Belgium dat is Nederlandt

Historicus en filoloog Hugo de Schepper schreef onder die titel vorig jaar een interessant boek over identiteitsbesef in de Lage Landen tussen 1200 en 1830. En die titel is vandaag weer erg actueel.

Zuid-Zuid-Nederland

Denk eraan dat u die “Belgium” niet op zijn Engels uitspreekt. Het is Latijn en betekent oorspronkelijk zowat heel Gallië en later de huidige Nederlanden. “Belgium dat is Nederlandt” is de titel van de zoveelste vertaling van het beroemde boek van Guicciardini dat de Nederlanden beschrijft en in 1567 in Antwerpen voor het eerst verscheen. Bijna honderd jaar later gebruikte de Amsterdamse drukker nog altijd het woord, want het besef van de eenheid van de Nederlanden was nog zeer sterk. Feitelijk is dat heel-Nederlandse gevoel nooit helemaal verdwenen in Nederland bij de gewone Nederlanders (niet bij het officiële zure Nederland); ook niet boven de rivieren in Holland. En het leeft vandaag weer erg door de ondergang van het Nederlands voetbalelftal. Fascinerend waren de reacties op de populaire fora van de Nederlandse media. Het regende steunbetuigingen voor de Rode Duivels bij het magazine Voetbal International. De Telegraaf haalde zelfs zijn chocoladeletters tevoorschijn om de Nederlanders op te roepen voor de Belgische ploeg te supporteren. Nu is dat gevoel veel minder recent dan men wel denkt. In 1986 kopte Georges Grün de Rode Duivels naar Mexico in een beslissende wedstrijd tegen Oranje. Mart Smeets presenteerde later, in Mexico, de beroemde wedstrijden van het elftal van Guy Thys met een driekleurige kokarde in zijn knoopsgat en hij zei duidelijk dat heel Nederland Zuid-Zuid-Nederland steunde. Eerlijk gezegd, we zien het Filip Joos of Frank Raes nog niet doen als Nederland België zou uitschakelen in de voorronde van een Wereldbeker.

Brabant en Brabanders

Dat is nu eenmaal een constante in de relaties van de twee Nederlanden. In het voorwoord van het al genoemde boek van De Schepper schrijft Volkskrant-redacteur Lidy Nicolasen: “Moene (half Vlaams/half Nederlands) weet dat de Nederlanders van Belgen houden en dat de Nederlanders wat de Belgen betreft gestolen kunnen worden. Van beide kanten onzinnige praat natuurlijk.” Dat is een heel groot cliché, maar zoals alle clichés bevat het een flinke brok waarheid. Geregeld verschijnen enquêtes in Nederland waarin gevraagd wordt naar hun mening over andere volkeren. Altijd staan de “Belgen” op de eerste rij. Ja, u moet er leren mee leven dat “Belgen” bij bijna alle Nederlanders een synoniem is voor Vlamingen, want Wallonië kennen ze alleen van de Ardennen. Liefst dan nog in pensions, campings en kanoverhuurbedrijfjes die door een Nederlander uitgebaat worden. En u moet ook maar aanvaarden dat die “Vlamingen” vooral de Brabanders zijn tussen Wuustwezel en Halle. Dat komt ook door het Brabants dat in een mengeling met het Hollands het moderne Nederlands heeft gecreëerd. Ik heb nogal wat kennissen die na hun vele warme baden in Antwerpen ook eens de oversteek maakten naar Gent en Brugge, naar het historische Vlaanderen, en ze waren erg verbaasd dat die lui daar veel minder “bourgondisch” zijn dan ze wel verwacht hadden. Maak u ook niet te boos wanneer goed verstaanbare Vlaamse televisiereeksen toch ondertiteld worden. Vlaamse topsporters worden nooit ondertiteld in hun Nederlandse interviews, zelfs Tom Boonen niet. Dat wijst erop dat Nederlanders geen echte problemen hebben met de zuidelijke taalvarianten als het onderwerp van het gesprek hen echt interesseert.

Het Loo

Mij valt op dat het heel-Nederlandse gevoel recht evenredig groter wordt met de afstand tot de eigen haard. In Tai-Pei, in Spokane en aan de Kaap heb ik overal Vlamingen en Nederlanders ontmoet die met elkaar optrokken, want van ver van huis is er de gezamenlijke taal, het gedeelde verleden en de kennis van elkaars leefruimte en wordt “de tael gansch het volk”. Maar ook hier hebben de Nederlanders terecht een grote mond. Ze stikken wel van de vooroordelen, maar ze doen tenminste de moeite om massaal naar Vlaanderen af te zakken. Deze zomer was ik in Apeldoorn in het prachtige paleis Het Loo, met zijn heerlijke tuinen; het lievelingsverblijf van koningin Wilhelmina. Apeldoorn ligt echt niet in de kop van Friesland of Groningen. Het Loo is een ideale bestemming voor een daguitstap. Ik heb zorgvuldig de grote parking afgestruind en naast vele Nederlandse stonden er aardig wat Duitse auto’s, maar, geen rood-wit nummerbord te zien. Klopt dat cliché van Nicolasen dan toch?

Willem de Prater