We kijken minder televisie

Slechts drie op vijf mensen kijkt dagelijks nog televisie, blijkt uit een rondvraag van onderzoeksbureau iMinds-MICT. Ben je jonger dan 35 jaar, dan daalt dat aandeel zelfs tot slechts twee op vijf. Pakweg tien jaar geleden lagen die cijfers nog een pak hoger, maar dat was dan ook de tijd vóór YouTube en Netflix.

Het televisieapparaat op zich blijft wél populair, wat trouwens ook blijkt uit de vraag naar toepassingen om video zo gemakkelijk mogelijk te «streamen» van de smartphone of de tablet naar het grote tv-scherm. Als de televisie minder populair aan het worden is, gaat het in de eerste plaats om de inhoud van de klassieke televisieprogramma’s die het meer en meer moet afleggen tegen de inhoud van andere mediadiensten.

Zou het er iets mee te maken kunnen hebben dat de kijker bij die andere diensten gewoon zelf kan uitmaken wat hij de moeite van het bekijken waard vindt? Of nog, dat het aanbod bij die andere diensten veel breder is, en niet beperkt door de tunnelvisie van een klein groepje programmamakers dat denkt voor de rest van de bevolking te kunnen bepalen wat goed en interessant zou moeten zijn voor hen? Misschien eens iets om over na te denken bij een bepaalde niet nader genoemde openbare omroep, waar ze menen vrijgesteld te moeten worden van elke vorm van besparing.

Oost-Oekraïne ligt moeilijk

Afgelopen week kwam Oost-Oekraïne nog eens in het nieuws. En het blijft opvallen: dat dossier ligt moeilijk bij de media. Veel verder dan dat de goeden in Kiev zitten en pro-EU zijn raakt men niet. Enig begrip voor andere gevoeligheden, zowel aan Oekraïense als aan Russische zijde, is volledig afwezig. Van de Krim en de Krim-Tataren hebben we al maanden niets meer vernomen, naar we vermoeden omdat alles daar koek en ei is. Of niet soms?

Neen, doe de media dan maar liever een portie Palestijnse intifada of Syrische vluchtelingen. Aan de berichtgeving merkt men meteen dat zowel de sympathie voor als de affiniteit met de Arabische bevolking een pak groter is. We nemen aan dat daar voor de lezer geen tekening bij hoeft.

Had dolle schutter het op christenen gemunt?

Nog zo’n lastig verhaal: de schietpartij in Umpqua, Oregon. Een schietpartij waaraan tenminste twee merkwaardige aspecten zaten, maar die in onze media netjes weggemoffeld werden.

Het eerste merkwaardige aspect werd in de media slechts in de meest voorwaardelijke wijs gebracht: de dader Christopher Sean Harper-Mercer zou slachtoffers naar hun geloof gevraagd hebben, om vervolgens de christenen in het hoofd te schieten, en de anderen in de benen. Nergens in de media lazen we achteraf een bevestiging van dit bericht, of een formele ontkenning. Voorlopig moeten we het doen met de beweringen van enkele getuigen van de schietpartij, waarbij de vraag is of de media soms willen suggereren dat die getuigenissen hopeloos onbetrouwbaar zijn, of mogelijks zelfs vals. We vermoeden dat als de dader het op de aanhangers van een bepaald ander geloof had gemunt, de media daar iets minder terughoudend over zouden berichten.

White supremacy?

Het tweede merkwaardige aspect werd in de Europese media zelfs niet eens vermeld: de dader dweepte met «white supremacy». Je zou dan nochtans verwachten dat een VS-«watcher» als Björn Soenens van de gelegenheid gebruik zou maken om zichzelf nog eens uit te nodigen in het Journaal, om daar zijn haat tegenover dat verwerpelijke blanke Amerika nog eens volop te kunnen spuien. Waarom gebeurde dat deze keer dan niet? Eenvoudig: de moeder van Christopher Sean Harper-Mercer is zelf… zwart. Wat Christopher Sean Harper-Mercer dus precies even blank maakt als pakweg Barack Obama zwart, en omgekeerd.

Neen, dan hielden onze media het vooral bij «mentaal gestoord». Wat natuurlijk ook waar was, daar niet van. Maar het viel wel op: in plaats van dagenlang door te bomen over de schietpartij in Umpqua, verdween de berichtgeving erover al snel weer naar de achtergrond. Te veel lastige details die het «grote verhaal» van de media verstoren, weet je wel…

Retorisch kneepje van Obama

Op een persconferentie schruwelde Barack Obama zijn afkeer uit over de schietpartij in Umpqua. Terecht, uiteraard. Of zijn verwijten aan het adres van de Republikeinse partij even terecht waren, laten we in het midden, maar zijn retorisch kneepje om tussen twee zinnen een extra lange pauze in te lassen, begint na acht jaar toch vooral op de zenuwen te werken. Uitkijken naar een nieuwe Amerikaanse president, die een persconferentie kan houden zonder zijn publiek om de vijf seconden psychisch te gijzelen.