“Ja, maar, de Bijbel is ook niet fraai.”

Mensen die de islam tegen kritiek afschermen, zullen pas in laatste instantie de islam inhoudelijk verdedigen. Eerst gebruiken zij verstrooiingstactieken, eender wat dat de aandacht van de onweerlegbare absurditeit en boosaardigheid van de Koran afleidt. Eén ervan is het argumentum ad hominem, dat hierop neerkomt: “Ik hoef mijn gelijk niet te bewijzen, want mijn tegenstander is onwaardig.”

2015-42_02_Koenraad Elst (Medium)Zo heb ik onlangs het verwijt gekregen dat ik door mijn band met India “vooringenomen” ben tegen het islamland Pakistan, en bijgevolg ongeschikt om over de islam te informeren. Ten eerste, zelfs een vooringenomen persoon kan soms eens de waarheid zeggen, dus, als ik dat al zou zijn, maakt het nog niets uit voor de juistheid van mijn stellingname. Ten tweede bén ik niet vooringenomen. Toen ik voor het eerst naar India ging, had ik aangaande de islam geen mening, maar kennismaking met de geschiedkundige en Schriftuurlijke feiten heeft mij tot een bepaald standpunt gebracht. Dat is geen “vooroordeel”, wel een “geïnformeerd oordeel”.

Bijbel

De meest gebruikte verstrooiingstactiek is echter het “tu quoque”-argument. De aanval is de beste verdediging, dus schermt men de islam af door zelf iets wat de gesprekspartner dierbaar is, aan te vallen.

De laatste paar eeuwen is er een intens debat geweest tussen vrijdenkers en gelovigen over de absurditeiten en onfrisse elementen in de Bijbel. Daarbij werd de framasson nooit door de kaloot onderbroken met: “Ja, maar, de Koran is ook niet fraai.” Durf daarentegen de Koran te bekritiseren, en onmiddellijk komt het antwoord: “Ja, maar, de Bijbel is ook niet fraai.”

De Bijbel is binnenstebuiten geanalyseerd, en allerlei theorieën doen er de ronde over. Er is geen behoefte aan nog meer Bijbeldebat, zeker niet ter onderbreking van het veel actuelere Korandebat.

Heel kort dan. Ten eerste heeft de Bijbel een bredere basis, met vele literair begaafde auteurs; daar waar de Koran de rauwe direct genoteerde “godsspraak” van één halfgeletterde bevat. Tegen de meeste Bijbelteksten is er wel een Bijbels tegencitaat. Het Nieuwe Testament is bovendien geschreven binnen een kleine sekte in een wereldrijk, zonder de ambitie een eigen wet op te leggen; daar waar de islam vanuit een machtspositie gevormd is.

Ten tweede is “gewijde geschiedenis” voor Joden en christenen vooral geschiedenis, geen gebod tot navolging. Om een heel geladen voorbeeld te geven: Jozua’s landname van Kanaän, waarbij hij de volledige bevolking uitmoordt. Het zionisme heeft dat voorbeeld nadrukkelijk níét gevolgd: de plaatselijke Arabieren werden niet uitgemoord, zelfs niet verbannen. Zij hadden zonder integratieprobleem in de grote, vaak rijke en arbeidverschaffende Arabische wereld terechtgekund. Israël heeft maar een Palestijns probleem, met ettelijke duizenden doden, juist omdat het het Bijbelse voorbeeld, zelfs in moderne light-versie, níét gevolgd heeft. De katholieke en orthodoxe Kerken staan nog veel verder van de Schrift af. Het islamitische recht staat veel dichter bij de letter van de Schrift, die in de islam een veel centralere plaats inneemt.

Dat leidt, ten derde, tot nog een belangrijk verschil: christenen passen zich redelijk goed aan de moderniteit aan, terwijl vernieuwing in de islam taboe is. Christenen zijn anders gaan denken over de slavernij en hebben ze afgeschaft. De islamwet erkent die instelling onverminderd, en de door het Westen afgedwongen afschaffing is nooit van harte aanvaard. De jezidi-heidenen hebben het ondervonden.

