Bladert u nog af en toe in een naslagwerk om een willekeurig lemma te lezen? Ik heb een zwak voor The Oxford Companion of Military History. Onlangs kocht ik bij De Slegte in Leiden “Leugenaars & vervalsers”, een kleine encyclopedie van misleiding.

Diplomavervalsers

Nederlanders hebben niets met Frankrijk, tenzij om er op vakantie te gaan en abominabel Frans te stotteren. Dus is de naam van Françoise Giroud niet te vinden in het boek van Roelf Bolt. In de jaren zeventig toen Vlaanderen nog Frans kende, was haar naam een begrip: hoofdredacteur van L’Express en later staatssecretaris “chargée de la condition féminine”; vervolgens minister van Cultuur. Politiek werd ze geliquideerd door Chirac omdat ze in een verkiezingspamflet beweerde dat ze de “médaille de la résistance” had gekregen hoewel daar geen spoor van terug te vinden was in de officiële lijst van de gedecoreerden. (Giroud schreef ook anonieme dreigbrieven aan de nieuwe del van haar minnaar Jean-Jacques Schreiber, de auteur van “Le défi Américain”.) Ik vraag me af wat mensen bezielt om zichzelf  titels en diploma’s te geven terwijl vrienden en vooral vijanden meestal weten dat daar geen woord van aan is. In eigen land herinneren we ons Temsamani die na 74 dagen als staatssecretaris de ezelsstamp kreeg van toenmalig partijvoorzitter Stevaert. Ze had in haar biografie gemeld dat ze licenciate Handelswetenschappen was terwijl ze alleen de eerste kandidatuur had gevolgd. In het boek van Bolt gaat natuurlijk veel aandacht naar Charles Schwietert. Deze verslaggever bij het NOS-Journaal werd in 1982 staatssecretaris voor Defensie. Hysterische jaloezie bij de media, want het Bracke-Becaus-opportunisme was nog een onbekend fenomeen. Journalisten schreven dat Jos Brink meer geschikt was want meer ervaring met het medium televisie. Schwietert maakte het de boze ex-collega’s wel heel makkelijk. Hij beweerde doctorandus politicologie te zijn en bij het leger als onderluitenant te hebben gediend. In werkelijkheid was hij een gesjeesde student en had hij de rang van korporaal. Na drie dagen was het exit Schwietert. Maar hij zou geen Nederlander zijn als hij voor één gat te vangen was. In zijn latere loopbaan werd hij communicatieadviseur, ingehuurd om te verhinderen dat kandidaten leugens vertelden. Zo’n tweede leven is echt Nederlands.

Psychologie-oplichters

In 2011 werd het bewijs geleverd dat hoogleraar psychologie Diederik Stapel zijn zogenaamde onderzoeksgegevens massaal vervalst had. Hij moest zijn doctorstitel inleveren en kreeg zijn congé aan de universiteit. Vervolgens schreef hij een autobiografie en twee jaar geleden startte hij het coaching- en adviesbureau Pile Consult. Hoe ernstig kan men psychologie dan nog nemen? Een paar jaar tevoren werd hoogleraar René Diekstra uit Leiden geschopt, nadat bewezen was dat hij in zijn populaire boeken over psychologie teksten van anderen plagieerde, tot wel twintig bladzijden toe. Hij had ook een populaire zaterdagse column – een rubriekje – in De Volkskrant, dus kan je je het schandaal indenken. Echter, de heer Diekstra kreeg later een vetbetaalde adviseursfunctie bij de gemeente Rotterdam voor het Jeugdbeleid (een prachtmodel voor de jeugd) en vervolgens nog wat uren aan een Haagse Hogeschool. Nederland heeft blijkbaar een zwak voor zo’n psychologen. Een paar maanden geleden werd hoogleraar psychologie te Maastricht Corine de Ruiter voor de derde keer berispt wegens onprofessioneel gedrag. Ze verklaarde ooit in de pers en op televisie, bij “Knevel en Van den Brink”, dat Geert Wilders “gewelddadig” was hoewel ze hem nooit ontmoette. Vervolgens bevestigde ze als experte in een echtscheidingszaak voor een rechtbank dat een vader zijn kinderen mishandelde. Ze had die man nooit gesproken. In een andere rechtszaak stelde ze dat een man “psychopatische trekken” had en zijn moeder aan schizofrenie leed. Ze had die twee personen nooit gekend, maar de man was provincieraadslid voor de partij van Wilders, dus moest hij wel gestoord zijn. Waarom deze bedriegster niet ontslagen wordt, is duidelijk. Zolang je progressieve leugens vertelt, krijg je wel een tik op je vingers maar daar blijft het bij.

