Roger de Clerck, een anachronisme

De journalisten die een portret moesten schrijven van de vorige week overleden West-Vlaamse tapijtmagnaat Roger de Clerck (1924-2015) hadden het niet gemakkelijk. Enerzijds wezen ze op het gigantische succes van het Beaulieu-imperium. Anderzijds stond De Clerck ook voor gesjoemel en belastingontduiking. Probleem is dat iedereen met een 21ste-eeuwse bril naar ‘boer Clerck’ kijkt. De man was eigenlijk al een tijdje een economisch anachronisme geworden.

2015-44_02_Beurs (Medium)Het is normaal dat de beelden in de tv-journaals over de dood van topondernemer Roger de Clerck begonnen met het verjaardagsfeest in 1999, met onder anderen George Bush sr. en Margaret Thatcher. Het was het laatste publieke optreden van De Clerck. Daarna waren het vooral zijn kinderen die de verschillende delen van het Beaulieu-imperium bestuurden en ook in de media kwamen. Het was toen al het einde van een tijdperk.

Het is dan ook wat vreemd dat de journalisten die de in memoriams over De Clerck schreven dat deden met een 21ste-eeuwse bril op. ‘Boer Clerck’ was iemand van de 20ste eeuw, een ondernemer uit een ander tijdperk. Vandaar dat hij vandaag nog moeilijk een referentie kan zijn voor wie de bedrijfswereld kent. Drie elementen maken dat ondernemen in West-Vlaanderen in de tijd van De Clerck fundamenteel verschilde van wat een bedrijfsvoering vandaag de dag inhoudt. 1. De Clerck moest beginnen werken in een totaal verarmde regio. 2. Ondernemers kwamen in de jaren zestig en zeventig amper in de media. 3. De collusie met de politiek werd in die tijd zeker niet gezien als iets verwerpelijks.

Anno 2015 wordt het vaak vergeten maar in de jaren vijftig van vorige eeuw was West-Vlaanderen één van de armste gebieden van West-Europa. Jarenlang, ja zelfs eeuwenlang, had de regio geleefd op het ritme van de vlasoogsten. ‘Als vlas gaat, alles gaat.’ Maar met de opkomst van synthetische kleding stortte de vlassector in elkaar. De West-Vlaamse vlasboeren bleven niet bij de pakken zitten en zochten andere sectoren op. Velen werden actief in de textielsector en meer bepaald die van de vloerbekleding. “Boer Clerck” heeft, van al die straffe ondernemers, wel de spits afgebeten. Een groot verschil met Wallonië, waar men de ondergang van de staalindustrie nog altijd niet verteerd heeft. De Clerck en co moesten in een veel moeilijkere economische omgeving dan vandaag een bedrijf op poten zetten. Nu zijn er de voordelen van een geglobaliseerde economie waar men gemakkelijker toegang heeft tot allerlei vormen van kapitaal. Een familiebedrijf in Vlaanderen kan nu ook gemakkelijker externe managers aanwerven die zeer goed geschoold zijn in boekhouding, financiën en personeelsbeleid.

Van Roger de Clerck bestaan er eigenlijk geen echte interviews. De man meed de pers als de pest. Wie toch tot het Beaulieu-imperium probeerde door te dringen, werd afgedreigd. Zoals een Ludwig Verduyn, of Jan Puype. In de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw vonden bedrijfsleiders het niet nodig met hun foto in de kranten te komen. Dat is inmiddels veranderd. Er zijn veel meer beursgenoteerde bedrijven en die moeten gedetailleerd communiceren. Zelfs bedrijven die niet op de beurs genoteerd zijn, worden door de media zwaar onder druk gezet om hun bedrijfsstrategie te komen uitleggen. Zo besloot de top van een gesloten West-Vlaams bedrijf als Vandemoortele in 2003 dat het voor het eerst in meer dan een eeuw met de pers moest praten. Bedrijfsleiders zoals Alexandre van Damme, belangrijk aandeelhouder bij AB InBev, die amper in de pers komen, zijn een uitzondering.

De minder fraaie kanten van Roger de Clerck zijn bekend: geld doorsluizen naar belastingparadijzen, fiscale ontduiking, overheden onder druk zetten om subsidies te verlenen… Het maakte allemaal deel uit van de Beaulieu-strategie. Het was zo dat De Clerck zonder schaamte op recepties enveloppen met geld aan politici gaf. In ruil kwamen massale subsidies naar het tapijtenbedrijf in Wielsbeke. Ook kneep de fiscus vaak een oogje dicht. De politiek aanvaardde gesjoemel omdat Beaulieu in ruil voor de steun voor duizenden banen zorgde.

Roger de Clerck kon veel gedaan krijgen dankzij goede banden met de CVP. Een halve eeuw geleden werd zoiets als doodnormaal beschouwd. Partijfinanciering door bedrijven was toegelaten. Vandaag kan zoiets niet meer. En op directe subsidies hoeven bedrijven vandaag omwille van de strenge Europese regelgeving niet meer te rekenen. Nu gaan overheden anders te werk: ze zorgen voor een gunstig fiscaal klimaat, zoals met de notionele intrestaftrek, om bedrijven hier te houden. En die regels gelden voor alle ondernemingen.

Angélique Vanderstraeten