“Brussels agreement”

Op 25 augustus bereikten de Servische premier Aleksandar Vucic en de Kosovaarse premier Isa Mustafa in Brussel een akkoord over de aanpak van enkele sleutelproblemen, die de relatie tussen hun landen én de relatie tussen de Albanese meerderheid en de Servische minderheid in Kosovo moet verbeteren. Federica Mogherini, de Italiaanse Hoge Buitenlandvertegenwoordiger van de Europese Unie, kan het akkoord op haar palmares schrijven. Al vrezen wij dat het water van de Ibar, de natuurlijke scheidingslijn tussen de Servische gemeenten in het noorden van Kosovo en de rest van het land, nog altijd heel diep is.

In feite is het akkoord de verdere implementatie van het zogenaamde ‘Brussels Agreement’ van april 2013, waarbij aan de gemeenten met een Servische meerderheid in Kosovo een verregaande autonomie werd beloofd, in een vereniging van Servische gemeenten met een eigen parlement en zelfs een eigen vlag. Thans is er een 22-puntenplan waarover Servië en Kosovo het eens zijn en waarmee beide landen, als beloning, op lange termijn uitzicht krijgen op het zo begeerde lidmaatschap van de al veel te grote EU-club.

Paradijs voor criminelen

Of het akkoord op het terrein veel zal veranderen, is zeer de vraag. Expats van de mislukte Europese missie EULEX – daar hebben wij het een andere keer over – weten maar al te goed dat noch de Servische regering en wetshandhavers, noch de Kosovaarse regering en wetshandhavers sinds de afscheiding in 2008 enige impact hadden op het noorden van Kosovo: internationale politiemensen mochten er niet opereren, Kosovaarse al zeker niet, en Servië hield zich wijselijk afzijdig omwille van de lonkende EU. Zo is het centrum van de Balkan sinds enkel jaren een paradijs voor criminelen, die hun activiteiten vooral richten op de handel van in West-Europa gestolen auto’s, witwassen, drugstrafiek, petroleumfraude, wapenhandel, vrouwenhandel en mensensmokkel in het algemeen.

Dezelfde criminelen, die tot op heden ook in de lokale politiek de touwtjes stevig in handen hebben, krijgen nu onder druk van Europa een vrijstaat waar weinig zal veranderen. Behoudens enkele kleine succesjes tegen autodieven, drugs- en mensensmokkelaars, zijn de Kosovaarse politie (KP) en de EU-politie tot dusver machteloos gebleken. Groots opgezette operaties om enige orde te scheppen in het noorden of om enkele topcriminelen te arresteren, werden systematisch afgeblazen omwille van ‘te groot risico’ of omwille van spontane wegblokkades die door de lokale bevolking werden opgericht om optredende politieambtenaren de terugkeer naar hun basis te ontzeggen.

Anderhalf jaar geleden werd een Litouwse EU-politieman op weg naar zijn post koelbloedig doodgeschoten. Een oproep aan de plaatselijke bevolking om mee te helpen om de vermoedelijk Servische dader(s) te identificeren, bleef onbeantwoord. Nochtans kent iedereen er vrijwel iedereen.

Ook onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit lopen systematisch fout. Bij een onderzoek in 2014 naar een belangrijke groep fraudeurs met petroleumproducten is gebleken dat Albanese en Servische criminelen wél de beste maatjes kunnen zijn en op elkaars terrein komen. Kan het ook anders, als de meeste politieke figuren in Kosovo rechtstreeks banden hebben met de georganiseerde criminaliteit, zoals blijkt uit het rapport dat de Zwitser Dick Marty voor de Raad van Europa heeft opgesteld? Het ging vooral om organenhandel tijdens de oorlog in 1998-1999, maar in de marge van dat rapport blijkt dat de Zwitser niet kan begrijpen waarom de internationale gemeenschap – Europa en de VSA op kop – de hand boven het hoofd blijft houden van mensen die onmiskenbaar oorlogsmisdaden hebben begaan, corrupt zijn en verbonden zijn met alle vormen van criminaliteit in de regio.

Wapenhandel, drugshandel en mensensmokkel

Het lijkt erop dat de overeenkomst over de toekenning van een sterke autonomie aan Noord-Kosovo in de toekomst de schurkenreputatie van het ganse land nog zal versterken. Westerse inlichtingdiensten weten maar al te goed dat Kosovo een belangrijke draaischijf is voor wapenhandel, drugssmokkel en mensensmokkel (Balkanroute). De lekke grenzen zijn daaraan niet vreemd. Het ziet er evenmin naar uit dat de toekomstige politieke leiders uit Noord-Kosovo zich zomaar zullen neerleggen bij alle beslissingen van Pristina of van een Kosovaarse rechtbank. Zoals gezegd, de Ibar is daarvoor nog te diep. Er is nog te veel etnische haat en er moeten nog te veel oorlogsmisdadigers worden berecht. En van die oorlogsmisdadigers zitten de meesten toevallig in lokale besturen, de regering of het parlement.

Kosovaarse diaspora

Of de Kosovaren met het akkoord gelukkiger zullen worden, is een al even onbekende factor. Vrijwel iedereen wil er weg. Kosovaarse Albanezen vragen nu, tot grote vreugde van Belgrado, terug een paspoort aan bij de vroeger zo gehate Serviërs, om makkelijker een visum te krijgen voor de Schengenlanden. Volgens Eurostat, het EU-bureau voor statistiek in Luxemburg, waren 26 procent van alle asielzoekers in het eerste kwartaal van dit jaar Kosovaren, 3 procent waren Serviërs. Die cijfers zullen door de recente ontwikkelingen mogelijk achterhaald zijn, maar dat het vooral om economische vluchtelingen gaat, spreekt voor zich. Velen proberen illegaal de EU binnen te komen omdat er al een grote Kosovaarse diaspora is in Duitsland, Zweden en de Benelux-landen. Iedere familie kent wel iemand in Duisburg of Antwerpen, waar men dan terechtkan. Het valt te vrezen dat de EU met Servië en Kosovo op termijn alweer een economische puinhoop en heel wat criminaliteit zal binnenhalen.

Wij hebben het dan nog niet over het feit dat Kosovo van alle  Europese landen proportioneel één van de belangrijkste leveranciers is van IS-strijders. Velen zijn al teruggekeerd, ook naar het nabije Bosnië-Herzegovina. De meesten bevinden zich niet in de gevangenis en ze zijn zeker niet bekeerd tot het christendom. Met de Balkan erbij wacht Europa beslist een schitterende toekomst.

RIRO