2015-42_11_Najaarspeilingen (Medium)De najaarspeilingen zijn achter de rug. Soms wat moeilijk om volgen voor de half geïnteresseerde, maar de conclusies dringen wel door in de Wetstraat en bij de publieke opinie. Peilingen afdoen als onbetrouwbaar, is onzin. Op een paar accenten na, een gevolg van de verschillende methodiek, zijn ze het vrij eens met mekaar.

De kiesintenties van de burgers worden in het najaar op drie fronten gepeild. De RTBF en La Libre peilden in september (9-14/09). Een paar weken laten kregen we cijfers van VTM, Het Laatste Nieuws, Le Soir en RTL (28/9-4/10). En enkele dagen later volgen die van VRT en De Standaard (22/9-2/10). De recente stadspeiling van Antwerpen laten we hier even buiten beschouwing. Referentiepunten voor al die peilingen zijn de parlementsverkiezingen van mei 2014, maar ook telkens weer de voorjaarspeilingen (april en mei 2015). We gaan alleen in op het eerste.

Wie dit pakket cijfertjes samenlegt, gaat op zoek naar hoofdlijnen, nieuwe tendensen, mogelijks onverwachte ontwikkelingen. Welnu, die zijn er nauwelijks of niet. En ook dat is nieuws.

Machtswissel

De N-VA zou goed zijn voor 27,5 tot 31,1 van de stemmen, enkele procenten minder dan het verkiezingsresultaat. Niets verontrustend zeggen sommigen, al is het wel zo dat de N-VA een alle peilingen sinds 2010 en tot en met het hele jaar 2014 fors boven de 30 procent scoorde. Eén voorzichtige conclusie: de regeringsdeelname en de communautaire ontgoocheling kan hebben gezorgd voor enkele procenten verlies. Maar hiermee wordt de partij niet uit haar baan gedreven.

De grootste concurrent, maar tegelijk ook bondgenoot is CD&V, volgens de najaarpeilingen goed voor 16,2 tot 18,4 procent van de stemmen, een score in de buurt van de uitslag van 2014 (18,6).

Open VLD zou mogen rekenen op 12,5 tot 14,9 van de stemmen. Ook die cijfers hangen net onder het resultaat van 2014 (15,5).

De sp.a breekt met scores tussen 13,8 en 16,2 geen potten, en moet troost zoeken in een bijna onzichtbare en politiek betekenisloze beterschap sinds de verkiezingen van vorig jaar (14,0).

Eén conclusie ook hier: de traditionele partijen lijken definitief hun machtspositie van de vorige eeuw te zijn verloren. Hun gezamenlijke score bij de peilingen, wiegend van 44,8 tot 47,1, ligt onder hun historisch zwak resultaat bij de jongste verkiezingen (48,1).

Wie de politiek al enige tijd volgt, weet waar ze het zwaarst in de fout zijn gegaan: in het vernederen van de christen-democraten, die geen zin meer hebben een kansloze tripartite, maar nog veel meer in het verwaarlozen van het onverwoestbaar geworden verlangen van de Vlamingen naar meer autonomie.

Kleintjes

Bij de kleinere partijen (-10 procent) zijn de schommelingen iets groter, maar over een structurele verbetering valt al bij al weinig te zeggen. Groen slaagt er met peilingen van 9 tot 10,1 procent niet in met succes over de muur van de 10 procent te kruipen en blijft hangen in de buurt van de 8,6 procent van 2014. Alomtegenwoordig in de woorden en daden van een meerderheid van politiek correcte journalisten, maar te dromerig en te dogmatisch voor negen op de tien Vlamingen. Vlaams Belang heeft meer uitzicht op een remonte. De kiezer duwde de partij vorig jaar terug naar 5,8 procent.

In alle daaropvolgende peilingen zit winst, maar over de grootte daarvan zijn de opinieonderzoekers het niet eens. De score varieert van 7 procent (VRT/DS) over 10,1 procent (RTBf en LLB) naar 10,5 procent (VTM, HLN, LS, RTL).

Toch is Vlaams Belang de enige partij die – op dit moment alvast – uitzicht zou hebben op mooie zetelwinst. De asielcrisis en de nieuwe gezichten aan de top van de partij kunnen een voorzichtige comeback verklaren. Dit kan ook verklaren waarom er van de traditionele voorsprong van het Antwerpse kernland van de partij op de rest van Vlaanderen geen spreke meer is. In Antwerpen is De Wever in de buurt, maar blijft ook Dewinter nabij. Om over na te denken.

Over de PVDA kunnen we kort zijn: een procentje winst zit er misschien wel in, maar dan moet je wel kijken naar de politieke laagvlakte, ergens verborgen onder de kiesdrempel.

De Vlaming is niet gek. Slotsom: N-VA kan in dit tweede regeringsjaar de baan op met vertrouwen. Als Vlaams Belang een mogelijke terugkeer onder de grotere jongens wil verzilveren, dan weet de top van de partij waar winst te halen is: niet aan de extreme zijde, wel bij de centrumrechtse en conservatieve Vlaming.

Daar zijn er veel van.

AP