2015-41_13_AMIF doorgelicht (Medium)De asielcrisis is een ernstig probleem dat Europa hard treft. Toeval of niet, vanuit Europa leidde deze migratieproblematiek zeer recent nog tot een volledige hervorming van de Europese aanpak van asiel en migratie. Centraal hierbij staat het AMIF. Veel aandacht werd daar in de reguliere pers niet aan besteed, maar dat is gebruikelijk als het over Europa gaat.

AMIF

AMIF staat voor Asylum, Migration and Integration Fund; in het Nederlands Asiel-, Migratie- en Integratiefonds. Het fonds is bij het brede publiek nauwelijks gekend. Toch kwam het even in het nieuws tijdens de recente problemen in Calais. Via het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds werd toen, volgens het magazine Elsevier, 5 miljoen euro ter beschikking gesteld voor het opzetten van tentkampen rondom migrantenopvangcentrum Jules-Ferry en ter ondersteuning van het verplaatsen van asielzoekers naar andere locaties in Frankrijk.

 

Ruim 3 miljard euro

Het fonds is door de Europese Unie opgericht ‘om bij te dragen tot het efficiënte beheer van de migratiestromen en tot de uitvoering, versterking en ontwikkeling van het gemeenschappelijk beleid inzake asiel, subsidiaire bescherming en tijdelijke bescherming, alsook het gemeenschappelijk immigratiebeleid, met volledige eerbiediging van de rechten en beginselen die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn verankerd’. Het AMIF loopt van 2014 tot 2020 en het (initiële) budget bedraagt 3,137 miljard euro voor die zeven jaar. Voor 2014 en 2015 is 50 miljoen euro (van die 3 miljard) voorzien voor specifieke en directe hulp zoals in Calais.

4 doelstellingen

Het AMIF financiert maatregelen op 4 domeinen. Een eerste gebied is dat van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel. Een onderdeel hiervan is de hervestiging. Hervestiging gaat in essentie over het selecteren en overbrengen van vluchtelingen van een land waar zij bescherming hebben gezocht naar een derde land, dat vooraf heeft ingestemd om hen een duurzaam verblijfsrecht te geven. Een tweede domein van AMIF is de integratie van onderdanen van derde landen en legale migratie. Het derde domein van het fonds is dat van de terugkeer. Zo zijn er begeleidende maatregelen inzake terugkeerprocedures, terugkeermaatregelen en maatregelen inzake praktische samenwerking en capaciteitsopbouw. Het fonds voorziet tot slot bijkomende middelen voor de lidstaten die het meest te maken krijgen met het beheer van de migratiestromen (domein 4).

 

Van 4 naar 2 fondsen

Wie een beetje vertrouwd is met de migratieproblematiek op Europees niveau, weet dat er vroeger – in de programmatieperiode 2007-2013 – meerdere fondsen waren die deze problematiek behandelden. Het AMIF integreert dan ook het voormalige EIF, EVF en (E)TF. EIF staat voor het Europees integratiefonds van onderdanen van derde landen, (E)TF staat voor (Europees) Terugkeerfonds en EVF staat voor Europees vluchtelingenfonds. Daarnaast is er het Fonds voor Interne Veiligheid (ISF), het voormalige BGF. Een ander essentieel punt is dat de jaarprogramma’s afgeschaft werden. Het AMIF handelt enkel over een meerjarenprogramma.

 

België

Een essentiële vraag is hoeveel geld ons land van Europa krijgt via dit fonds. En de bijkomende vraag of dat een eerlijk bedrag is. Daarvoor moeten we eerst weten hoeveel ons land bijdraagt aan Europa. “De Europese begroting van 2013 rekende op 140,5 miljard euro aan inkomsten”, berekende hoogleraar Herman Matthijs. “België stort in totaal 5,3 miljard door aan de EU.” Verhoudingsgewijs levert ons land dus 3,7 procent van de Europese begroting. Krijgen we dat ook terug van het AMIF?

