In de rubriek Medialand van dit blad stond vorige week een lijstje van kakelende politici die allemaal hun zegje deden over de openbare omroep. Dat was nog maar de top van de ijsberg, want hoog- en andere leraars, middenvelders en cultuurmaffiosi weten het ook allemaal beter.

Het zweet stroomt in de gangen

Ik wil die bonte bende wel eens meenemen naar Reyers en in een lokaal stoppen. Wedden dat ze na een uur in paniek rondbellen omdat ze de uitgang niet meer vinden? Niemand van al die wijsneuzen heeft ooit een tv-scenario geschreven, een opname geleid, mee gemonteerd, een voice-over of mixage meegemaakt, of met een zware Nagra radio-interviews afgenomen. Hun VRT-ervaring bestaat hoogstens uit een zichzelf opblazend gesprek met Trio of Donnez bij Klara, of een kort televisie-interview waarbij de ondervrager voortdurend denkt: “Zwets niet zo. Dat kan ook op 30 seconden. Herhaal niet drie keer hetzelfde. Stop met die ‘zoals ik daarstraks al zei’, want waarschijnlijk gebruiken we alleen deze laatste minuut.” En er is nog een groep kletsers die voortdurend hoog van de toren blaast in de andere media: de mensen die (soms) aanwezig zijn (en dat is iets anders dan werken) bij de omroep. “Hectisch”, “onvoldoende middelen”, “we zitten op het been” en “onderbemand” zijn de clichés die een paar honderd dames en heren in hun open brief opdisten. Vorige week was er nog een dame bij Doorbraak die argumenteerde dat het zweet zowat onder alle deuren van de Reyerslaan de gangen instroomt. De eenvoudige waarheid is dat er bij de VRT helemaal niet hard gewerkt wordt, trouwens, een oude omroeptraditie. Vorig jaar heb ik een lang gesprek gevoerd met een jonge medewerkster die, in tegenstelling tot de meeste programmamakers/journalisten, niet uit de maffiose en even indolente cultuursector komt. Haar besluit spoort met mijn ervaringen en bronnen. Ze werken niet bij de VRT. De overgrote meerderheid zou in een 9-tot-5-baan in een privéonderneming, waar ze zo op neerkijken, binnen de proeftijd aan de deur gezet worden. Ze weten niet wat het is om voortdurend opgejaagd te presteren. Ze acteren vooral dat ze het druk hebben.

De paraplu

Waar houdt een groot deel van het 2.200 man en vrouw sterke leger (plus een hele reeks mensen met tijdelijke contracten, of contracten voor één prestatie) zich dan mee bezig? Er zijn drie hoofdactiviteiten. 1. Mails lezen en produceren. Vroeger werd er ook een stukje gezaagd, maar dat gebeurde drie bureaus verder, meestal mondeling. Met de pc verscheen de e-mail. Nu opent iedereen zijn paraplu op voorhand, waarschuwt en schuift verantwoordelijkheden door, wijst schuldigen aan vooraleer er iets gebeurd is en zet de halve omroep in CC of BCC als er geïntrigeerd wordt. Om dan na afloop zelfgenoegzaam “ik had het voorspeld” te mailen. 2. Dolken in elkaars rug steken, kwaad spreken en reten likken van baasjes en bazinnetjes, want niemand heeft nog de garantie van een vaste uitzendtijd en een eigen begroting. Vroeger werd er ook geroddeld, maar er lagen veel minder slachtoffers op de kerkhoven van haat en jaloezie, want je wist dat je nog veel jaren met elkaar moest leven. Je werd niet verondersteld om de vier jaar “je carrière een nieuwe wending” te geven. 3. Proberen uit te vissen waar een programmavoorstel geblokkeerd of doorgesluisd wordt, want de beslissingslijnen zijn bijzonder onduidelijk.

