Russische drang naar het Zuiden

Geschiedenis en aardrijkskunde zijn doorgaans nuttigere informatiebronnen dan de waan van de dag. Rusland wordt verketterd voor de (unilaterale) steun aan ‘bondgenoot’ Assad, maar zoals wel vaker belemmert het westerse moraliserende vingertje een goed zicht op het volledige plaatje. Wat zich vandaag afspeelt, stond voor sommigen misschien in de sterren geschreven, maar is vooral ook opgenomen in een aantal officiële Russische documenten. Nihil novi sub sole…

Ruim één week geleden legde een NAVO-topman in een interview met de Financial Times de vinger op de wonde. “We moeten voorbereid zijn op het feit dat de Russische aanwezigheid in Syrië kadert in een langetermijnpolitiek”, stelde hij. Een onderzoeker van een vooraanstaande denktank bevestigd dit. “We hebben hier te maken met een fundamentele wijziging in de Russische positionering in de regio”, klonk het. In essentie komt het erop neer dat Rusland (terug) een permanente maritieme aanwezigheid in de Middellandse Zee nastreeft. Precies zoals dat tijdens de Koude Oorlog het geval was, toen hun ‘Vijfde Squadron’ een (relatief) tegengewicht vormde voor de Amerikaanse Zesde vloot aldaar.

Er is geen excuus om vandaag verbaasd te staren naar hetgeen zich in de regio afspeelt. Ironisch genoeg is er aan Russische zijde weinig geheimdoenerij geweest over de gevolgde lijn. Nauwelijks enkele maanden geleden nog kwam Moskou met de ‘Maritieme Doctrine van de Russische Federatie 2020’ op de proppen. In het verleden lag de nadruk meer op de Atlantische Oceaan omwille van de uitbreiding van de NAVO, lezen we, maar nu ligt de focus ook op het Middellandse Zeegebied. Tartus, de Russische haven in Syrië, speelt een sleutelrol. Want ook al is de nostalgie naar de Koude Oorlog in militaire kringen reëel, de puzzelstukken zien er vandaag heel anders uit. Damals kon Rusland gebruik maken van havens van bondgenoten en bevriende naties. In Algerije, Libië, Egypte en Joegoslavië konden ze probleemloos aanmeren, wat onontbeerlijk was om in zo’n omvangrijk gebied te kunnen opereren. Niet toevallig bewerkt Rusland Cyprus en worden ter zake afspraken gemaakt. In augustus slaagde het er ook in Spanje zover te krijgen toestemming te verlenen aan één van hun duikboten om in hun Noord-Afrikaanse enclave Ceuto bij te tanken.

Byzantium

De belangstelling voor het gebied is geen hersenspinsel van Poetin, wel een constante doorheen de Russische geschiedenis. Het volstaat een blik op de kaart te werpen om het probleem te zien: Rusland is een enorme landmassa, maar met slechts een beperkte toegang tot zeeën. Zeker het gebrek aan havens die het hele jaar door ijsvrij zijn, was lange tijd een enorm probleem. De komst van ijsbrekers bracht daar verandering in, maar toch. De toegang tot warme zeeën, om die geopolitieke terminologie te gebruiken, is cruciaal geweest in de uitbouw van het Russische rijk. Maar er was meer. In ver vervlogen tijden was Byzantium het rolmodel voor het prille Rusland. Nog steeds klinkt het in orthodoxe kringen leuk om Moskou als het “derde Rome” af te schilderen. Er waren ook momenten dat invasies uit het Zuiden problematisch waren, dus moest die flank verstevigd worden. Geloof en geopolitiek gingen steeds hand in hand in de Russische geschiedenis.

Het belang van de Krim en de Zwarte Zee is logischerwijze altijd groot geweest, maar Rusland wou meer en botste op Ottomaanse/Turkse belangen en de Bosporus. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Rusland controle over die Bosporus beloofd, na de eindoverwinning, maar door de Russische Revolutie, een aanslepende burgeroorlog en oprichting van de USSR werd het toen gesloten verdrag nooit uitgevoerd. De reden om Tartus te koesteren, is duidelijk, net zoals het geopolitieke plaatje de annexatie van de Krim grotendeels verklaart. Gezien de moeilijke relaties met Oekraïne was het leasen van de militaire basis die de Russen daar hebben een te hachelijke zaak geworden. Nochtans is ze van strategisch belang, zoals bleek tijdens de oorlog met Georgië in 2008. Over één zaak zijn analisten het roerend eens: het Russische Krim- en Syrië-beleid kunnen niet los van mekaar worden gezien.

Zuidflank blootgesteld

In 1998 zakten de Russische defensie-uitgaven naar een absoluut dieptepunt. Maar nadien gingen ze terug de hoogte in. Er werd ook ingezet op een professionalisering van de strijdkrachten, op dat moment nog een relikwie van de strijd tegen de kapitalisten. Heel wat stappen werden gezet, maar de weg is nog lang. Om van een volwaardig tegengewicht voor de NAVO te spreken is het te vroeg. Toch zorgt de opbouw voor onwennigheid in Brussel en Washington. Want plots bevinden Russische troepen zich erg dicht bij een aantal cruciale pleisterplaatsen van de NAVO, waaronder één van de meest belangrijke communicatiecentra, in Akrotiri (beheerd door de RAF), in het westelijke deel van de Middellandse Zee om slechts één voorbeeld te geven. Vandaag, liet een NAVO-generaal verstaan, zou het door de Russische aanwezigheid complexer zijn een operatie zoals die in Libië te plannen. In een verhitte situatie zou ook het transport naar de Golfregio bemoeilijkt kunnen worden door Russische agitatie. Slotsom: de hele NAVO-zuidflank dreigt plots te worden blootgesteld aan Russische provocaties. Dat is een realiteit waarmee men niet langer vertrouwd was.

m.