De enveloppe voor België bedraagt (slechts) 89,25 miljoen euro van die ruim 3 miljard Europese euro’s. Dat is 2,8 procent. Verhoudingsgewijs zou ons land bijgevolg meer geld moeten krijgen.

 

Onderverdeling

Een andere belangrijke vraag is hoe die 89,25 miljoen euro over de verschillende domeinen in ons land ‘gespreid’ wordt.

De ‘onderverdeling’ is als volgt:

2015-41_13_AMIF doorgelicht 1 (Medium)

De hoofdmoot van het geld – bijna 28 miljoen – gaat dus naar integratie. Vrijwillige en gedwongen terugkeer krijgen samen 27,35 miljoen euro toebedeeld. Voor opvang is 21 miljoen euro voorzien.

Concreet

Het verloopt de uitwerking van het Belgische luik van AMIF nu concreet? In het Belgisch Staatsblad verschijnen er regelmatig ‘projectoproepen’ in het kader van het AMIF. Op 21 augustus 2015 verscheen dit bericht. Het betreft ‘nummer 16, vrijwillige terugkeer en re-integratie’. Het beschikbare budget voor deze oproep bedraagt 600.000 euro. De middelen kunnen besteed worden van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017. Het betreft projecten die ‘de vrijwillige terugkeer van (uitgeprocedeerde) asielzoekers en vreemdelingen in irregulier verblijf in het algemeen ondersteunen, met aandacht voor het ontwikkelen van een aanpak om vrijwillige terugkeer te ondersteunen bij groepen (op basis van nationaliteit, kwetsbaarheid of individuele sociale situatie zoals medische problematiek) die minder frequent terugkeren’.

De aanpak bestaat uit activiteiten in België en in de herkomstlanden, zoals het voorzien van ondersteuning of doorverwijzing naar projecten die de re-integratie kunnen versterken. Diezelfde dag verschijnt in het Staatsblad een oproep over opvang. Het beschikbare budget voor deze projectoproep bedraagt maximum 3.144.964 euro. De middelen kunnen eveneens besteed worden van begin 2016 tot eind 2017.

Vlaanderen: ESF-Agentschap

Ook in Vlaanderen wordt gewerkt rond asiel en migratie. Lisa van Hecke werkt bij het ESF-Agentschap Vlaanderen. De vzw ESF-Agentschap Vlaanderen werd opgericht via een decreet van de Vlaamse Regering en is sinds november 2001 verantwoordelijk voor de uitvoering, het (goede) beheer, de voortgangsbewaking, de monitoring, de evaluatie en de bijsturing van het Europees Sociaal Fonds in Vlaanderen.

ESF?

Het ESF is volgens de beschrijving op de webstek het belangrijkste Europese instrument om ‘werkgelegenheid te ondersteunen, mensen aan beter werk te helpen en te zorgen voor eerlijkere arbeidskansen voor alle EU-burgers. Het werkt door te investeren in Europa’s menselijke kapitaal – haar werknemers, haar jongeren en iedereen op zoek naar een baan’. De jaarlijkse ESF-financiering van 10 miljard euro verbetert volgens het ESF ‘de kansen van miljoenen Europeanen, met name van hen die moeilijk werk vinden.’

12 miljoen via AMIF

Jaarlijks ontvangt het ESF-Agentschap Vlaanderen 66 miljoen euro. Dat bedrag wordt ingezet om ‘de werkzaamheid te verhogen’ en de ‘Vlaamse arbeidsmarkt te stimuleren en te versterken’. Maximaal 50 procent van dat bedrag komt van de Europese Unie. De resterende som wordt bijgepast door de Vlaamse overheid en de private sector. Concreet betekent AMIF 12 miljoen euro Europese middelen voor Vlaanderen voor de komende jaren. Van Hecke ziet 3 pijlers: immigratie en maatregelen voor vertrek, integratiemaatregelen en maatregelen inzake praktische samenwerking en capaciteitsopbouw. Vlaanderen zet volgens haar in op pijler 2: integratiemaatregelen. Prioritaire thema’s zijn volgens het ESF ‘laaggeschoolde vrouwen met jonge kinderen’, ‘hoogopgeleide anderstaligen’ en ‘16-18-jarige nieuwkomers, met bijzondere aandacht voor niet-begeleide minderjarigen’.

