Zoals steeds zeer overtuigd van zijn gelijk, zegt Herman van Rompuy (in De Tijd, 29 oktober) dat de vluchtelingencrisis “de Europese Unie niet uit elkaar zal doen spatten”. In het Engels zou men daar als commentaar op geven: “he would say that, wouldn’t he?” Dat mòet hij wel zeggen, is het niet? In een onderschat, en in Vlaanderen nauwelijks besproken of gesignaleerd, boek dat hij, als ik me niet vergis, begin vorig jaar uitgaf, onder te titel “Europa na de storm”, geeft Van Rompuy aan hoe en waarom hij altijd gelijk heeft. Hij is namelijk een “Europeaan”, en het geloof in “Europa” vergt “moed”, de moed namelijk om niet populair te zijn, niet naar het volk of naar de volkswil te luisteren. De Europeaan die, zoals Van Rompuy, “moedig” is, laat zich niets gelegen liggen aan de wensen van het volk.

Deze fundamenteel anti-democratische arrogantie zullen beroeps-Europeanen als Herman van Rompuy zeer nodig hebben, nu, zoals we allemaal zien en weten, de Europese Unie kraakt aan alle kanten, en stuk loopt op een muur van nationaal gemotiveerd wantrouwen. Dat wantrouwen is ontstaan uit de onbeholpenheid waarmee de Europese instanties achtereenvolgens de bankencrisis, de Griekenland- of eurocrisis, en de vluchtelingencrisis hebben aangepakt, maar ook uit de ervaring dat Europa in al deze gevallen geen rekening hield met de angsten en wensen van de burgers. In hun “Europese” hoogmoed weigerden lieden als Van Rompuy te erkennen dat de natie-staat of -deelstaat nog steeds de voornaamste drager is van rechtszekerheid, sociale bescherming en parlementaire democratie. Het is niet “Europa” dat uw pensioen uitkeert of uw welvaart verzekert, en het is niet het Europese parlement dat u vertegenwoordigt, evenmin als u tot een volk behoort dat “Europa” heet of een taal spreekt die “Europees” klinkt.

Triomf van de natie-staat

Die passie, dat opzet van de “Europeanen” om te vergeten dat dit de kern van de zaak is, heeft er dezer dagen voor gezorgd dat in Polen, één van de “groten” in Europa, een partij die bekend staat als, voorzichtig geformuleerd, “eurosceptisch”, de volstrekte meerderheid van de zetels in het parlement heeft gehaald. “Europa”, dat de vergissingen opeenstapelt, wordt altijd weer wakker geschud, nu eens door een referendum en dan weer door een verkiezingsuitslag. Nochtans hing het in de lucht, maar voor de zoveelste keer wilden de “Europese” instanties de tekenen des tijds niet verstaan, zoals ze de bankencrisis niet hadden zien aankomen, niet hadden voorzien dat Griekenland niet langer naar hun pijpen wilde dansen, niet wisten dat de bombardementen op Syrië en Irak een algemene volksverhuizing richting Europa zou uitlokken. “Europa” ziet nooit iets aankomen, omdat “Europa” altijd gelijk heeft, en dat gelijk vloeit voort uit de natuur van “Europa” zelf, dat volgens Van Rompuy in zijn boek “Europa in de storm” een hogere “waarde” aanhangt dan het dienen van de kiezer. Europa is immers volgens Van Rompuy “de enige weg vooruit”.

En dus hebben de Polen in de eerste plaats gestemd voor democratie en tegen het Europa van Van Rompuy: in een democratie is er altijd meer dan één weg, en die kan zowel vooruit als achteruit zijn. Wie zegt dat er slechts één weg is, ontkent de essentie van democratie. Dat hadden – sorry, goede vriend Herman, Stalin en Hitler ook kunnen zeggen. Zoals Le Monde (27 oktober, hoofdart.) schrijft, is de Poolse stembusuitslag een triomf van de “nationale” over de “Europese waarden.

