Wat níét te doen

Als we tegen de islam het pleit verliezen, dan zal het onze eigen schuld zijn. Je aan zulke moedwillig primitieve cultuur moeten onderwerpen, dat kan alleen wanneer je eerst jezelf de handen op de rug bindt. Dat doen wij, ten eerste door ons oneigenlijke ontzag voor rechtsregels (bijvoorbeeld het niet “mogen” opzeggen van de akkoorden tot gezinshereniging met Marokko en Turkije), terwijl toch “de wet er is voor de mens, niet de mens voor de wet”; en ten tweede door het grondig vertekend beeld van de islam dat wij huldigen.

Aan de remediëring van dat laatste probleem probeer ik bij te dragen, maar ik geef toe dat we in beleidskringen tot nu toe weinig bereiken. De waarheid over de islam kennen we, ze is tenslotte eenvoudig; alleen blijkt het zeer moeilijk, ze aan de man te brengen. Hoe mensen wakker schudden?

“De ervaring leert”

Sommigen denken: als mensen maar genoeg slaag krijgen, zullen ze hun illusies over de islam wel verliezen. Ziedaar een materialistische aanname, alsof inzicht automatisch omhooggedampt komt uit gebeurtenissen. Dat is nochtans niet zeker, leert de ervaring. De Nederlandse journaliste Joanie de Rijke werd in 2008 door de Taliban gekidnapt en een aantal keren verkracht, maar ook daarna bleef ze de Taliban vergoelijken. Men moet wel een beetje fanatiek zijn om zijn vijanden zo door dik en dun te verdedigen, maar dat zijn onze progressieven natuurlijk wel. Hun echte vijanden zijn immers niet hun verkrachters, maar de rechterzijde bij het eigen volk. Ze zijn immers zo provinciaal dat ze vooral onder hun eigen kerktoren moreel superieur willen lijken, terwijl de islamitische wereldgodsdienst herleid wordt tot een middel daartoe.

Het onverbeterlijkst zijn de “goedmensen”: hoe zwakker de ideologische ruggengraat, des te meer verdragen ze, des te hardnekkiger houden ze vast aan hun eenmaal gekozen kamp. Je kan hen met de kreeft vergelijken: ongewerveld maar met een harde schaal en zeer vasthoudend.

Ervaringen wekken maar bewustzijn op wanneer dat bewustzijn er al is; en meestal komt het er maar door de invloed van een ander, gevorderder bewustzijn. De eerste kaars krijg je maar met moeite in brand, maar daarna gaat het vanzelf. Zoals de eerste kaars de volgende aansteekt, zo wordt kennis idealiter van de ene geest aan de volgende doorgegeven. Je kan in beginsel de waarheid op je eentje ontdekken, onder meer door de juiste besluiten te trekken uit de ervaringwerkelijkheid, maar de meeste mensen zijn niet zo tot logische verwerking van hun ervaringen geneigd. Laat ons dus liever rekenen op het doorgeven van inzicht.

Ik wens overigens niet dat we het soort ervaringen opdoen die tot een bezinning over de islam aanleiding geven. Ik wens het geen enkele vrouw toe, door haar geliefde djihaadstrijders of door o zo zielige asielzoekers verkracht te worden, ongeacht of ze daardoor eindelijk haar kritische zin zal terugvinden. Dit werk is er juist op gericht, de lijfelijke strijd die de islam ons opdringt, en het blinde tegengeweld van onze eigen halfgeletterden, te voorkomen. Maar daarbij hebben we af te rekenen met onze eigen beleidsmensen en mediacraten die per se bloed willen zien, of alleszins vasthouden aan een beleid dat gewaarborgd tot bloedbaden zal leiden.

Eigen schuld: wat de islamcritici verkeerd doen

Het is belangrijk een juiste ontleding van het islamprobleem voor te leggen. Elke fout die je maakt, zal door de islamvrienden uitgebuit worden, om de aandacht van het onderwerp islam af te leiden. Zij trekken bijvoorbeeld vaak van leer tegen mensen die “in de islam de bron van alle kwaad zien”. Ik ken het milieu beter dan zij, en toch ben ik nog nooit zo iemand tegengekomen; het is een door henzelf geconstrueerd vijandbeeld. Het kwaad bestond uiteraard al vóór de islam en bestaat nog steeds in allerlei andere vormen.

