Op schaarse momenten hebben ook CD&V’ers aandacht voor de essentie van de economische problemen in dit land. Zo ook Wouter Beke in De Tijd. Ondervraagd over het aantal banen dat de taxshift zal opleveren, relativeert hij meteen de resultaten. Terecht wil hij zich niet op een cijfer vastpinnen. Ontwijkend en vaag zegt hij dat we “voor een gigantische opdracht” staan en erg braafjes wijst hij op de “grote verschillen tussen de regio’s”. Met zo’n bochtenwerk omheen het probleem België komt het voor CD&V nooit meer goed.

“In Vlaanderen is 72 procent van de 20- tot 64-jarigen aan de slag, in Wallonië en Brussel een pak minder”, klinkt het voorzichtig. “Wallonië en Brussel hebben er alle belang bij meer mensen aan het werk te zetten.” Als het voor de regering-Michel én voor Beke om de essentie gaat (“jobs, jobs, jobs”), waarom dan toch telkens weer die vaagheid bij CD&V, in casu bij Beke?
Die cijfers staan in het jongste rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid: tegenover de 72 procent werkgelegenheid in Vlaanderen staat in Wallonië en in Brussel respectievelijk een werkgelegenheidsgraad van 62 en 59 procent. Wie in die omstandigheden beweert dat we “nieuwkomers nodig hebben voor onze economie”, is niet goed wijs.

Onkelinx bang

Bovenstaande cijfers tonen aan dat er in dit land niets verandert. Al een paar decennia blijft die werkloosheidskloof tussen Vlaanderen en Wallonië even groot. Dat is voor de Vlamingen geen detail in de geschiedenis…

Door de daaraan gekoppelde geldstroom (minder ontvangsten en meer uitgaven voor sociale zekerheid) blijven ze om die reden al jaren grosso modo wat ze zijn, twee verschillende landen.
Heeft De Wever dan gelijk als hij regelmatig wijst op die realiteit, vroeg Het Belang van Limburg aan Laurette Onkelinx (PS). “Onzin. Dat verschil betekent nog niet dat we ons land moeten opheffen. Hoe kleiner we zijn, hoe minder luid onze stem in Europa klinkt”…

Europa hierbij betrekken, is compleet naast de kwestie. Europa heeft Wallonië, ondanks al jaren aanslepende Europese steun, evenmin uit de economische modder kunnen trekken.
En er is meer. De grootte van een land heeft – in tegenstelling tot wat Onkelinx suggereert – niets te maken met de werkloosheid, blijkt ten overvloede uit de cijfers van Eurostat. Van Luxemburg tot de Baltische Staten, van Schotland tot Slovenië doen zowat alle kleintjes het beter dan België, en derhalve nog zoveel beter dan Wallonië en Brussel.

Discreet

Het Rapport van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid telt 266 bladzijden. Samengesteld door Vlamingen, Walen én Brusselaars brengt zo’n “federaal” document de regionale verschillen eerder discreet in beeld.

Zo is de werkloosheidsgraad een bijna perfect spiegelbeeld van de werkgelegenheidsgraad: 7,6 procent in Vlaanderen, 15,7 procent in Wallonië en 20 procent in Brussel. Een gigantisch verschil dat niet zelden wordt weggemoffeld achter “Belgische” gemiddelden.

Dit structurele Belgische gegeven verduistert maar al te vaak dat er zoveel schort aan dit verdeelde land.

Er schort iets op alle fronten. Wat geldt voor werk in het algemeen, geldt voor alle subgroepen. Vlaanderen scoort beduidend beter inzake jongerenwerkloosheid, inzake de participatiegraad van vrouwen, inzake langdurige werkloosheid, et cetera.

Er schort iets aan het Waals en Brussels onderwijs. Opvallende verschillen zijn er ook in het percentage voortijdige schoolverlaters. Vlaanderen (7 procent) scoort beter dan de Europese referentielanden (8,4 procent in de buurlanden, Scandinavische landen), maar nog opvallend veel beter dan Wallonië (12,9 procent) en Brussel (15,8 procent).