Voor soevereiniteit

De Poolse verkiezingsuitslag is, zoals dat steeds gaat, niet eenduidig. Tegen wat allemaal hebben de Polen niet gestemd? Tegen wat in dat land doorgaat als een ”door Brussel opgelegde moslimimmigratie”, tegen de door Europa opgelegde verplichting om vluchtelingen op te nemen, tegen het Europese verbod om de naar Polen gestuurde vluchtelingen te beperken tot christenen (waarom eigenlijk? zijn christenen dan zò welkom in moslim-staten?), tegen de manier waarop “Brussel”, aan het hoofd van de Europese media, hun Hongaarse vriend Orban, behandelt, want dat speelt allemaal mee. Het antwoord zal straks komen, als de nieuwe Poolse regering een bondgenootschap aangaat met de straathond Orban. Iets wat volgens de correspondent van Le Monde (28 oktober) in de sterren geschreven staat.

En dan, vergeet de geschiedenis niet, want dat is iets waar fiere, zelfstandige volkeren altijd mee leven en dat ze altijd ter sprake brengen. De begin dit jaar verkozen Poolse president Duda, van dezelfde partij als die zo triomfantelijk de parlementsverkiezingen won, zegt volgens Le Monde (28 oktober) dat zijn volksgenoten niet aanvaarden dat

levensbelangrijke beslissingen voor land en volk elders worden getroffen dan in Polen. Daar hebben zij immers heel nare ervaringen mee, toen die beslissingen ooit in Berlijn of Moskou vielen. De weerstand ertegen heeft velen het leven gekost. “Wij zijn gehecht aan onze nationaliteit. En solidariteit kun je niet afdwingen”, aldus de president. Natuurlijk niet. Het is niet omdat wij, in onze deprimerende morele onbeduidendheid, dit niet meer altijd verstaan, dat het niet een waarheid zou zijn die de volkeren die ze bezitten, siert.

De Britten krijgen hulp

De Polen worden vanzelfsprekend in Europa voortrekkers van de afwijzing van alles waar Van Rompuy voor staat. Ze zullen nu snel de natuurlijke bondgenoten zijn van de Britten, als die voorwaarden zullen verbinden aan hun verder lidmaatschap van de Europese Unie voordat ze daar een referendum over zullen organiseren. Van een Pools lidmaatschap van de muntunie (euro) is geen sprake meer. Het Europese klimaatakkoord zal door de nieuwe Poolse regering worden opengebroken (maak van de goedkeuring van dit akkoord dus maar liefst niet te veel een “Vlaamse” of Belgische zaak), om de goede reden dat het niet in het belang is van Polen, dat nog een groot gedeelte van zijn verwarming en energie dankt aan de winning van steenkolen, die door het akkoord moet afgebouwd worden. Dat zou de levensduurte in Polen fors doen stijgen, en dat is iets waar de Polen zelf willen over beslissen, niet “Brussel”. Maar ook zal in Polen het minimumloon worden opgetrokken en de sociale zekerheid versterkt, iets wat de voorgaande, met Brussel gelieerde regering weigerde te doen. (Linksen, noteren a.u.b.) Overigens heeft geen enkele linkse partij de kiesdrempel gehaald, bij gebrek aan een geloofwaardig programma, maar ook omwille van de associatie van links met de voormalige communistische heersers, die aan de macht waren tot 1989.

Polen kan iets doorstaan. De economie floreert. Het heeft een werkloosheid van slechts 10 procent, en het kan rekenen op een volksverbonden, verstandige arbeidersklasse (denk aan Solidarnosc). Het zal alle hulp nodig hebben die het kan krijgen om aan de druk van “Europa” te weerstaan. Na de Poolse verkiezingen weet Europa waarschijnlijk nog minder dan tot hiertoe waar het naartoe gaat. Er komt ruimte voor nonconformistisch denken.

MARK GRAMMENS