Schaam je, Van Thillo

Weinig is grilliger dan de publieke mening. Ook in zoiets belangrijks als het debat over de vluchtelingenstroom naar Noord-West-Europa is dat te merken. “Wir schaffen es” roept Angela Merkel op het ene moment uit, om het volgende moment al haar woorden in te trekken en grenzen te sluiten. Dat doet denken aan koningin Beatrix van Nederland. In 1979 riep ze in haar jaarlijkse troonrede uit: “Ons land is vol, ten dele overvol”. Ze plaatste zich vierkant achter de aanbevelingen van de “commissie-Muntendam” (genoemd naar de voorzitter van deze onderzoekscommissie  ingesteld door het parlement), die een drastische wettelijke beperking van de immigratie voorstelde. Nauwelijks enkele jaren later, toen het thema aanleiding gaf tot “extreem-rechtse” partijvorming, werd wie nog durfde te zeggen “ons land is vol”, veroordeeld wegens racisme.

Niet alleen de opinie verandert, meestal onder druk van de partijpolitiek, ook de media zeggen nu eens dit en dan weer dat. Dat is wat we de laatste maanden hebben meegemaakt toen de verenigde media, strak geregisseerd door de openbare omroep, als bezetenen te keer gingen om ons op te jutten tot sympathie voor migratie, en tot misprijzen van wie daar vragen bij stelde. De reden was duidelijk. “Liefst 61 procent van de Belgen is van mening dat er te veel migranten zijn in het land” (De Morgen, 10 augustus). “De anti-migrantenstemming onder de bevolking neemt hand over hand toe” (De Standaard, 12 augustus, hoofdart.) “Een enquête leerde dat een meerderheid van de Europeanen liever geen migranten ziet komen” (Knack, 19 augustus, hoofdart.)

VRT zet de toon

Dat was de toestand toen de migrantenstroom op gang kwam. Die stroom vormde voor de VRT het soort “nieuws” waaraan dagelijks het eerste kwartier van alle nieuwsuitzendingen werd gewijd. Tegen de opinie, zoals men die door peilingen had leren kennen, moest met alle middelen worden ingegaan. Het ene pleidooi na het andere om de grenzen te openen volgde.

Men beleefde hoogtijdagen van de politieke correctheid. Kranten weigerden ongeveer een maand lang ook maar iets te publiceren waaruit bekommernis bleek voor de hamvraag van het Europese migratiedebat, te weten wanneer een maatschappij en haar beschaving onder de nieuwkomers bezwijkt. In de plaats van een debat kregen we sentimentele beeldverhalen als nooit tevoren. Men had de mond vol over onze heilige waarden, maar schaamteloos doorbrak men de afspraak onder persfotografen om nooit kinderlijkjes te laten zien. De treurige foto van een jongetje dat verdronken was onderweg naar Europa moest ineens de wereld rond gaan. Alleen in de Verenigde Staten niet: daar hield men zich  aan de afspraak over kinderlijkjes. In Vlaanderen moest de norm wijken voor het thema van de open grenzen. Het utopisch mondialisme aan de macht! (Totaal voorbijgaand aan het feit dat multiculturalisme het perfecte glijmiddel is geworden voor het mondiaal kapitalisme, maar dit terzijde.)

Men heeft in de periode dat de vluchtelingenhysterie triomfeerde, ondervonden tot welk een  manipulatie van de opinie de media, als ze samenspannen, in staat zijn. Je was in die dagen ofwel een goed mens, die de migranten welkom heette, ofwel een xenofoob, die alleen maar misprijzen verdiende. Leugens werden van hogerhand over Europa uitgestort. Bijvoorbeeld Europees Commissievoorzitter Juncker die gevoelvol sprak (De Standaard 10 september): “Wanhopige mensen de rug toekeren, dat is Europa niet”. Neen? Kent die goede Europeaan de Europese geschiedenis niet? Nooit gehoord van Stunde Nul (1945)? Hoeveel vrouwen werden ter viering van de Bevrijding verkracht? Duizenden bij ons, honderdduizenden in landen waar de Sovjetrussen oprukten. Ook dat was Europa, vergeetachtige meneer Juncker.

