cursussen Nederlands en de Taalprijsvraag. De vzw Zannekin publiceert een belangwekkend jaarboek en teksten over de geschiedenis van Frans-Vlaanderen. En de lijst van initiatieven is daarmee niet ten einde.”

‘t Pallieterke: de jongste Vlaamse regeringen verwaarloosden de Vlamingen in het buitenland. Ze kennen Frans-Vlaanderen niet…

Cyriel Moeyaert: “Hoe dichter de Vlaamsgezinden bij de macht geraken, en dat is vandaag een feit, hoe minder zij belangstelling opbrengen voor de Vlamingen in de diaspora en voor een probleemgebied als Frans-Vlaanderen. Het is alsof men beschaamt is zich met die “folklore” in te laten. Binnenlandse Zaken, Defensie en Financiën leiden is klaarblijkelijk van een hogere orde en mannelijker dan het aloude taaleigen steunen. De militanten en vrijwilligers van het Franse Vlaanderen krijgen wel waardering maar amper steun van het zogezegd Vlaamsere Vlaanderen. Waar is de tijd van Lode Craeybeckx, socialist, burgemeester van Antwerpen en cultuurflamingant, die de politiek huldigde, en dat publiekelijk vertelde, dat hij ook Frans-Vlaanderen niet losliet. De Vlaamse verenigingen in Noord-Frankrijk kregen geld en morele steun van die man. Meer in het algemeen is de Vlaamse Beweging provincialistischer geworden en mist zij een visie op de Vlaamse cultuurpolitiek, onder meer in het buitenland.”

‘t Pallieterke: Ons Erfdeel houdt stand?

Cyriel Moeyaert: “Ja en neen. Ja, omdat het mooi en intens aandacht heeft voor de Nederlandse taal en cultuur; neen, omdat de geest van stichter Deleu verdween. Ik vind zeer weinig terug van zijn liefde voor Frans-Vlaanderen, van de taalpolitieke bekommernis die hem dreef in de beginjaren, want Ons Erfdeel werd een algemeen cultuurtijdschrift. Luc Devoldere, de opvolger van Deleu, getuigt wel, en dat siert hem, in het nieuwe essaybundel “Tegen de kruideniers” over zijn verbondenheid met Vlaanderen en België, en oordeelt dat kosmopolitisme, zoals het beleden wordt in Nederland, leidt tot onverschilligheid. Daarvoor volg ik hem. Het tijdschrift Vlaanderen, begonnen en sterk in West-Vlaanderen, verloor, met uitzondering van soms een themanummer over Frans-Vlaanderen, zijn sympathie voor de Franse Vlamingen.”

‘t Pallieterke: Frankrijk is vandaag verdraagzaam voor zijn minderheden en koketteert daarmee.

Cyriel Moeyaert (kijkt spottend): “Zo… Daar merk ik weinig van. De regering betaalt in Frans-Vlaanderen voor het onderwijs van het Vlaamsch in een viertal scholen. Dat is alles. Zij promoot bewust het Vlaamse dialect en miskent de standaardtaal Nederlands. Dat stemt overeen met het ijveren van Frankrijk en Franstalige Luxemburgers voor het Letzeburgisch, een Rijnlands dialect van het Duits. Een dialect is een geheimtaal voor kleine groepen, dus ongevaarlijker dan de cultuurtaal waar het dialect mee verwant is. Overigens, het Frans-Vlaams is het oudste Nederlandse dialect, sterk verwant met het Engels en op linguïstisch gebied belangrijk. Piet Paardekoper, die het bestudeerde, beaamde dat. Voor het materiële erfgoed van een streek is Frankrijk vandaag coulanter, niet voor het immateriële erfgoed, zijnde de taal en de cultuur. Frankrijk is en blijft jakobijns en speelt het handig, door het afzwakken van de cultuurtalen op zijn grondgebied. Dat is tegen de letter en de geest van de Europese en de internationale verdragen, maar die respecteert Parijs niet. Men moet mij de officiële Fransen niet leren kennen.”

Frans Crols


Strijd tegen “les boches”

Frankrijk vervolgde venijnig een voorganger van Cyriel Moeyaert, priester en taalijveraar Jean-Marie Gantois, want hij zou zijn liefde voor “les boches” getoond hebben. Dat besmette de strijd voor het Nederlands en de Nederlandse cultuur in Frans-Vlaanderen. Juist?

