De Parijse Commune (2)

Op één week tijd verandert de Commune van aangezicht en reputatie. Ze wordt het symbool voor extreemlinks tot vandaag.

Het Comité de Salut Public

Feitelijk zijn de communards, ondanks hun hoogdravende retoriek, niet meer dan een troep amateurs die onderling vooral veel ruziën en nauwelijks discipline kennen. In theorie kan de Commune in Parijs een beroep doen op 200.000 soldaten van de Nationale Garde, een slecht opgeleide burgermilitie. In de praktijk komen er niet meer dan 60.000 mannen opdagen tijdens wat later “la semaine sanglante” (de bloedige week) heet. De bevelhebbers van die militie kunnen meestal niet met elkaar door één deur en hebben voortdurend conflicten met de politieke leiders. Linkse en extreemlinkse schreeuwers nemen in de Parijse gemeenteraad meer en meer het heft in handen. De sympathisanten voor overleg met de regering, die in Versailles zetelt, worden uitgescholden en bedreigd en ze nemen ontslag. De commune ordonneert nieuwe verkiezingen. Echter, er komen maar 50.000 van de 260.000 ingeschreven kiezers opdagen. Weer wordt er naar de dagen van de revolutie van 1789 gekeken en dus richt men ook deze keer een Comité de Salut Publique op, waar, zoals in de tijd van Robespierre, de extremisten het voor het zeggen hebben. Dit Comité laat opzettelijk 80 gijzelaars uit de burgerij fusilleren zodat de laatste kans om nog te praten met de Franse regering voorbij is. Tegenover de communards staat het regeringsleger, dat zwaar geleden heeft onder de nederlagen tegen de Pruisen, maar nog steeds georganiseerd en vrij gedisciplineerd. De regeringssoldaten zijn bewapend met het beste geweer van de 19de eeuw: de chassepot, de kalasjnikov van die tijd. 130.000 mannen staan klaar om onder het bevel van maarschalk Edmond Patrice, hertog van Magenta, graaf van MacMahon (afstammeling van Ierse katholieke adel), een einde aan de Commune te maken. Juist veertig jaar eerder was luitenant MacMahon één van de Fransen die de Nederlanders uit Antwerpen verjoeg.

De aanval

Op 21 mei 1871 dringt het regeringsleger Parijs binnen. Een regeringsaanhanger wandelt eens rond de muren van Parijs (de huidige beruchte filerijke Périphérique) en noteert netjes waar de bewaking aan de poorten zwak is. Het is zondag en dat is de dag voor “le repos du guerrier”. Aan de Porte de Saint-Cloud, recht tegenover het regeringsleger, is een onbewaakt poortje en de regeringssoldaten betreden zonder probleem Parijs. Het nieuws bereikt die middag de leiders van de Commune die in het Louvre een liefdadigheidsconcert bijwonen. Te laat om spoorslags te reageren. Tegen de avond is het zuidoosten van de stad in handen van de regering. De tweede dag worden de Arc de Triomphe, de Champs Élysées en het Marsveld (waar later de Eiffeltoren verrijst) veroverd. De regeringssoldaten profiteren volop van de transformatie van Parijs onder de vorige prefect Haussmann. Die liet in opdracht van Napoleon III kronkelige straatjes afbreken en vervangen door brede lanen; het leger heeft een vrij schietveld om eventuele revolutionaire rellen neer te slaan. MacMahon profiteert nu van die vooruitziende blik en laat zijn artilleristen zonder gêne kanonnen richten op inderhaast opgerichte barricades. Bij die artilleriebombardementen worden nogal wat burgers gedood en huizenblokken in puin geschoten. Het Comité de Salut Publique reageert met exact dezelfde meedogenloosheid. Opnieuw laat het Comité burgerlijke gijzelaars fusilleren en de Commune gebruikt een nieuw oorlogswapen: brand. De communards steken opzettelijk grote openbare gebouwen in de fik om de aanvallers tegen te houden. Ministeries, het stadhuis en vooral het beroemde koningspaleis de Tuilerieën gaan op in as. De Tuilerieën worden nooit meer heropgebouwd.