Er schort iets aan de Waalse en Brusselse mobiliteit. “Mobiliteit naar Vlaanderen moet blijven worden aangemoedigd”, lezen we in het rapport van de Hoge Raad. De gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling werken al sinds 2008 samen, maar zonder opvallend resultaat.

Er schort iets aan de sociale ingesteldheid van de francofone driftkikkers van de PS. Deze week ervaren we weer hoe groot het verschil is tussen Noord en Zuid als het gaat over syndicale acties. “Sociaal hooliganisme” is al decennia vooral over de taalgrens een kwalijk fenomeen.

Maandag en dinsdag reden er amper treinen. Geen reiziger die niet weet dat de acties in Wallonië scherper zijn dan in Vlaanderen. Tegenover de drift om te staken en het radicalisme van spoorbezetters en saboteurs in Wallonië staat de keuze voor sensibilisering, of hooguit werkonderbrekingen. Jean-Pierre Goossens, voorzitter van ACOD Spoor, maakte zich sterk dat in Vlaanderen geen sporen zouden worden bezet of toegangen zouden worden geblokkeerd.

Perceptie en fictie

Er schort iets aan de veel te optimistische inschatting van de eigen probleemsituatie. Perceptie moet de waarheid doden. Slag om slinger wordt het grote Waalse of Brusselse herstel aangekondigd, maar daar klopt bij nader toezien niets van. Fictie of leugen?

Almaar opnieuw wordt de ommekeer aangekondigd, maar de samenstellers van het Rapport zijn daar blijkbaar niet van overtuigd, integendeel. Volgens langetermijnprojecties voor de arbeidsmarkt zal de economische activiteit in Vlaanderen ook de komende vijf jaar sneller aantrekken dan in de twee andere gewesten.

De binnenlandse werkgelegenheid zou in 2015 met 0,6 procent toenemen in Vlaanderen en met 0,5 procent in Wallonië en Brussel. Over de periode 2017-2020 zou die tendens aanhouden en versnellen. In absolute cijfers zou dat een nettobanencreatie betekenen van gemiddeld 21.500 eenheden per jaar in Vlaanderen, 7.800 eenheden per jaar in Wallonië en 4.300 eenheden per jaar in Brussel.

Slotsom, zonder enige vorm van leedvermaak: Wallonië en Brussel zijn de zieltogende politieke speelvelden van de PS, en dat voorspelt weinig goeds. Niets goeds. Dat is vooral erg slecht nieuws voor de Vlamingen. De sociaal-economische kloof, met voorop de werkloosheidskloof, is het beste kompas voor wie zoekt naar wat er de komende jaren met de geldstroom van Vlaanderen naar de andere gewesten zal gebeuren. Die geldstroom gaat nog stijgen.

O ja, nog een klein detail… Het verschil tussen de werkgelegenheidsgraad van de “Belgische” staatsburgers (68,6 procent) en de “niet-EU-onderdanen” (40,5 procent) is opvallend groot, blijkt uit voormeld verslag. Merkwaardig toch hoe slordig hierover wordt bericht. Hoe binnen de sociale en humanitaire sector sommigen meteen hijgend van verontwaardiging de eigen bevolking en de eigen bestuurders de schuld geven van die “kloof”. Dit politiek correcte gedoe is nog wereldvreemder dan de communautaire stilte die over dit land is afgekondigd.
“Jobs, jobs, jobs”… In het kader van bovenstaande is het voluntarisme van de huidige regering-Michel niet meer dan een nare herinnering aan het parlesanten van Guy Verhofstadt, zo’n tien jaar geleden. Binnen het kader van het vaderland der Belgen, een land bovendien zonder grenzen, is het vooral “willen, maar niet kunnen”. We kunnen maar hopen dat de geduldige Vlaming daar eens flink zijn gedacht over zegt.

‘t Pallieterke