Michel Onfray naar de slachtbank

Op 11 september gaf de linkse filosoof Michel Onfray een interview aan Le Figaro. Titel van het artikel: “We criminaliseren iedereen die zich vragen stelt bij de migranten”. Onfray heeft er geen probleem mee om te zeggen dat we momenteel een soort van ‘einde van de beschaving’ meemaken met het voortdurende dreigement van het terrorisme en de exodus van mensen die het oorlogsgeweld ontvluchten.

De filosoof neemt het in het interview ook op voor wat hij het volk ‘old school’ noemt, de gewone Fransman, waarvan vroeger velen voor de Parti Communiste stemden en nu zijn overgeheld naar het Front national van Marine le Pen. Het zijn “de landbouwer die failliet gaat, de langdurig werkloze, de jonge gediplomeerde zonder werk, de alleenstaande moeder, de kassierster die aan het minimumloon werkt, de gepensioneerde die moet overleven met een klein pensioen.” Onfray is er voorstander van dat geld wordt vrijgemaakt voor vluchtelingen maar begrijpt dat de gewone Fransman geërgerd is dat er voor hem niets overblijft. Onfray: “Als ik dat zeg, is dat niet obsceen. Dat is geen xenofobie.”

De bobo’s, erfgenamen van mei ‘68

De linkerzijde en de Franse linkse pers, met Libération voorop, zagen dat anders. Onfray werd door de linkerzijde naar de slachtbank gevoerd. Hij zou met zijn interviews Marine le Pen een steuntje in de rug geven. Kortom, de linkse filosoof Onfray, flirt met extreemrechts. In Libération werd het interview onderworpen aan een grondige exegese en de conclusie was duidelijk: Onfray is een cryptofascist. Ook al omdat hij in het interview had gezegd dat “foto’s wel eens gemanipuleerd kunnen worden” verwijzend naar de beelden van de verdronken Aylan op een Turks strand.

De excommunicatie van Onfray gebeurde vooral door de bourgeois-bohémien-kringen in Parijs, de welstellende linkerzijde die zichzelf kosmopoliet en moreel superieur vindt, want zij bestrijden het toenemende racisme. Uitgenodigd door het France 2-bobo-programma ‘On n’est pas couché’ moest hij zich voor een soort kaviaarsocialistische oppositie gaan verdedigen.

Onfray krijgt van die groep bobo’s in zekere zin de kritiek waar hij op uit was, want hij is van oordeel dat die hautaine linkerzijde veel Fransen in de armen van het Front national duwt. Sinds mei ’68, zo stelt Onfray, heeft links het gewone volk laten vallen om zich nog enkel bezig te houden met ‘les marges’, groepen in de marge die verdrukt werden en moesten meegetrokken worden in de vaart der volkeren. Onfray noemt ze: de vluchtelingen, de Palestijnen, de homoseksuelen, de hermafrodieten, de gevangenen… Deze stellingen zetten hem volgens linkse media op dezelfde lijn als Marine le Pen.

Geen conservatieve denker

Onfray wordt daarmee in de hoek geduwd van de “verbrande”  en  “populistische” intellectuelen als Eric Zemmour en Alain Finkielkraut. Wat eigenlijk niet klopt. Onfray is en blijft een uitgesproken linkse intellectueel, ook al wordt hij vaak gezien als de Franse filosoof die het dichtst bij Friedrich Nietzsche staat. Onfray, die al zo’n honderd boeken geschreven heeft, staat bekend als atheïst, materialist en hedonist. Niet meteen de politieke stroming van Marine le Pen. Onfray is geen conservatieve denker.

Economisch situeert hij zich duidelijk links. Hij kiest voor een economisch discours dat heimwee heeft naar een protectionistisch Frankrijk dat zijn ding doet los van wat er op de internationale markten gebeurt. Onfray kan zich terugvinden in het radicaal-linkse programma van PS en Parti Communiste van eind de jaren zeventig, ingevoerd door François Mitterrand vanaf 1981. Nationaliseringen, arbeidsduurverkorting, hogere uitkeringen,… Onder druk van de financiële markten moest Frankrijk dat beleid in 1983 echter radicaal bijsturen. In de ogen van Onfray is links sindsdien verkocht aan het kapitalisme. Ook in de huidige vluchtelingencrisis ziet hij de hand van het kapitalisme. Volgens Onfray verwelkomt Angela Merkel al die asielzoekers omdat het goedkope arbeidskrachten zijn en de lonen op die manier laag kunnen worden gehouden. Onfray verzet zich ook tegen de ‘economisering’ van het onderwijs waarbij het programmeren van een computer belangrijker wordt dan de les geschiedenis.

Tegen BHL

Onfray haat de linkerzijde die het liberalisme omarmd heeft. Niet alleen het economische liberalisme, ook het internationale liberalisme dat zweert bij de mensenrechten. Onfray wijst met een beschuldigende vinger naar intellectuelen als Bernard-Henri Lévy (BHL) die interventies zoals het bombarderen van Libië moreel gelegitimeerd hebben als een strijd om de mensenrechten. Voor Onfray is het duidelijk: oorlogen in naam van de mensenrechten zijn een alibi om eigenlijk aan pure machtspolitiek te doen. De anarchie in Afrika en het Midden-Oosten is volgens hem enkel en alleen gecreëerd door het Westen. Met die kritiek sluit hij ook dicht aan bij Marine le Pen. Maar dat maakt van hem uiteraard nog geen FN-adept. Verre van.

Salan