“Spreek uw taal met zij die Nederlands leren”

De jaarlijkse uitreiking van de Erepenning Albert de Cuyper door het Vlaams Komitee Brussel (VKB) is een uitgelezen moment om stil te staan bij een aspect van onze taal in Brussel en de relatie van Vlaanderen met zijn hoofdstad. Met het vieren van de voormalige directeur van het Huis van het Nederlands, Gunther van Neste, vormde deze editie geen uitzondering op de regel.

Wie zich dienstig heeft gemaakt voor het Nederlands in Brussel en/of de band Brussel-Vlaanderen komt in aanmerking voor de erepenning, wat zich vertaalt in een erelijst van laureaten met een wel erg diverse achtergrond. De ene naam al wat bekender dan de andere.

In haar deskundig oordeel koos de ‘vakjury’ dit jaar voor Gunther van Neste, sinds enkele maanden operationeel directeur van het Agentschap voor Integratie en Inburgering, maar in een recent verleden stond hij aan het hoofd van het Huis van het Nederlands. De laudatio lag in handen van Els Witte, professor emeritus aan de VUB, en zonder meer bekender dan het feestvarken.

Op zich is het gebruikelijk dat op momenten als deze de loftrompet geblazen wordt, maar het gevaar van overkill schuilt permanent om de hoek. Uiteraard is het Huis van het Nederlands een nuttige instelling dat op een mooie staat van dienst kan terugblikken. Maar om nu te beweren, zoals Els Witte deed, dat de impact op Brussel de voorbije tien jaar even groot was als de rol die het Nederlandstalig onderwijs speelt, tja… We zullen de overdrijving maar op conto van een zeker feestroes schrijven, zeker?

Het verhaal dat Van Neste bracht, was zowat hetgeen enkele dagen eerder in een interview met Brussel deze Week verscheen. Taal, zo onderstreept hij, is in Brussel vooral een functioneel gegeven. Voor ons betekent de opdeling Vlaams en Franstalig iets, maar niet voor de meeste nieuwkomers. “Als je het Nederlands in deze stad als iets louter identitairs blijft zien, dan kom je al gauw uit bij een verengde Vlaamse gemeenschap. Terwijl het Nederlands in deze stad in de toekomst vooral zal gesproken worden door mensen van vreemde origine.” Wel begrijpen ze dat kennis van het Nederlands vaak het verschil maakt tussen slagen of falen in deze stad, en dan zeker op de arbeidsmarkt. Tot slot een boodschap voor die Vlaming uit het hinterland, om hem zo te noemen: “Spreek alstublieft Nederlands met anderstaligen die Nederlands leren, want het frustreert hen mateloos dat zij zoveel moeite doen om dan steevast in het Frans antwoorden te krijgen.” Zonder meer een belangrijk advies.

KNIN.