Kennissen en geen kennis

Blijft er dan nog tijd over, dan kan die eventueel aan echt werk besteed worden. Hier loert de doodzonde van de huidige omroep om de hoek. Het grootste deel van de niet-statutaire medewerkers (nu drie vierde van het personeel, want de omroep geeft al twintig jaar contracten van onbepaalde duur en kent niet langer de vaste benoeming) zit daar dankzij relaties. Zwansbaron De Graeve schafte indertijd de examens af. Dat was volgens deze Alcatelbediende, die in Shanghai zo graag samenwerkte met de moordenaars van de Chinese communistische partij, zogenaamd te duur. Hij had ook een verborgen agenda. Iedereen met het juiste diploma mocht vroeger deelnemen aan de VRT-examens en het gevolg was dat er vogels van alle pluimage hun intrede deden en, zeker bij de nieuwsdienst, elkaar in het oog hielden, controleerden en eventueel verbeterden. Geen sprake van dat, zoals vandaag, alleen maar jongelui met een openlijk of vaag links profiel hun intrede doen. Dankzij de profielen bij de sociale media krijgen kandidaten die Vlaamsgezind en/of katholiek zijn, of akkefietjes met Marokkaanse racisten meemaakten, niet eens de kans te solliciteren. Ja, het was vroeger beter, objectiever en eerlijker. Geloof de nonsens niet die je vorige week in Trends kon lezen. Clair Ysebaert, aftredend voorzitter van Participatiemaatschappij Vlaanderen, beweerde dat hij in 1973 in de laatste en zevende proef journalist zakte omdat hij een rollende r had, maar “de echte reden was dat ik geen lidkaart van de ACOD bezat”. De stemproef was het tweede en niet het zevende onderdeel, en de man die daarover ging was Eugeen Berode, taalraadmans en columnist in de tijd dat De Standaard nog geen leugenachtig anti-Vlaams vod was. Eugeen was katholiek en zeker geen lid van de ACOD-VRT. Ik was wel bestuurslid van die vakbond en er was geen sprake van dat wij ons met de examens moeiden. We zouden het niet eens gewild hebben. Het gevolg is wel dat u, lezer, uw kinderen of kleinkinderen betalen voor een omroep, maar dat u en uw familie in de beste nazi-communistische traditie niet de kans krijgt om bij die omroep te werken, want u kent er niemand. Vorige week beweerde de nieuwe “Slimste mens”, VRT-ster Danira, dat mama Koula, die ik nog bij Afrit 9 gekend heb, geen goed woordje voor dochterlief gedaan heeft. Aan me hoela! Een ander gevolg is natuurlijk dat sommige van die jongelui zich “doodwerken”. Ze doen er uren over om twee min of meer correcte zinnen te schrijven, want ze zitten er immers alleen wegens hun kennissen en niet hun kennis. Ze hebben niet het talent om radio of tv te maken, kunnen geen grote hoeveelheid informatie op korte termijn structureren, en ze hebben geen historisch besef. Hun gebrek aan talent verklaart tevens de verstikkende politiekcorrecte leugenmentaliteit, want de meesten weten dat ze niet in staat zijn na een ontslag een echte baan te te vinden. Vergelijk het met de levensechte angst die de Duitse journalisten in 1933 beving toen een andere ideologie politiek correct was. Tot verrassing van Hitler en Goebbels liep de hele pers al na een paar maand aan de leiband. Overigens, de heer Geert Bourgeois is verantwoordelijk voor die correcte VRT-nullen. Als minister van Media was hij meer dan gewaarschuwd, maar toch durfde hij het niet aan een objectieve rekrutering in de beheersovereenkomst met de VRT te zetten, uit schrik om beschuldigd te worden dat hij de omroep “politiseerde”. Terwijl examens juist de enige waarborg zijn om te depolitiseren.

U vraagt zich misschien af of die beruchte lijst met overbodigen, waarover Siegfried Bracke sprak, bestaat. Natuurlijk bestaat die. Die heeft altijd bestaan. De dame die tot voor een paar jaar de lijst bijhield, was Leentje de Meerleer, sindsdien de volslagen overbodige algemeen directeur van de Opera en het Ballet van Vlaanderen. Wel mag je er vergif op innemen dat je een lijst met die naam niet meer in het organigram zal terugvinden. Maar dan organiseer je diensten als kwaliteitsbewaking, waar je overbodige zogenaamde Senior Producers en Senior Directors in dumpt (zie ’t Pallieterke van 14 september 2014).

Jan Neckers