De farce van de fusie

Wie over de zin of de onzin van een fusie van de Brusselse politiezones een intellectueel eerlijk debat wil, is eraan voor de moeite. Niet alleen is het dossier verstrikt geraakt in politieke spelletjes, het prikt ook in de kern van enkele fundamentele communautaire tegenstellingen, en wou men die nu niet enkele jaren in de koelkast stoppen?

De discussie rond de Brusselse politiezones is een interessante casus. Niet enkel is er een verschillende zienswijze tussen Vlamingen en Franstaligen, het is een op en top Brussels probleem, waardoor je in beide kampen lokale nuances aantreft die een afstand creëren ten opzichte van wat de partijgenoten in het hinterland denken. Om het helemaal spannend te maken, wordt het verhaal nog eens doorkruist door de jarenlange vete tussen MR en PS. U zal noteren dat we het tot nu niet hadden over het probleem van de organisatie van de lokale politie in het derde gewest, wel over het theater dat errond opgevoerd wordt.

Sinds de aanslagen in Parijs en de hypocriete verontwaardiging rond de Molenbeek-connectie, heeft God en klein Pierke daar zijn mening over geventileerd. Deskundigen, maar ook pseudodeskundigen (Paul Dujardin van BOZAR, expat-voetballer Vincent Kompany,…), zijn het erover eens dat het met die zes politiezones maar eens gedaan moet zijn. We zijn de risee van de wereldopinie, op zich komt dat wel vaker voor, en vooral een toonbeeld van inefficiënt bestuur. Fuseren dus dat ding, met steden als New York of Londen als voorbeelden, klinkt het ambitieus. Maar dan komt de politiek binnengewandeld.

In het federale en in het Brussels Parlement pleiten de Vlaamse partijen ervoor, waarna ze op een Franstalige muur botsen. Op zich zou die fusie er vrij makkelijk kunnen komen. Een gewone meerderheid in de Kamer volstaat, alleen, die vaststelling doet denken aan de sinistere uitspraak over “vijf minuten politieke moed” rond BHV. Zo werkt het natuurlijk niet. De Brusselse tenoren van de MR willen van geen fusie weten, wat betekent dat een Vlaams initiatief ter zake de facto het einde van de regering betekent.

Opmerkelijk toch, hoe ondanks de vijandigheid tussen de PS en de MR die partijen in dit dossier op dezelfde lijn staan. De politiezones kristalliseren zich eerder rond PS- of MR-gemeenten. Klutst men alles bij mekaar, dan zouden de zones waar de liberalen zwaarder doorwegen plots onder controle van de PS komen te staan, want nog steeds aan de macht in Brussel. Een samensmelting zou ook een centraler beheer van de middelen teweegbrengen, waardoor – jawel – transfers zouden gecreëerd worden. De PS heeft ook contra-argumenten van interne aard. Zomin als de MR een figuur als Rudi Vervoort (PS) graag de controle ziet verwerven over ‘hun’ politiezones, zo gruwelen de plaatselijke PS-potentaten van dit scenario. Kan men zich inbeelden dat een enge machtsmens als Brussels burgemeester Yvan Mayeur er nog maar aan denkt de controle over ‘zijn’ politie te laten schieten? De vraag klinkt retorisch, en is het ook.

Nog dit. Naast heel wat praktische bezwaren die de Franstalige halsstarrigheid verklaren, is er de onmiskenbare link tussen het landschap van de politiezones en de bestuurlijke versnippering in negentien gemeenten. Wie ernstig over de zaak nadenkt, moet dit verband erkennen, en dat percipieert men sterk aan Franstalige zijde. De ene plaag kan een andere ontketenen, dus willen ze die fuserende politiegeest stevig in de fles houden.

KNIN.