Cyriel Moeyaert (vinnig): “Hij werd over de ganse lijn vrijgesproken. De Frans-Vlaming en Groot-Nederlander Jean-Marie Gantois was geen pétainist, geen collaborateur, lokte geen Fransen naar het oostfront, en hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog louter cultureel en taalkundig actief. Ondanks die feiten, die iedereen in de streek kende, werd hij inderdaad aangeklaagd in 1945. Dat had meer te maken met de scheuring van Frankrijk in een door de Duitsers bezet gedeelte en het niet-bezette Vichy, door de samenwerking van de bejubelde landsvader Pétain van Vichy met de nationaalsocialisten. Dat had meer te maken met de Résistance en de Vrije Fransen van generaal De Gaulle dan met de daden en de gedachten van priester Gantois. Frankrijk had zoveel te verbergen, was zo schijnheilig en ongelukkig over zijn oorlogstijd dat het iedere intellectueel van de minderheden vervolgde die ook maar één habbekrats kon verweten worden. In de Elzas werden activisten van de Duitse streektaal zonder pardon gefusilleerd en dat werd eveneens gevreesd voor Gantois. Hij ontsnapte aan dat lot. Gantois sloot zich door zelfstudie aan bij de Vlaamse Beweging. In 1924 stichtte hij, samen met enkele seminaristen, het Vlaamsch Verbond van Frankrijk. Gantois was de motor van jaarlijkse congressen en taalkundige bijeenkomsten. Tevens was hij redacteur van “Le Lion de Flandre” en “De Torrewachter”. In 1942 verscheen zijn boek “Hoe ik mijn taal en volk terugvond”. Ik koester in mijn huis de collectie van “Le Lion de Flandre”. Gantois moest boeten voor zijn Vlaamse aard, want zoiets pikt het officiële Frankrijk nooit.”


 

Wat schreef Cyriel Moeyaert?

Wido Bourel is een Frans-Vlaming van Kaaster en een publicist. Hij leerde Nederlands, woont in het Kempense Bouwen, leidt een postorderbedrijf in Tongeren en verspreidt, met veel enthousiasme, informatie over zijn geboortestreek, met www.widopedia.eu. Ondernemer Bourel is nauw bevriend met Moeyaert en schreef voor zijn 95ste verjaardag een fraai gedenkschrift: “Cyriel is bezeten van de Nederlandse taal. Als leraar in Izegem richt hij ANB-kernen op en hij is vol van het nieuwe ontledingssysteem van de taalkundige P.C. Paardekooper, professor aan de Kulak in Kortrijk, met wie hij een jarenlange kameraadschap en professionele vriendschap opbouwt. Samen publiceren zij de Beknopte ABN-spraakkunst, met elf herdrukken zowat het meest succesvolle boek van uitgeverij De Standaard. Hij verdedigt vurig het ABN en hij ziet geen conflict met zijn liefde voor de dialecten. Want, zegt hij, de Frans-Vlaamse streektaal is een schatkamer van het Nederlands… Cyriel Moeyaert is geen kamergeleerde. Voor zijn dialectstudies doorkruist hij reeds meer dan een halve eeuw Frans-Vlaanderen. In de traditie van Guido Gezelle, Leonard de Bo en Willem Pée. Hij spreekt met de mensen, bouwt vertrouwen op, luistert en noteert merkwaardige woorden en uitdrukkingen. Er kwam een heus Woordenboek van het Frans-Vlaams, in 2005, na jarenlange deelpublicaties in tijdschriften. Het is de som van decennialang gevoerde gesprekken met meer dan 250 Frans-Vlamingen, van Oostkapel aan de schreve tot Tatingem in Vlaams-Artesië. Van mijn vader staat er het woord stouthals in, een middeleeuwse vondst voor waaghals.”

In boekvorm publiceerde Cyriel Moeyaert acht werken, alleen of met medeschrijvers. In 2005 nam het Davidsfonds de eerste druk van het Woordenboek van het Frans-Vlaams op zich. De tweede druk volgde in 2012 in eigen beheer en de linguïst werkt in zijn woonplecke (woning) naarstig aan een nieuwe aanvulling.


Waar en wanneer?

De feestelijke plechtigheid, ingericht door Marnixring Mechelen Gaston Feremans en Marnixring Land van Playsantië, gaat door op zondag 18 oktober in de Salons Van Dijck in Mechelen. Start om 10.15 uur. Iedereen is welkom, maar voorafgaandelijk aanmelden is noodzakelijk. Wido Bourel spreekt de laudatio uit. Minister-president Geert Bourgeois, zelf oud-leerling van Moeyaert, is gastspreker.

Alle informatie via www.marnixring.org of via r.appermont01@telenet.be