Kruisvaart

De kruistochten dan? Die zijn een volstrekt vaste waarde in elke poging tot islamdebat. Die militaire avonturen zijn voor kritiek vatbaar, maar zeker geen provocatie tot de eeuwen oudere djihaad. De Kerk besloot ertoe na vier eeuwen islamitische agressie tegen de christenheid. De helft van de christelijke wereld was onder moslimgezag gekomen; in de Maghreb was het christendom zelfs verdwenen.

Toch waren de kruistochten heel multicultureel. Net als in de Reconquista hoort men voortdurend van tijdelijke bondgenootschappen tussen groepen moslims en christenen, bv. tussen Tempeliers en sjiitische Assassijnen, die steun wilden tegen hun vijand, het Kalifaat (de huidige strijd tussen sjiieten en het Kalifaat is niets nieuws). Onze multiculturalisten zouden pro-kruistocht moeten zijn.

Daarna maakte de idee van “strijd voor het geloof” wel school, eerst in de kruisvaart van de Duitse Ridders tegen de Baltische heidenen, later in de godsdienstoorlogen en sommige koloniale expedities. Dus ja, het christendom heeft wat gebreken, maar heeft ook bijzondere verdiensten die we in de islam niet terugvinden.

“Alle” religies

Sommigen gaan in hun sabotage van het islamdebat nog verder: “alle religies” zouden in hetzelfde bedje ziek zijn. Die bewering is logisch gebaseerd op volledige inductie, dus élke religie na studie gelijkaardig aan de islam bevonden hebben (wie durft?), ofwel op deductie, dus een definitorisch kenmerk van religie als zodanig. Welnu, wie de religies bestudeert, vindt vele tegenvoorbeelden: religies die geen leer over kalifaat, sjari’a of djihaad hebben. En dat volgt uit de definitie van religie, in wezen het ontzag voor het heilige. Als zodanig is ze niet noodzakelijk (zelfs meestal niet) monotheïstisch, en draait ze niet om het geloof in Mohammeds profeetschap, de twee definiërende geloofspunten van de islam. Er zijn ook religies, volop zelfs, die geen notie van djihaad of “heilige oorlog” kennen.

Een nieuw vertoog vonden we recent op de voorbladzijde van Time: een boeddhistische monnik met als bovenschrift The face of Buddhist terror. Als zelfs de glimlachende bedienaren van het o zo vredelievende boeddhisme al tot “terreur” in staat zijn, dan moet religieus terrorisme wel héél wijdverspreid zijn. Die “boeddhistische terreur” (die qua geweld het niveau van straatrellen niet overstijgt, maar hier toch hetzelfde etiket krijgt als 9/11) is echter slechts de tweede helft van een verhaal waarvan onze media de beginhelft verzwijgen. Telkens weer blijkt namelijk dat incidenten tussen de twee gemeenschappen uitgelokt zijn door moslimgeweld, meestal verkrachtingen. De Thai en de Birmezen (tegenwoordig Myanmarezen) zijn geen volgevreten Europeanen. Zij reageren wanneer hun meisjes verkracht worden. Het is kwade trouw om die reactie, die geen enkel religieus gebod achter zich heeft en weer verdwijnt zodra de provocatie ophoudt, gelijk te stellen met veertien eeuwen islamitische agressie tegen ongelovigen.

Veralgemening

Deze veralgemening komt door luiheid. Die is ofwel moedwillig, omdat zij een strategisch voordeel biedt, namelijk het islamdebat verhinderen. Ofwel is zij het traagheidseffect van decennialang in de kaas van het systeem gezeten te hebben: islamvrienden zijn zo gewend aan afscherming tegen wederwoord dat zij te zelfgenoegzaam geworden zijn voor enige onderzoeks- of argumentatieve inspanning. Een derde reden, bij gehaaide vrijzinnigen, kan zijn dat zij heel hun leven tegen religie überhaupt gefulmineerd hebben en het huidige islamprobleem tot dat bekendere religieprobleem herleiden. In ieder geval, hun vlotte veralgemening miskent de specificiteit van de islamleer.

Koenraad Elst