Om de twee jaar gaan de organisatoren van Nekkanacht op zoek naar nieuw Nederlandstalig talent in het genre kleinkunst, of noem het desnoods het betere Nederlandstalige lied. Twee jaar geleden was het de Nederlandse groep rond Thijs Maas die uiteindelijk de hoogste plaats op het ereschavotje zou innemen, met de eveneens Nederlandse Kiki Schippers op de tweede plaats. Wat meteen het bewijs opleverde dat de uitbreiding van de wedstrijd naar Nederland een schot in de roos was.

Ondertussen zijn we zowat twee jaar verder en loopt de volgende editie van deze jacht op talent. Uit zowat tweehonderd ingezonden demo-opnames werd een zestigtal kandidaten geselecteerd om zich de voorbije weken tijdens de voorrondes te bewijzen. Daaruit werden tweeëntwintig kandidaten gehaald, die zich nu tijdens de halve finales met elkaar moeten meten. Het onvolprezen Algemeen Nederlands Verbond zorgde er, zijn doelstellingen indachtig, opnieuw voor dat de eerste van die halve finales plaats kon vinden in de mooie Rode Zaal van de Brakke Grond in Amsterdam. De organisatoren plannen hun finales scrupuleus, waardoor er op de halve finales in Vlaanderen ook Nederlandse deelnemers aantreden en op de halve finale in Nederland ook Vlamingen. Deze té weinig bekende avonden bij Vlaamse kleinkunstliefhebbers zijn in feite regelrechte buitenkansjes voor de liefhebbers van het genre: kwaliteitsvolle avonden met de kans op ontdekkingen tegen een prijsje waar je amper twee pinten van kan drinken.

Hipsterbaard

Genoeg de loftrompet gestoken: de eerste halve finale dus, op zaterdag 14 november in Amsterdam.  Zeven kandidaten traden in het strijdperk in de hoop een finaleplaats te kunnen bemachtigen. De spits werd afgebeten door de Nederlandse groep De Reisgenoot, afkomstig uit Deventer, met kleine, gevoelige liedjes over Paradijsvogel(s), Anders zijn en Herfst. Het contrast met de volgende groep, Swinder, kon niet groter zijn: je komt niet elke dag iemand tegen die niet alleen bewust de keuze maakt om in het Gronings dialect te zingen, maar daarbij ook consequent les gaat volgen om die streektaal door en door meester te worden. De met een hipsterbaard getooide kopman Bas Schröder deed dat met verve en bracht met zijn groep licht melancholische liedjes uit het Groningerleven, met als titels “Zundagmörgen”, “As zai din ainmoal bie mie weg is” en het beklijvende “Wotter noar zee”.

De eerste groep die er echt in lukte om de zaal mee te krijgen zonder de minste moeite, gewoon met een aanstekelijke presentatie, was het Antwerpse Tegen Beter Weten In. Dit zichzelf licht gestoord, doch zindelijk akoestisch noemende duo werd voor de gelegenheid aangevuld met een klarinetspeler. Met daarbij nog 1 gitaar was dit de groep met de kleinste instrumentbezetting, maar dat werd meer dan goedgemaakt door de rijke zang. De vertolking van liedjes als Sla me (maar heel zacht), Toekomst of  Cornflakes getuigde van een wat anarchistisch humoristische stijl, die in de presentatie ook al naar voor kwam. Het contrast met de laatste groep van het eerste deel kon niet groter zijn. Alice Rientjes is een duidelijk professioneel geschoolde zangeres die haar band helemaal in dienst van haar stemgeluid weet te stellen. Met haar teksten en muziek deed ze ons wat denken aan de hoger genoemde Kiki Schippers, maar dan minder spontaan, wat meer afgelikt. Jazzy muziek onderlijnde de lange, strikt logisch opgebouwde verhalende teksten over een bezoek aan een verre zieke moeder op zondagmiddag, een hartenvrouw en de keuze tussen heel veel dingen, waaronder springen van de hoge. Pauze.

500 km rijden

In het tweede deel stonden er nog drie deelnemers op het programma. Geen enkele daarvan zou als solist aantreden. De opener van het tweede deel deed dat om een heel specifieke reden: de groep Oes bestaat uit maar liefst elf leden, die ternauwernood allemaal een plaatsje vonden op het podium. Heel wat instrumentale sterkte, maar op één manier was dat ook wat een zwakte: de verschillende instrumenten drukten elkaar en de zang regelmatig weg. Het jeugdige speelplezier spatte er dan weer van af, in liedjes als Met open ogen, Tijd genoeg of Ik vind je liedje leuk. Gewoon vlotte, opzwepende muziek. Kwam vervolgens de tweede deelnemer, Wouter Crombez uit het verre Kortemark, de man die bereid was om die dag met zijn groep over en weer vijfhonderd kilometer te rijden voor een halve finale. Waren er al eerder zachte, gevoelige liedjes, dan maakte Crombez dat nog een paar tonen zachter. De afwisseling van band naar solo doet wel de vraag rijzen waarmee het publiek nu juist te maken had in Ster, Donkere foto en Vloer. Al mag van dat laatste nummer worden gezegd dat je lef moet hebben om met dat thema iets te doen.

Hadden de organisatoren het bewust zo gepland, of was het toeval? In ieder geval, Brechtje Kat als laatste programmeren draaide uitstekend uit. De Nederlandse is niet geheel onbekend met Vlaanderen, want ze volgde een toneelopleiding aan Studio Herman Teirlinck in Antwerpen. Ook weer een professioneel gevormde deelneemster dus, maar wat een schwung! Wacht op mij, Kaf van het koren of Dialoog: het publiek at gewoon uit haar hand. Als de jury op dezelfde manier oordeelt als het publiek, heeft de dame serieuze finalekansen.

Alle genoemde groepen zijn ook terug te vinden op Facebook en/of op hun eigen webstek. Volgende halve finale nu zaterdag 21 november om 20 uur in de Boesdaalhoeve in Sint-Genesius-Rode.

K.R.