Het einde

Reeds op woensdag 24 mei heeft het leger de westelijke helft van Parijs veroverd. Genade wordt niet verleend. Communards die zich overgeven en hun wapens neerleggen, worden ter plekke neergekogeld. Als gewapende mannen vergezeld zijn door hun vrouw of zelfs een kind, krijgen die ook de kogel. Het ziet er benauwd uit voor de Commune en de extreemlinkse leiders denken alleen nog aan wraak. Ze slepen monseigneur Darboy, de gevangengenomen aartsbisschop van Parijs, uit de cel. Darboy is niet conservatief en hij heeft zich tijdens het beleg van Parijs door de Pruisen zeer sociaal opgesteld. Hij is in zijn jonge priesterjaren een overtuigd republikein en tijdens het Vaticaans Concilie van 1870 verzet hij zich tegen het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid. Een wraakzuchtige Pius IX weigert hem dan ook de kardinaalshoed. De Commune heeft hem gegijzeld om hem te ruilen tegen een paar gevangengenomen vertegenwoordigers, maar de regering in Versailles weigert iedere koehandel. Dus zet het Comité de Salut Public monseigneur Darboy, drie priesters en de voorzitter van het Hof van Verbreking tegen de muur. Het is een misdaad die links nog tientallen jaren zuur opbreekt in Frankrijk, want lange tijd publiceren kranten en magazines het portret van de vermoorde prelaat en altijd opnieuw wordt de naam van Darboy opgerakeld als het “rode gevaar” aangeklaagd wordt. Het leger is baas op de grote boulevards, maar botst in het oostelijke deel van de stad in de veel smallere straten op nieuwe barricades, opgericht met karren, koetsen, stenen en bomen. Tussen die barricades is echter nauwelijks communicatie. Niemand van de Commune weet juist waar het leger doorbreekt. Burgers die zich onvoorzichtig op straat wagen om wat proviand in te slaan, botsen soms op regeringssoldaten en worden met wat geluk alleen gearresteerd, maar sommigen eindigen voor het executiepeloton. De vrijdag staat de uitslag van de burgeroorlog vast. Verscheidene leiders van de Commune zijn al gesneuveld of neergeschoten en anderen duiken onder. De harde kern van de communards trekt zich terug in Belleville, het noordoosten van Parijs. Redding is niet meer mogelijk en vluchten kan ook niet, want buiten de muren staan nog Pruisische bezetters, die een akkoord met de Franse regering hebben om gevluchte communards op te pakken en uit te leveren. Op zondag 28 mei valt de laatste barricade en fusilleert het leger nog 150 mannen en vrouwen tegen de muur van het kerkhof Père-Lachaise.

De nasleep

Het leger telt 900 doden. Aan de kant van de Commune sterven 10.000 mensen (niet 30.000 zoals links nog altijd beweert). De repressie is hard: 36.000 arrestaties, onder wie… 538 kinderen. Er zijn 10.000 veroordelingen. Bijna 5.000 mensen worden naar strafkolonies in de Stille Oceaan gestuurd. De regering beslist “de morele orde” te herstellen en laat op de heuvel van Montmartre de basiliek “du Sacré-Coeur” (Heilig Hart) bouwen, nu één van de toeristenvallen van Parijs. Maar de monarchisten in de regering zijn verdeeld en ruziën jarenlang over een vorst, tot bij verkiezingen een republikeinse meerderheid een einde maakt aan de discussie. Frankrijk blijft een republiek. De machthebbers begrijpen dat ze extreemlinks de wapens uit handen slaan door sociale wetgeving, door democratisch links wel in de cenakels van de macht toe te laten en door amnestie voor de communards. In 1880 wordt de spons over de Commune geveegd en gaan de laatste gevangenisdeuren open en keren de ballingen naar huis. Tezelfdertijd wordt 14 juli (en niet langer 15 augustus) de nationale feestdag. Maar de rode vlag, hét symbool van de Commune, blijft in om het even welke vorm verboden tot 1889. En nog altijd is “Le temps des cerises” (de kersentijd) het lied van de Commune dat iedere Fransman kent.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2015-44Jan Neckers

Related Articles

Eurostadion: Ghelamco bijt opnieuw in het zand

Afgelopen donderdag beten de vastgoedbaronnen van Ghelamco voor een tweede maal in het zand in het dossier van de fameuze

Bei uns in Deutschland

Frits Boterman, de Duitsers en de Joden Auschwitz, het inferno, en Weimar – een poging na 1918 om iets te

Dwars door Vlaanderen

Totalitair restafval Bart de Wever omschreef de PvdA als “restafval”, en plots is het kot te klein. Dezelfde politiek correcte