Terwijl de zeer bezienswaardige tentoonstelling over onze eerste spotprenttekenaar Jefke Nys in het Bormshuis nog te bewonderen valt (tot 30 januari 2016), kreeg ons blad vorige zaterdag de eer en het genoegen om alweer een belangrijke Vlaming uit ons bewogen verleden voor het voetlicht te mogen brengen: Wim Maes, veel te vroeg overleden op 3 oktober 1968 in Brasschaat en daar met deelneming van 2.000 rouwende Vlaamsgezinden “koninklijk” ten grave gedragen.

Eén van die rouwenden was zijn toen nog piepjonge zoon Walter, die na de officiële ontbinding van vaders Vlaamse Militanten Orde (VMO), de standaard van die strijdvaardige “mannekes” tot voor kort heeft bewaard op zijn verzekeringskantoor. Tot voor kort, want toen de nu 66-jarige verzekeraar het ogenblik gekomen achtte om zijn bedrijf in andere handen over te dragen, wou hij ook vaders standaard overdragen aan Vlamingen die het vaandel met zijn Vlaams bewogen verleden een waardige toekomst willen bezorgen. En waar kon Walter dan beter terecht dan in het Bormshuis, waar ook al het herstelde vaandel van de Vlaamse meisjesgroep Klimop een ereplaats heeft gekregen? Dat onlangs ook het lezenswaardige boek van Karel Luyckx over Wim Maes en zijn “mannekes” is verschenen, bood de erfgenamen van de betreurde VMO-leider de gelegenheid om twee vliegen in één slag te slaan: overhandiging van de standaard en voorstelling van het boek. Mij werd de eer gegund (dank u, voorzitter Hulstaert) om een en ander in te leiden en aaneen te praten. Al schrijf ik het zelf, ik zou niet de hofdichter van dit veelgelezen blad zijn, indien ik van de gelegenheid geen misbruik had gemaakt om mij met die standaard enige woordspelerij te veroorloven. Met een standaard kan men alle kanten uit, woordspeelde ik, maar de kant die IK er beslist níét mee uit wil, is die van De Standaard die ooit uitpakte met in zijn kop de veelzeggende letters AVV-VVK die de krant onder een zogezegd progressieve hoofdredacteur laffelijk weer ingepakt heeft. Alle blikken – en met de talrijke opkomst van al die gewezen “mannekes” van Wim, waren er heel veel blikken! – dus gericht op de standaard van de VMO, die symbolisch mag gelden als “de standaard van de Vlaamse Beweging” in moeilijke jaren. Dat die standaard nu mag prijken op een ereplaats in het Bormshuis, mag ook al symbolisch heten, al was het maar omdat de stichter van dat huis, Jan van Hoogten zaliger, jarenlang de lijfwacht is geweest van de vaak belaagde Dr. Borms en dus in zekere zin de voorloper mag gelden van de geüniformeerde lijfwachten die met Bob en Wim Maes de orde wisten te verzekeren op Vlaamsgezinde bijeenkomsten die rood gespuis in de war probeerde te sturen. Bij de voorstelling van Karels boek, veroorloofde ik mij deze stoute parafraze op Van Wilderodes “Ballade van de Zes Ridders”:

Ach, was hij een vreemde geweest, men kende
zijn naam, zijn leven, zijn inzet tot ’t einde
als een warme waarachtige Griekse legende,
maar Wim had het ongeluk in een apenland te wonen,
waar roem en eer slechts besteed zijn aan voetbalikonen.

Zelden heb ik in het Bormshuis zo’n korte dankwoorden te horen gekregen als vorige zaterdag, maar beiden kwamen die korte woorden hoorbaar recht uit het hart. Nòg duidelijker was dat toen Bob Hulstaert in zijn dankwoord voor iedereen zijn ontroering niet meester bleek te zijn. Zo mocht het grote publiek van geharde actievelingen voor Vlaanderen andermaal ervaren dat in de Vlaamse Beweging ook gevoelige zielen… thuis zijn. Dat werd ook bevestigd door Walter Maes, die onomwonden getuigde dat de jaren van vaders Vlaamse Militanten Orde tot zijn beste jeugdherinneringen behoren. Tja, de ene standaard is de andere niet…

(Een recensie van het boekje van Karel Luyckx mag u volgende week verwachten.)

hvo