Geboycot

Gij teringlijder,

Gij weet het of gij weet het niet, maar Dimitri Verhulst heeft een nieuw boek geschreven: “Het bloedboek”. Verhulst heeft de Bijbel herschreven, en dat is een boek geworden vol moord en seks. Het boek was nog maar net van de persen gerold, of Verhulst was te gast bij de VRT, in het programma “Van Gils en Gasten”, waar hij de ene stoute uitspraak na de andere mocht doen. Ik citeer er eentje: “Mein Kampf en de Bijbel dragen genocide heel hoog in het vaandel.” In feite beweert hij dat de Bijbel even gewelddadig is als de Koran, en dat het verkeerd is om met twee maten en twee gewichten te spreken als het erop aankomt om het christendom met de islam te vergelijken. Dat gesprek in de VRT-studio’s had plaats op 4 november, een week voor de aanslagen van Parijs. Over de inhoud van zijn boek wil ik het hier niet hebben, ik wil u enkel wijzen op de snelheid waarmee Dimitri Verhulst welkom werd geheten in de studio’s van de VRT.

Een paar weken zagen we in diezelfde studio’s, betaald met uw en ons belastinggeld, ene Younes Delefortrie opduiken, een teruggekeerde Syriëstrijder. Ook die Delefortrie, veroordeeld in het grote terrorismeproces, mocht vrijuit komen babbelen over zijn heroïsche daden in Syrië. Interviewer Bart Schols stelde weinig kritische vragen, en liet de Syriëstrijder het vrije woord over bijvoorbeeld “het enthousiasme en de vrijgekomen energie” die hij voelde toen hij van dichtbij een zelfmoordaanval meemaakte. “Het enthousiasme dat ik beschrijf gaat erom dat één broeder zich opgeofferd heeft voor 200 à 300 strijders, en ook inwoners van dat gebied, want dat gebied lag op dat moment onder aanval van het Vrije Syrische Leger.”

Over de inhoud van het boek wil ik het niet hebben, noch over de commotie die na de uitzending ontstond. Ik wil u enkel wijzen op de snelheid waarmee Younes Delefortrie welkom werd geheten in de studio’s van de VRT.

Dat brengt me naadloos bij u, meneer Van Rooy. Want ook gij hebt een boek geschreven. Het is een dik boek en zeker geen gemakkelijke lectuur. Op 3 november werd uw boek onder zeer ruime belangstelling voorgesteld in het Elzenveld in Antwerpen. Opgemerkte gasten in de zaal: professor Etienne Vermeersch, Mia Doornaert, Benno Barnard en Paul Cliteur. Het kruim van extreemrechts? Helemaal niet, deze vier vrienden kwamen u een steuntje geven. Onder vrijdenkers en vrije denkers moet dat kunnen.

Over de inhoud van uw boek wil ik het hier niet verder hebben, dat kwam reeds eerder in dit weekblad aan bod. Ik wil het hebben over de snelheid waarmee gij door de VRT werd uitgenodigd om over uw boek te komen babbelen. Ik bedoel, om vooral níét over uw boek te komen spreken. Geen “Zevende dag”, geen “Van Gils en Gasten”, geen “Terzake”, geen “De Afspraak”. Nougatbollen. En dat geldt ook voor de collega’s van VTM. Wat een verschil met Nederland, waar ge wel al op radio en televisie in debat zijt mogen gaan met andersdenkenden. Maar bij de VRT en VTM wordt gij weggezet als een onnozelaar, een bietekwiet en een teringlijder met ebola. We zijn wel allemaal “Charlie” en oh oh, we moeten de vrije meningsuiting koesteren. Maar als puntje bij paaltje komt, dan kennen de broeders van de Reyerslaan en Medialaan maar één waarheid. Met de gebeurtenissen in Parijs in het achterhoofd zoudt u nochtans een geknipte studiogast zijn om de kijkers te duiden over islam en terreur.

Maar ja, laat dat nu net een thema zijn… “Waarover men niet spreekt” bij VRT en VTM. Hadt ge soms anders verwacht?

‘t Pallieterke