Politie zelf in de vuurlijn

Allerlei politici en experten hebben vorige week flink de media afgestruind om hun opinie kenbaar te maken over de interventie van het Snelle Respons Team (SRT) van de Antwerpse politie waarbij een veertienjarig Syrisch meisje werd ‘neergeschoten’, in feite licht werd gewond door een verfkogel. Politieagenten, en in het bijzonder de interventiediensten, komen daarmee andermaal zelf in de vuurlijn. Het Comité P startte inmiddels een onderzoek naar het incident. Bij de politie is het geen pretje om nog lid te zijn van een interventiedienst.

2015-47_02_RiRo (Medium)Wie toegang heeft tot Astrid, het digitale communicatienetwerk van de Belgische hulpdiensten, weet maar al te goed dat de interventiediensten van de politie het drukst worden bevraagd. Eén enkele ploeg kan tijdens één shift achtereenvolgens worden geconfronteerd met een loslopende agressieve hond, vaststelling van een poging tot inbraak, een dodelijk verkeersongeval, partnergeweld, een overval, ruziënde asielzoekers… Telkens wordt van de betrokken inspecteurs – meestal zijn ze met twee, hoogstens met drie – gevraagd dat zij op gepaste wijze tussenkomen, de procedures volgen, het leed lenigen en nadien proces-verbaal opstellen van hun tussenkomst. Voor de verdere afhandeling bestaan het parket en gespecialiseerde diensten.

Uitschuivers

Vrij regelmatig worden tussenkomende politiemensen of ondersteunende diensten geconfronteerd met geweld. Meestal zijn zij daarbij zelf het doelwit. Het gaat van verbaal geweld tot levensbedreigende situaties. Zo keren vechtersbazen zich nogal vaak gezamenlijk tegen politiemensen. Vorige week reed in Beernem, in West-Vlaanderen, een autodief in op agenten die zijn identiteit wilden controleren. Eén ervan raakte zwaargewond en werd overgebracht naar het ziekenhuis. Behoudens een koele melding besteedt de pers meestal weinig aandacht aan dergelijke incidenten en wordt de inkt en het gelal van experts vooral gereserveerd voor die keren dat het fout gaat. Zo liep het mis met Sémira Adamu, de Nigeriaanse asielzoekster die in 1998 overleed bij haar zesde uitzettingspoging, en de zaak-Jonathan Jacob, die onhandelbaar was ingevolge een ‘excited dilirium syndroom’ en in 2010 overleed in een politiecel in Mortsel, na een interventie van het bijzondere bijstandsteam van de Antwerpse politie. Beide zaken werden terecht (!) grondig onderzocht door het gerecht en uitvoerig behandeld in de media. Het vervelende in deze zaken is dat de betrokken politieagenten gehouden zijn aan het beroepsgeheim en de zwijgplicht. Behoudens in een rechtszaal hebben zij geen kans om zich te verdedigen tegen opiniemakers en beweerde experten.

Interventieteams en ondersteunende diensten, ook wel de eerstelijnspolitie genoemd, begeven zich bij iedere tussenkomst duidelijk op glad ijs, waar zij per definitie de eerste klappen opvangen. Zeker in crisissituaties zijn uitschuivers mogelijk, want veelal verwacht men van hen onmiddellijke actie en is er weinig ruimte voor nadenken of overleg. Dit houdt risico’s in. Meer en meer worden politiediensten geconfronteerd met de mondige burger in het algemeen en de alomtegenwoordige mobieltjes, waarvan de opnames in geen tijd via de sociale media worden verspreid. Het Comité P, de politiewaakhond bij uitstek, wordt overspoeld met al dan niet terechte klachten die voor de betrokken politiemensen kunnen uitdraaien op sanctionering en gerechtelijke vervolging. Recentelijk besliste ook de familie van Soufiane Amghar, één van de twee vermoedelijke terroristen die in januari 2015 in Verviers werd doodgeschoten, om klacht met burgerlijke partijstelling in te dienen wegens doodslag. Zij wensen meer duidelijkheid over de omstandigheden waarin de interventie werd uitgevoerd. Over de stand van dit onderzoek is nog niets gekend.

Wiegelied

Het incident in Antwerpen heeft opnieuw aangetoond dat interventieteams bij delicate tussenkomsten uiterst kwetsbaar zijn.  Daarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat de politiemensen, die doorgaans goed zijn opgeleid, niet in alles experten kunnen zijn. Er wordt hen geleerd dat ze gevaarlijke of complexe situaties uiterst omzichtig dienen te benaderen. Gebruik van geweld wordt absoluut voorafgegaan door waarschuwingen en wordt, indien echt onafwendbaar, proportioneel opgebouwd. Die principes behoren tot de basisopleiding van alle politiemensen en die worden regelmatig herhaald en getraind in de sessies geweldbeheersing en de schietoefeningen die alle operationele personeelsleden in hun loopbaan verplicht dienen te volgen. Vooral die procedures zullen ter sprake komen bij het verhoor door de meestal strak in het pak zittende inspecteurs van het Comité P. Werd het boekje wel gevolgd? Waarom deed je dit? En waarom deed je dat niet?
Maar hoe handelen tegenover een onhandelbaar persoon, ook al is dat een meisje van veertien, die een onmiddellijke bedreiging is voor zichzelf en haar omgeving, en de taal niet of nauwelijks verstaat?  Hoeveel ruimte voor overleg is er op het moment dat iemand die niet benaderbaar is zichzelf verminkt? Wat zou Vlaams kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen zelf hebben gedaan?  Of dienden de interventiediensten eerst de hulp in te roepen van kinderpsychiater Eva Kestens om een wiegelied te zingen om het meisje in een rusttoestand te brengen (opiniebladzijden De Standaard 13 november)? Neen, in deze tijden van kommer en kwel is het geen pretje om lid te zijn van een interventieteam.

Zoals gemeld uit het Antwerpse stadhuis hebben de betrokken politiemensen wellicht gereageerd zoals het hoort. Wij kunnen aannemen dat de eerste ploeg ter plaatse de ernst van de toestand juist heeft ingeschat en onmiddellijk beroep heeft gedaan op bijstand en het SRT, dat met één projectiel misschien veel erger heeft voorkomen. Mogelijk waren er alternatieven, zoals het zingen van een wiegeliedje, maar dit zal ongetwijfeld vermeld staan als aanbeveling in het verslag van het Comité P, eens het onderzoek naar het handelen van hun collega’s zal afgerond zijn.

RIRO