Dit wordt woeliger dan de Wende

De paniek groeit. De in september plots tot activiteit ontwaakte Angela Merkel heeft slapende honden wakker geschopt. Duidelijker met de dag wordt dat Duitsland door de vluchtelingencrisis meer dreigt te veranderen dan door de Wende, de vreedzame revolutie in 1989-1990 in de DDR – Oost-Duitsland – die leidde tot de val van de Muur en de hereniging van de twee naoorlogse Duitslanden. Vijfentwintig jaar geleden, zoals voormalig kanselier Willy Brandt toen zei, was de opdracht “om wat samen hoorde samen te laten groeien”. Op 3 oktober liet president Gauck, net als Merkel een ex-DDR-burger, horen dat de uitdaging vandaag veel groter is, want “wij moeten nu laten samengroeien wat tot nu toe niet samen hoorde”. De Duitse burgers vragen zich deels verbitterd en zeker verontrust af of de gelijkheid van man en vrouw, de secularisering, de scheiding van staat en religie, de bijzondere verantwoordelijkheid van hun land voor de Joden en Israël door de miljoenen Nieuwe Duitsers (laten wij hen vriendelijk en gemakshalve zo noemen, maar zo Duits zullen die nieuwelingen niet zijn, hoewel zij zich massaal nestelen tussen Rijn en Oder) zal gedeeld worden. Als Duitsland ontduitst, en een soort Midden-Europees Brazilië wordt, dan vallen er eveneens in Brussel, Antwerpen, Gent en Brugge brokken. Voorlopig ontbreekt in Duitsland, in tegenstelling tot Frankrijk, Nederland en Vlaanderen, een rechts-radicale partij die naam waardig, maar de bouwstenen zijn er (Pegida, AfD, NPD, Junge Freiheit…).

Botho Strauss

Wie wakker is geschoten en vanuit het landelijke en bosrijke Uckermark ten noorden van Berlijn zijn stem verheft, is Botho Strauss. In 1993 werd de theaterauteur een politieke profeet door in Der Spiegel, niet bepaald zijn blad, maar het drukte de tekst af, het essay “Anschwellender Bockgesang” te publiceren. Botho Strauss, 70, recidiveert met het opstel “Der letzte Deutsche”, een treurzang over het verbrokkelen, verwasemen en verdwijnen van het vaderland dat hij kende en liefheeft. Hij weent: “Jenen Raum der Ueberlieferung von Herder bis Musil wollte noch niemand retten.” Nog een zin: “Dank der Einwanderung der Entwurzelten wird endlich Schluss sein met der Nation und einschliesslich einer Nationalliteratur.” (Dankzij de inwijking van de ontwortelden wordt eindelijk een punt gezet achter de natie en hierbij meegerekend de nationale literatuur.) Over de haat van de rechts-radicalen en hun vuur en pek tegen de asielzoekerscentra oordeelt Strauss: “Het is vooral een ongecontroleerde reactie op “das Vakuumempfinden” (het ervaren van een vacuüm) dat “die Politik” het volk aandoet.” De bewindslui tonen zwakte, zij wijken uit in gefladder.

Is dat tweede stuk een aanzet tot een tweede Botho Strauss-debat zoals in 1993-1994? Voorlopig niet. Voor het begrijpen van de tweede politieke verhandeling van de schrijver is een terugblik boeiend. Met “Schlusschor” van 1991 leverde hij commentaar op de hereniging (na de Wende). De dichter, criticus en toneelauteur bracht Duitsland aan de kook met zijn roemruchte essay “Anschwellender Bockgesang” van 8 februari 1993, waarin hij zich openlijk “rechts” noemde (de mode van mei ’68 had hij al langer afgezworen) en een aanval opende op linkse intellectuelen. De eerste reacties waren overwegend negatief, daarna volgden pogingen om dat essay in het geheel van het werk van Strauss te plaatsen en de derde fase was de publicatie van het essay in het vuistdikke boek “Die Selbtsbewuste Nation” (1994).

De zelfbewuste natie

“Die Selbstbewuste Nation” omringde instemmend met artikelen van rechts-conservatieve en ex-sociaaldemocratische publicisten het Spiegel-essay van de neonationalist en onbeschaamde Duitser die Botho Strauss zich van dan af noemde. Hij uitte scherpe kritiek op de idealen van links en bekende zich tot een Duits Nieuw Rechts: “Rechts zu sein, das ist, die Uebermacht einer Erinnerung zu erleben, die den Menschen ergreift.” Hij verzette zich tegen de totale overheersing van het nu, die de wortels in het verleden en de traditie ontkent. Botho Strauss wees op het gevaar van de consumerende massa en schoof de schuld van de in zijn ogen doorgeslagen liberale cultuur met haar antiautoritaire manier van opvoeden en taboedoorbrekende gedrag in de schoenen van links. Hij hield een pleidooi voor het mythische en het lijden, zoals dat ooit door dichters en denkers als Nietzsche en Hölderlin was uitgedragen. Strauss’ essay hoort bij de lange traditie van de cultuurkritiek op het materialisme en rakelde opnieuw de spanning op, voornamelijk in zijn vaderland, tussen Kultur en Zivilisation, Gemeinschaft en Gesellschaft.

De maatschappij waarin wij leven werd en wordt, cf. zijn tweede essay, door ondermijnende krachten bedreigd. Strauss schreef het nummer één in 1993, toen de aanslagen op asielcentra in de voormalige DDR een hoogtepunt bereikten. De toortsen branden opnieuw, nu in gans Duitsland.

Kurt Ruegen