Sinds het clubbestuur van Anderlecht op 25 september zijn voornemen bekendmaakte uit het Ghelamcoproject te stappen, is het verduiveld stil geworden rond het nationaal stadion. Veel te stil eigenlijk. Want dit betekent dat achter de schermen heel zware druk wordt gezet op het clubbestuur om op zijn stappen terug te keren.

Binnen de club heerst diepe verdeeldheid. Enerzijds is er de oude garde (ijdeltuiten zoals Michel Verschueren), die nog een laatste keer wil gloriëren in een blinkend megalomaan stadion en die intensief lobbywerk levert bij de politieke vrienden. Daartegenover staat een jonge groep van nuchtere rekenaars, die stilaan klaarstaat om de macht over te nemen binnen de club en die becijferd heeft dat de deelname aan het stadionproject op Parking C gigantisch veel risico’s inhoudt.

Vooral het feit dat Anderlecht geen mede-eigenaar kan worden van het Eurostadion zit die mensen hoog. Op die manier verdwijnt de hoge huurprijs (11 miljoen euro per jaar!) in een bodemloze put, terwijl de concurrentie grote winsten kan maken (en dus duurdere spelers kan aantrekken) door in eigen stadion te spelen.

15 op 16 zijn tegen

Anderlecht voelt ook de druk van de andere eersteklasseclubs. Zij beschouwen de deelname van Anderlecht aan dit project als een zuivere vorm van concurrentievervalsing. Bart Verhaeghe was vorige week zaterdag gastspreker bij Pro Flandria (een grote Vlaamsgezinde ondernemersclub) en liet in de marge van dat bezoek verstaan dat maar liefst 15 van de 16 topclubs uitdrukkelijk gekant zijn tegen de bouw van een nationaal stadion. Volgens die clubs is er helemaal geen behoefte aan een megacomplex en zou het veel gezonder en sportiever zijn als de wedstrijden van de nationale ploeg telkens in een ander stadion zouden gehouden worden.

De topman van Club Brugge weet waarover hij spreekt. Na het EK van 2016 werd hij de ondervoorzitter van de Voetbalbond en vandaag reeds waait daar een frisse wind. Na het onzalige verkwisterstijdperk van Steven Martens staat men er veel kritischer tegenover de betonboeren van Ghelamco.

Geen Plan B

Politiek is het stadion evenwel nog steeds niet opgegeven. De Brusselse blauwe dwerg Guy Vanhengel blijft ervoor vechten. Sterker nog: tijdens het debat hierover in het Brussels Parlement van 2 oktober was de piste van Parking C zelfs de enige mogelijke optie: “Er is geen Plan B, want er is geen privépartner voor de renovatie van het bestaande stadion, dat maar tot volgend jaar mag gebruikt worden. Dus mogen we zonder nieuw stadion ook de medeorganisatie van het Europese kampioenschap voetbal in 2020 vergeten.” Zeer heuglijk nieuws, zouden we zo zeggen.

Toch is de buit nog lang niet binnen, want Vanhengel en co blijven zich geroepen voelen op Anderlecht in te praten. Bijzonder triestig is dat hij daarbij de volle steun krijgt van ex-minister Brigitte Grouwels van CD&V, die blijft hopen dat dit “prachtige project” alsnog kan worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door Anderlecht betere voorwaarden aan te bieden.

Onbegrijpelijk dat zelfs Brigitte Grouwels, die ooit voor Vlaamsvoelend doorging, helemaal niet blijkt te beseffen dat het Eurostadion een anti-Vlaams annexatieproject is. Dat een extreme opportunist als Vanhengel alle Vlaamse reflexen overboord had gegooid, wist iedereen, maar dat Grouwels zich zo voor de kar van het Brusselse imperialisme zou laten spannen, dat heeft ons toch wel pijnlijk verrast.

Tous en France

Intussen hebben de campagnebedenkers achter de Rode Duivels weer een nieuwe, wervende slogan bedacht. Na het “Tous ensemble” en het ongenietbaar Franstalige Braziliëlied van Stromae (eentalig Frans, uiteraard), moeten we  nu geestdriftig worden bij de indianenkreet “Tous en France”.

Het lijkt op een provocatie, maar niettemin zullen duizenden Vlaamse idioten met dit gedaas hun keel schor schreeuwen. Misschien is het tijd voor een gepaste tegenreactie. “Adieu les diables! Restez en France pour toujours!” Iemand een beter idee?

BL