“Onze verdomde plicht”

Er werd openlijk schande gesproken van wie het politiek correcte denken van de dag niet aanhing. Toen N-VA voorzitter Bart de Wever genuanceerde uitspraken deed over de vluchtelingencrisis, blokletterde De Morgen (29 augustus) over de hele breedte van twee pagina’s: “Schaam u, meneer De Wever”. Als dat nog journalistiek is, dan heb ik een ambacht bedreven waarvoor ik mij dien te schamen, en de eigenaar van De Morgen, meneer Van Thillo, nog meer. Maar voor de politieke correctheid moet zelfs het recht op vrije meningsuiting wijken.

Hoe komt het toch dat sommigen, als men hen, alsof het jachthonden waren, toeroept “pak de beestjes”, van woede verstrikt geraken tussen gevaarlijke agressieve neigingen en hun aangeboren domheid? “Vreemdelingenhaat” werd alom veroordeeld, en alles wat ook maar enigszins de schijn had van nadenken over de gevolgen van de migratie werd “vreemdelingenhaat” genoemd. Dat deed bijvoorbeeld De Tijd op 27 augustus en Het Laatste Nieuws op 22 augustus. Vreemdelingen liefhebben werd tot “plicht” uitgeroepen. De brave Isabel Albers, een meisje van fatsoen, begon zelfs een hoofdartikel in De Tijd (20 augustus) met de uiterst verrassende vloek: vluchtelingen opvangen is, aldus Albers, “onze  verdomde plicht”. (Hoe zou Albers daar vandaag op terugblikken?).

De “waarden van onze regeerders”

Waarom zou dat een “plicht” zijn? Dat is de beleving van “onze democratische waarden”, zegt Het Laatste Nieuws (29 augustus, hoofdart.), of nog “de waarden die de regeerders van de natie verdedigen” (Béatrice Delvaux, in De Standaard, 23 augustus), of “de waarden van de Verlichting” (id. ibid.). Paul Scheffer wordt in De Standaard (26 september) geciteerd met de uitspraak dat het gaat om “de waardengemeenschap die Europa wil zijn”. En wat is dat dan? Geert Bourgeois, Vlaams minister-president, stelt melodramatisch: “Ik wil tot mijn laatste snik vechten voor de waarden die we verworven hebben in West-Europa” ( in Het Laatste Nieuws, 30 september), en nogmaals: wat zijn die “waarden”? “We moeten onze publieke waarden delen” met nieuwkomers, aldus Bourgeois, en dan komt het antwoord op onze vraag: “Als een vrouw in minirok over straat loopt, geeft ze jou als man niet het recht haar lastig te vallen”. Okee, dus wel als ze in strakke pantalon over straat loopt? Ts, ts, Bourgeois, het is niet de taak van een minister-president om de komieken werk te geven.

“De banaliteit van het kwaad bestaat, maar de banaliteit van het goede ook” (de filosoof Paul Verbeke, in De Standaard Weekblad, 29 augustus). Maar aan alles, ook het moraliseren, ook met het opgeheven vingertje, komt een einde, en als ik mij niet vergis, is het debat in de vorm van de eenvoudige mededeling “ik ben goed, en gij zijt kwaad” in de media aan het stilvallen. Het werd tijd zoniet zouden we nog moeten schrijven: Schaam jullie allemaal, VRT, De Standaard, De Morgen, Het Laatste Nieuws, De Tijd, en al de anderen, zoals Het Nieuwsblad, waar hoofdredactrice Liesbeth Van Impe, afkomstig van De Morgen, zich ontpopte tot een krijsende, hulpbehoevende hysterica. (Zou de arme vrouw ondertussen al in behandeling zijn?). Men kan, behalve in De Morgen en op VRT, al weer stilaan afwijkende meningen over de migranten aantreffen. Maar laten we niet te gauw vergeten waartoe de media in augustus-september van dit jaar in staat zijn geweest. Het waren, met de woorden van De Wever, “parochiebladen van politiek correct denken” (De Tijd, 26 september).

MARK GRAMMENS