Maar dan komt Filip Dewinter zeggen dat de Koran de “bron van alle kwaad” is. Hijzelf heeft nochtans andere krachten bestreden die niet tot de islam te herleiden vallen. Hij heeft zich hier dus in een retorische overdrijving laten gaan (en zou die best openbaar rechtzetten). Op zich niet erg, maar een belegerde en gehate groep als de islamcritici kan zich dat niet veroorloven.

Een andere verleiding die in sommige milieus bestaat, en die in de toekomst groter zal worden, is die van het geweld. Dit is een gevolg van de “racialisering van de islam”, zoals die juist door de islamvrienden gepromoot wordt. Moslims worden, in strijd met hun historische wording, bejegend als intrinsiek en onherroepelijk moslim. Het enige wat dan nog tegen de islam te beginnen valt, is lijfelijk geweld: “Dat is tenminste taal die ze verstaan!” Gezien de escalatie die onze bovenklasse in de steigers aan het zetten is, kan ik niet uitsluiten dat het tot een gewelddadige confrontatie zal komen. Maar onze inspanningen moeten er nog steeds op gericht zijn, die te voorkomen.

Linkerzijde

Vaak wordt het pro-islamkamp vereenzelvigd met “de linkerzijde”. Dat is een onnauwkeurige inschatting van het slagveld. In bladen met een geafficheerd linkse traditie vindt men meer islamkritische standpunten in vraaggesprekken en columns dan in zogenaamd centristische bladen, vaak van christelijke herkomst, die altijd weer willen bewijzen hoe conform zij wel zijn met de heersende zienswijze. Dan zijn er de plat-populistische, apolitieke verklaringen van het islamprobleem, genre: “Het gaat niet om religie, maar om macht.” Ja, wiens macht? Het ging Mohammed vanaf het begin om de macht, om een staat waarin hij zijn wet kon opleggen, en die bestuurd wordt door de groep die in de koranische openbaring gelooft. Je moet echt onwetend zijn over de islam, en over macht, om zoiets te zeggen.

Ook ter rechterzijde huldigt men vaak onjuiste ontledingen van het islamprobleem. Een zeer populaire is dat de islam slechts een moderne vermomming is voor oeroude etnische conflicten, bijvoorbeeld de islamitische Hausa tegen de gekerstende Yoruba in Nigeria, of de vereenzelviging van de Taliban met het Pathaanse volk in Afghanistan en Pakistan. Deze uitleg volgt het patroon van zovele welweterijen, namelijk dat de islam niet het échte probleem is, maar een tijdelijke vorm van het grondprobleem: links definieert dat dan als “racisme”, “achterstelling” enzovoort, rechts als “etnische belangenbehartiging”.

Verder kom ik op de sociale media enkele stemmen tegen, gering in aantal maar luidruchtig en zeer bezield, die de islam tot een handpop van het “zionistisch wereldcomplot” herleiden. Lang verhaal, veel op te zeggen, maar hier een eenvoudig feit: nergens is de islam bloediger tekeergegaan dan in het subcontinent (met miljoenenslachtingen in 1947 en 1971), hoewel daar geen Jood aan de horizon was. En toen Mohammed het hele drama begon, waren de Joden zijn vijanden.

Ten slotte zijn er de traditionalisten en conservatieve christenen, die de islam als bondgenoot tegen de decadente moderniteit verwelkomen. (Zij zijn het spiegelbeeld van die vrijzinnigen die de islam als bondgenoot tegen hun oude vijand, de Kerk, zien.) Tja, toen het uitdijende Kalifaat christenen in Spanje en de Balkan onderwierp, waren alle christenen naar moderne definitie “conservatief” en “preconciliair”. Dat heeft hen niet kunnen redden.

Al die misvattingen over de islam komen neer op een verabsolutering van een andere prioriteit die de islam tot iets oppervlakkig of onbelangrijk herleidt. Men moet het islamprobleem inderdaad niet als ernstiger voorstellen dan het is, en het niet verabsoluteren. Maar men moet het evenmin wegverklaren. Men moet het in zijn juiste verhoudingen zien (das Wahre ist das Ganze), en dan blijkt dat wat tot recent een marginaal en verdwijnend probleem leek, nu een zeer acute zorg geworden is.

Koenraad Elst