Geweld op vrouwen

Een zoveelste VN-“internationale dag”, ditmaal tegen “gendergelateerd geweld” of geweld op vrouwen, werd gecelebreerd. Dit evenement zou geheel aan ons zijn voorbijgegaan indien het niet in het Vlaams Parlement was opgescharreld. Voorgangsters met dienst waren Anke van Dermeersch (VB) en Ann Brusseel (Open Vld). Als om de steeds voortschrijdende vertrutting van het Vlaamse halfrond te illustreren, kwam Van Dermeersch voor de dag met het “hippe hoofddoekje”-nummer van Flair. Een opstapje om geweld tegen vrouwen te relateren aan de “immigratie-invasie” en de islamisering van de samenleving. Dat sommige culturen een minder zachtzinnige visie op het schone geslacht hebben, staat buiten kijf, maar die modieuze Flair-onzin was misschien niet het beste didactische materiaal. Brusseel gooide het meer over de boeg van het “klassieke” partnergeweld. Het blijkt wel degelijk dat de cijfers verontrustend hoog zijn, 35 procent van de vrouwen zou met een vorm van geweld in aanraking komen. Een indicator van beschaving is dat niet.

Belachelijk

Je kon er vergif op innemen dat de klimaatridders minister Schauvliege zouden belagen, en zo geschiedde. Het uitblijven van een intra-Belgisch klimaatakkoord werkt sommigen danig op het ecologische gemoed. Op het ogenblik dat u dit leest, is er misschien in extremis nog iets gearrangeerd; dat was allerminst duidelijk. Uiteraard was het Hermes Sanctorum (Groen) die aanving met het gezeur. Het klimaatgedoe is van het hoogste belang, wij kunnen niet met knoeiwerk naar de klimaattop trekken en het einde van de wereld is zo ongeveer nabij. Schauvliege zei nog te werken aan een tijdig akkoord en daarbij opzettelijk discreet te opereren. Bruno Tobback (sp.a) wist te melden dat we ons voor de hele wereld belachelijk maken – wat dan zeker niet de eerste keer is, zouden we durven toevoegen. Het enige intelligente woord kwam van Wilfried Vandaele (N-VA), die in herinnering bracht dat het eerdere ontwerpakkoord onrealistisch was en dreigde Vlaanderen nog wat meer op kosten te jagen. De doelstelling van “Parijs” is, volgens Schauvliege, tot een mondiaal akkoord te komen dat de opwarming van de aarde tot 2 graden Celsius  beperkt. Wie riep daar ook weer “belachelijk”?

Vlaanderen & veiligheid

Karl Vanlouwe (N-VA) stond stil bij het nogal onwezenlijke schouwspel dat zich in Brussel met de antiterreurmaatregelen afspeelde. Dat nu ook de regionale minister-presidenten bij het overleg in de Nationale Veiligheidsraad werden betrokken, vond hij een opmerkelijk feit en de verdere evolutie daarvan ging hem ter harte. Bourgeois vond dat dit al bij al goed had gefunctioneerd en in de toekomst diende te worden voortgezet. Vanlouwe wees ook op de Vlaamse voorsprong op het gebied van integratie-inspanningen, zonder dat als wondermiddel te willen voorstellen; een hemelsbreed verschil met de Franstalig-Brusselse laksheid ter zake. Chris Janssens (VB) pleitte voor een structurele betrokkenheid van het Vlaamse niveau bij het nationale veiligheidsorgaan.

Bourgeois gaf aan dat nog heel veel werk te verrichten is en, opvallend, dat “inburgering niet volstaat”; in dat verband vond hij dat de aanpak van import-imams wat scherper mag. Voortschrijdend inzicht, heet dat.

Schooluitval

Na discussie over enkele fundamentele onderwijsonderwerpen zoals adequate en kwaliteitsvolle lichamelijke opvoeding en het STEM (een recent buzz-word – om in het gangbare Nederlandse jargon te blijven), of het bevorderen van technologisch en wetenschappelijk onderwijs, was het aan Caroline Gennez (sp.a) om te komen weeklagen over de hoge schooluitval hier te lande. Ze baseerde zich daarvoor op OESO-cijfers waarin ze zelf wat verloren scheen te lopen. Moeilijkheid, wat Gennez wel erkende, met die gegevens is dat ze over het hele land gaan en dus worden vertekend door de desastreuze toestand – zeker in Brussel – van het onderwijs van de Franse Gemeenschap. Uit de totaalgegevens blijkt dat alleen Frankrijk slechter doet (wat niet gek is voor wie bekend is met het monster “Education nationale”, waarvan “ons” Franstalig onderwijs trouwens het kleine broertje lijkt te zijn). Gennez poneerde dat, na regionale correctie, de voortijdige schooluitval in Vlaanderen nog steeds op 14 procent ligt. Volgens minister Crevits gaat het slechts om 7 procent, waarmee we dan weer wel goed scoren, en wat een toch lichtjes ander cijfer is. Het was Gennez natuurlijk vooral te doen om een zekere categorie “jongeren” in Brussel en andere steden. De bekommernis is niet onterecht, maar Vlaanderen gelijkstellen met de rotzooi van de Communauté française gaat ietsje te ver.