Hoernalisten

Een gelijkaardige bescherming wordt verleend aan het onderwerp van het enige Vlaamse lemma in het boek: de zaak van de bedriegster Saskia de Coster. De leugenaarster zond in 2008 met een gmail-adres op naam van de vorige voorzitter van de Boerenbond een mail naar De Standaard waarin deze Noël Devisch zogenaamd vleesconsumptie afkeurde. De Coster had daarbij de laptop gebruikt van haar vriendin die woordvoerder was van de racistische partij Groen (Vlamingen zijn altijd de daders en allochtonen zijn altijd onschuldig). Ze moest een schadevergoeding betalen en vloog aan de deur bij De Standaard. Dat is wel zeven jaar geleden, want bij de huidige krant zou dit huzarenstukje een extra bewijs van goed gedrag en zeden zijn. Ze heeft inmiddels probleemloos onderdak gevonden bij de De Morgen waar ze haar fantasie mag gebruiken voor de weekendbijlage. Overigens, het dieptepunt in de Nederlandse journalistiek staat nog altijd op de naam van een Vlaming: Jan Haerynck ofte Niels Visser. Die fantast slaagde in de jaren negentig erin bona fide Nederlandse kranten als Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer en vooral De Volkskrant spannende reportages te verkopen die hij uit zijn duim zoog. Het hoogte- of dieptepunt was een verhaal over een ontvoerd meisje in Disneyland. Er was geen woord van waar en de krant kroop door het stof. Sindsdien spreekt men in Nederland niet meer over een broodjeaapverhaal maar een broodjehaerynckverhaal. Uiteraard was dat geen probleem voor het weekblad Humo om later Haerynck opnieuw in het zadel te helpen. Onlangs haalde hij weer het nieuws met de bewering dat een Nederlands vliegtuig een zak met geld in de schoot van een Taliban had gedropt in ruil voor de vrijlating van een Nederlandse journaliste. En ook nu zijn er grote twijfels maar het progressieve weekblad Vrij Nederland heeft hem weer in de armen gesloten. Hoe is het mogelijk dat die kwakzalvers hun hoofdredactie kunnen belazeren? De belangrijkste reden is waarschijnlijk dat ze op reële feiten inspelen en de durf van de brutalen bezitten. Haerynck profiteerde van het Dutroux-effect om nonsens te spuien. Te recentelijk voor het boek van Bolt, is de zaak rond Perdiek Ramesar; die diste het verhaal op van de sharia-driehoek in Den Haag. Dat bleek niet te kloppen (ook onze Willem de Prater tastte hier mis) maar het werd zonder moeite in dagblad Trouw gepubliceerd omdat een aantal fanatieke mohammedanen wel degelijk in die straten wonen en onlangs in het nieuws kwamen met hun IS-vlaggen en hun racistische slogans tegen Joden.

Al bij al zijn deze mediaschandalen gefundenes Fressen voor de pers, al graven de hoernalisten het eigen graf, want journalisten en politici staan in de publieke opinie op de laagste trede van de ladder qua vertrouwen. Dat verergert vandaag nog, gezien de duidelijke leugens over de zogenaamde “vluchtelingen”, waarbij vooral de VRT-bedriegers hoog scoren: vooral beelden van vrouwen en kinderen en niet van hordes jonge of zelfs niet zo jonge mannen. Niemand bij de televisieredacties heeft de moed om die stormloop te vergelijken met de eigen echte vluchtelingen in 1914 en 1940, want daar bewijzen duizenden foto’s dat hele families en nooit heerschappen alleen op de vlucht sloegen.

Jan Neckers