ESF OPROEP 320

Concreet vinden we oproep 320 van het ESF voor het AMIF terug. Het gaat over proeftuinen (sic) ‘Inburgering op maat voor laaggeletterde vrouwen met jonge kinderen’. Proeftuinen? Zijn de deelnemers dan proefkonijnen? Het budget voor de oproep bedraagt 1 miljoen euro. De maximale subsidie per proeftuin bedraagt 125.000 euro. Deze oproep heeft als doel om laaggeletterde vrouwen uit derde landen met jonge kinderen beter te integreren in onze samenleving. Via de oproep zetten ze bij het ESF dus ‘proeftuinen’ op waarbinnen ‘een geïntegreerd inburgeringstraject op maat voor de doelgroep’ wordt uitgetest. De proeftuinen hebben als doel expertise op te bouwen en een structureel inhoudelijk en organisatorisch kader ‘inburgering op maat van laaggeletterde vrouwen met jonge kinderen’ uit te werken. In de proeftuinen worden diverse acties opgezet. Er wordt een geïntegreerd inburgeringsaanbod op maat van de doelgroep aangeboden. En er is een ‘lerend netwerk en draaiboek’.

Vlaanderen en Brussel

De oproep van het ESF richt zich naar organisaties uit Vlaanderen of Brussel die een dergelijke ‘proeftuin’ willen opzetten. ESF streeft naar een maximale regionale spreiding. Er moet 1 proeftuin komen in volgende 8 regio’s: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, stad Antwerpen, stad Gent, provincie Vlaams-Brabant, provincie Antwerpen, provincie Oost-Vlaanderen, provincie West-Vlaanderen en provincie Limburg. ESF verwacht ‘een sterk partnerschap dat een inburgeringsaanbod op maat kan realiseren’. Hierbij zijn volgens het ESF minimaal de Agentschappen voor Inburgering en Integratie, Kind en Gezin en de Centra voor Basiseducatie betrokken.

Oproep 321: goede startpositie voor jongeren

Het ESF heeft ook oproep 321. Deze oproep wil een goede startpositie creëren voor 16-18-jarige nieuwkomers uit derde landen, met bijzondere aandacht voor niet-begeleide minderjarigen. Het budget voor de oproep bedraagt ook hier 1 miljoen euro. De maximale subsidie per proeftuin (alweer) bedraagt eveneens 125.000 euro. Hiervoor wordt een centrale begeleiding opgezet, waarbinnen op individueel niveau samen met de jongere een leer- en ontwikkeltraject op maat wordt uitgestippeld. Tegelijk wordt op het niveau van ‘actoren’ gewerkt aan de stroomlijning en optimalisering van het aanbod. De proeftuinen hebben volgens het ESF als uiteindelijk doel ‘verdere expertise op te bouwen en een structureel inhoudelijk en organisatorisch kader “centrale begeleiding voor 16-18-jarige nieuwkomers” uit te werken’.

Conclusie

Het begrip ‘proeftuinen’ in de ESF-projecten wekt weinig vertrouwen. Uiteraard moet er expertise opgebouwd worden. Maar het mag niet verwonderen als later zal blijken dat de effectiviteit van de oorspronkelijk ingezette middelen zeer beperkt zal zijn. Vraag is of deze miljoenen niet beter elders ingezet kunnen worden. Op het hogere beleidsniveau van Europa is het maar de vraag of het Asiel-, Migratie- en Integratiefonds het antwoord is op de huidige asielcrisis. Het fonds werd immers opgericht toen de problemen nog niet zo acuut waren. Drie miljard euro lijkt veel, maar uitgesplitst over de verschillende lidstaten en uitgesmeerd over de tijd, is het plots een pak minder. België krijgt een kleine 90 miljoen voor de komende jaren. Verhoudingsgewijs is dat te weinig. Er wordt vooral ingezet op integratie. Ook hier de vraag: is dat wel een goede beslissing?

Thierry Debels