2015-45_03_Briefje (Medium)Foefelaar

Mijnheer de poenpakker,

Elke burger moet jaarlijks zijn belastingbrief invullen; al wat hij verdiend heeft, moet hij aangeven. Op basis daarvan bepaalt de fiscus of betrokkene nog iets tegoed heeft van de staat of dat hij zelfs nog wat geld mag bijbetalen. Een aantal burgers kan onkosten inbrengen die zij in functie van hun beroep maakten. Men kan er allemaal veel kritiek op hebben, maar het is een redelijk objectieve graadmeter. En natuurlijk trekt Vadertje Staat geregeld op controle om te zien of onze landslieden dat wel correct deden, niks ‘vergaten’ of niet overdreven met het inbrengen van kosten. Het is niettemin juist dat iedereen tegen die jaarlijkse karwei opziet en dat iedereen hoopt het onderste uit de kan te halen om uiteindelijk ‘nog wat terug te trekken’.

Na een aantal royale fratsen waarin gijzelf en wijlen tante Fabi een hoofdrol speelden, werd tijdens de vorige regeerperiode onder grote publieke druk de dotatieregeling voor uw familie even wat bijgesteld. Sinds de regeling van 2013 moeten uw geliefde papa Albert, uw zus Astrid en gijzelf jaarlijks een uitgavenstaat voorleggen aan het Rekenhof, dat dan controleert welke onkosten van privéaard zijn en welke terug te voeren zijn tot uw verplichtingen als prins en waarvoor gij een vergoeding trekt. Kortom, gij moet aantonen hoe gij de dotatie, in totaal ruim 300.000 euro, besteedt. Nadien moet het parlement dan zijn definitieve zegen geven.

Dezer dagen heeft het Rekenhof toch moeten vaststellen dat gij daar een fameus oor aan hebt genaaid. Rekeningen van de Colruyt, het schoolgeld van uw koters en een skireis, maar ook de uitreiking van de MIA’s en een optreden van Dimitri Vegas en Like Mike prijkten op de lijst van uw ‘onkosten’. Het Rekenhof weigerde die posten dan ook te honoreren. Het valt af te wachten wat de Commissie Comptabiliteit van de Kamer zal zeggen. Misschien laten zij u wel komen om u te horen zodat gij ‘de bonnekens’ moogt komen toelichten; zoals dat een gewone burger wel eens overkomt.

Wij kunnen ons voorstellen dat, toen gij de mare hebt vernomen, uw smoelwerk weer op onweer zal gestaan hebben en dat gij de politieke wereld naar de maan hebt verwenst. Maar, Monseigneur, gij moet er mee leren leven dat wij in een democratie leven en dat er spelregels zijn die ook voor lieden als gij tellen.

Ik vernam dat de N-VA met voorstellen op de proppen gaat komen om uw dotaties in een periode van vijf jaar te laten uitdoven en dat gij het ten onrechte bestede geld aan de staat gaat moeten terugstorten. Dat is nog redelijk mild van de Vlaams-nationalisten die in de Belgische regering zetelen. De Vlaams-nationalisten in de oppositie daarentegen willen heel het dotatieboeltje op de schop. Het verbaast mij echter dat de linkse politici, die in wezen republikeins zouden moeten zijn omdat een verkozen staatshoofd democratischer is, vandaag vanuit hun haat tegen het Vlaams-nationalisme – die zij met u en uw familie delen – de grootste hoera-patriotten zijn en het koningshuis nauwelijks bekritiseren. Monarchie rijmt niet op democratie, zegt men heel vaak. Raar dat zij aan die kant doof blijven.

Niettemin, door uw al te doorzichtige strapatsen zult gij flink in de eigen voeten blijven schieten, omdat gij er een hekel aan hebt u te laten behandelen als een gewone burger. Wel, we gaan u daar nog dankbaar voor zijn, omdat gij aldus zelf voor de oplossing van het dotatieprobleem gaat zorgen. Merci dus, Monseigneur, en doe zo voort!

‘t Pallieterke