2015-50_13_Boek (ernstjunger) (Medium)Ernst Jünger aan het front in Ieper, 1917

De Duitse filosoof en auteur Ernst Jünger hield van de oorlog. Waaghalzerij en het avontuurlijke zat hem al op prille leeftijd in het bloed. Nauwelijks achttien jaar, meldde hij zich bij het Franse Vreemdelingenlegioen en vertrok hij naar Noord-Afrika. Eenmaal ter plekke, deserteerde hij, om samen met een vriend door Afrika te trekken. Ver kwam hij niet. Franse gendarmes pakten hem op en smeten hem in de gevangenis. Vader Jünger moest hemel en aarde bewegen om zoonlief vrij te krijgen.

Vol enthousiasme nam hij deel aan de Eerste Wereldoorlog. Niet voor niets wordt hij al eens de “estheticus van de gruwel” genoemd. Wat Otto Dix in zijn schilderijen uitbeeldde, beschreef Jünger in zijn boeken. Aan het front onderscheidde hij zich meerdere malen als compagniecommandant van een stormeenheid. Meer dan tienmaal raakte hij gewond, maar telkens trok hij weer naar het front. Voor zijn moed en naar zelfdestructie neigende lef kreeg hij de hoogste onderscheidingen, inbegrepen het begeerde Pour le Mérite, of de Blue Max zoals de Britten deze hoogste Pruisische onderscheiding noemen.

Passendale

Veel literatuur in het Nederlands over Ernst Jünger bestaat er niet. Het was dan ook een goed idee van de twee Vlaamse Jünger-specialisten Hans Verboven en Joris Verbeurgt om een boek te wijden aan hun idool. Met zijn regiment nam Jünger als luitenant deel aan de Derde Slag bij Ieper in 1917, waarbij het dorp Passendale een cruciale rol speelde. In hun boek gaan de auteurs heel uitvoerig in op die modderige veldslag. Die zomer was uitzonderlijk nat. De opeenvolgende Britse offensieven stokten keer op keer in de zompige West-Vlaamse modder. Beide partijen hadden het heel zwaar te verduren. Veel soldaten verdronken in ondergelopen bomkraters.

Om het aandeel van Jünger tijdens de slag te beschrijven, gaat het duo Verboven/Verbeurgt trapsgewijs te werk. Eerst beschrijven ze het verloop van de veldslag, waarna ze inzoomen op de loopgrachten en de bomkraters waar de Duitse soldaten zich bevonden; verder gaat de aandacht naar Jüngers regiment en naar de compagnie die hij leidde. Daarbij wordt het historisch-militaire perspectief van de historicus steeds weer afgewisseld met het literaire en persoonlijke perspectief van Jünger. Ten slotte komen we bij het eigenlijke onderwerp van het boek; de hoofdpersoon en de gebeurtenissen om hem heen staan dan centraal. Een vrij unieke methode. Zo ontstaat een nieuw begrip, door de auteurs “krijgsgeschiedkundige literaire non-fictie” genoemd. Het geheel laat zich heel vlot lezen.

Door zijn doortastende optreden werd Jünger op 31 juli 1917 de held van de dag voor zijn hele divisie. Vluchtende landgenoten werden door hem en zijn mannen, geweer in de aanslag, tegengehouden en verplicht om een nieuwe verdedigingslinie te helpen opbouwen. Zo konden de oprukkende Britten tot staan gebracht worden. Origineel aan het boek is ook het feit dat we zicht krijgen op het oorlogsgebeuren vanuit Duits gezichtspunt. Tot nu toe bleef de Duitse inkijk al te zeer beperkt tot pacifistische en antioorlogsliteratuur.

Tijdens zijn dienst aan het front, van 1915 tot 1918, beschreef Jünger in vijftien notitieboekjes zijn waarnemingen. Na de oorlog gebruikte hij die om, onder meer, zijn autobiografische roman “In Stahlgewittern” (1920) te schrijven – in het Nederlands vertaald als “Oorlogsroes”. Aan de ontstaansgeschiedenis van die roman en de receptie ervan besteedden de auteurs terecht ruimschoots aandacht. Voor Jünger was de Eerste Wereldoorlog het begin van de zegetocht van de machine, van de techniek op de mens. Zijn roman biedt inzicht op de manier waarop Jünger over de oorlog nadacht, door het auteursduo helder uiteengezet. Na afloop van de Derde Slag bij Ieper, en de verovering van Passendale door de Britten in oktober 1917, kwam Jünger tot de conclusie dat zijn vaderland de materiaalslag niet kon winnen. Welke zin had de oorlog nog? In augustus 1918 raakte Jünger zwaar gewond. Voor hem was de oorlog voorbij.

Pieter-Jan Verstraete


Hans Verboven en Joris Verbeurgt, “Een oorlog kan ook mooi zijn – Ernst Jünger aan het westelijk front”, Antwerpen, Polis, 2015. Ill., 262 blz. gen. (met flappen), 29,99 euro. ISBN 978 94 6310 021 2