Demografie is een exacte wetenschap, maar voorspellingen voor de toekomst zijn riskant, soms zelfs lachwekkend. In de jaren negentig berekenden de Verenigde Naties dat de wereldbevolking tegen 2100 boven de 20 miljard zou groeien. Die prognose is ondertussen bijgesteld tot 11 à 12 miljard. Prognoses neerpennen is riskant. De demografische gegevens goed in de gaten houden, is dat niet. De Vlaamse overheid publiceerde zopas twee interessante rapporten, die onze politici maar beter grondig doornemen.

In het rapport ‘Vlaming wil nog steeds twee kinderen’ informeert de Studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR 2015/15) ons over een grootschalig onderzoek over de kinderwens van de Vlamingen. Hoeveel kinderen hebben onze gezinnen, en hoeveel  kinderen willen ze nog? De optelsom van beide geeft ons een bruikbare indicatie over de bevolkingscijfers voor de komende decennia.

De kinderwens van mannen en vrouwen is een belangrijke voorspeller van de loop van de vruchtbaarheid. Vlamingen tussen 20 en 40 jaar oud wensen in 2014 nog steeds twee kinderen. Mannen verlangen vaker dan vrouwen slechts één kind. Zes procent van de vrouwen wil kinderloos blijven, tegenover negen procent van de mannen.

Gegevens over de kinderwens in het Vlaams Gewest zijn beschikbaar vanaf 1975. Ze leren ons dat de kinderwens daalde in de laatste decennia van de 20ste eeuw, en vanaf het begin van deze eeuw weer wat stegen. In 2014 daalde de kinderwens weer licht.

Let wel: het werkelijke aantal kinderen (totaal vruchtbaarheidscijfer, TVC) ligt systematisch iets lager dan het gewenste aantal. De kinderwens neemt af met de leeftijd en respondenten stellen hun kinderwens neerwaarts bij. Waar 57 procent van de 20-40-jarigen een gezin met twee kinderen zou wensen, wordt dat in werkelijkheid maar 42 procent die effectief twee kinderen krijgt.

Samengevat: nogal wat mannen en vrouwen die twee kinderen wensen, krijgen uiteindelijk maar één kind, en dat om tal van redenen (relatiebreuk, wending arbeidsloopbaan, verminderde vruchtbaarheid,…). Twee kinderen is – in de context waarin we nu leven – statistisch onvoldoende om de bevolking op peil te houden. Met dat doel zijn er iets meer geboortes nodig.

Kunnen we uit bovenstaande afleiden dat de Vlaamse bevolking krimpt? Natuurlijk niet. Het aantal kinderen is één bepalende factor. Migratie (binnenlandse of internationale) is een andere. Dat we gemiddeld almaar ouder worden, speelt ook mee. De gemiddelde levensverwachting voor mannen bij de geboorte steeg de jongste tien jaar (2004-2013) van 72,4 naar 79,1 jaar, die van de vrouwen van 82,5 naar 83,7 jaar.

Migratie

Over internationale migratie zullen we het nu eens níét hebben. Wie dit blad leest, weet wat er aan de hand is.

Hebben we het over Vlaanderen, dan zien we wel een opmerkelijke wijziging in de binnenlandse migratie. Al jaar en dag is de uitwijking uit Brussel (BHG) naar zowel (en vooral) Vlaanderen als Wallonië groter dan de omgekeerde beweging, vanuit die twee regio’s naar Brussel. De jongste drie jaar zag Brussel zo ongeveer 13.000 binnenlandse migranten meer vertrekken dan er bijkwamen. Daartegenover staat dat de internationale migratie van en naar Brussel iets groter was (ca. 16.000).

Magneet Brussel?

De perceptie was en blijft dat Brussel een internationale magneet is, en dat heeft zo zijn politieke gevolgen. Al was het maar omdat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om die reden meer federaal geld eist en krijgt. Niet zelden wordt daarin met al te dik krijt geschreven en fel overdreven.

In de fameuze “Bevolkingsvooruitzichten”, rapporten die worden opgemaakt door de “federale” Algemene Directie Statistiek (ADS) en het Federaal Planbureau (FPB) werd ons al jaren voorgehouden dat de “internationale” migratie vooral richting Brussel en Wallonië zou gaan. Dat is (niet langer) zo. Het is goed dat Vlaamse bestuurders dat in de gaten houden, om niet voor de zoveelste keer de geldsluis naar Brussel te openen, maar ook om te weten welk migratieprobleem er boven de Vlaamse hoofden hangt.

Vanwaar die wijziging? Omdat Brussel per saldo bijna evenveel inwoners ziet wegtrekken naar (opnieuw vooral) Vlaanderen en Wallonië als er aankomen vanuit het buitenland. “Uitwijking naar naburige gemeenten (Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Waals-Brabant) of naar andere grote steden is de regel. Opmerkelijk is de recent toegenomen uitwijking naar de Denderstreek”, lezen we in het zopas gepubliceerde rapport ‘Binnenlandse uitwijking uit Brussel wordt kleurrijker’ (SVR-2015/13).

In het politieke centendebat houden de Vlamingen er best rekening mee dat de uitwijking uit Brussel vooral toeneemt richting het Vlaams Gewest (van 14.400 in 2000 naar 21.400 in 2014), minder richting het Waals Gewest (van 12.900 naar 15.400). Let wel, dat betekent niet dat de “druk” op Vlaanderen groter is dan de druk op Wallonië. In verhouding tot de (draagkracht van) de bevolking hebben ook de Walen redenen om die ontwikkeling kritisch te volgen.

Verkleuring

Binnenlandse migratie is één zaak. De “verkleuring” ervan is een andere. In de binnenlandse uitwijking vanuit Brussel is het aandeel buitenlanders, zowel uit de EU als van daarbuiten, in Vlaanderen de jongste tien jaar (2000-2002 versus 2012-2014) toegenomen van 21 procent naar 33 procent, in Wallonië van 14 procent naar 24 procent.

Dat zijn opvallende verschuivingen. Maar hiermee is maar de helft van het verhaal van de vervreemding verteld. Onder de rest van de naar andere regio’s uitwijkende Brusselaars zitten een pak “nieuwe Belgen”. Hierover geeft het SVR-rapport geen cijfers.

Topbestemmingen voor de naar Vlaanderen uitwijkende Brusselaars zijn Dilbeek, Vilvoorde, Sint-Pieters-Leeuw en Zaventem, maar de laatste jaren ook Merchtem, Meise en Asse.

Besluit

Een voorzichtige conclusie: vandaag zijn we in dit land met 11,3 miljoen. Volgens Eurostat zijn we over vijfentwintig jaar met 14 miljoen, in 2050 met 14,8 miljoen, in 2080 met 16,6 miljoen. Zowat de enige oorzaak van die felle bevolkingstoename wordt de migratie.

Vlaamse politici staan voor twee grote uitdagingen. Zoals we al eerder schreven: ze hoeven zich niet te moeien met de slaapkamer, maar inspanningen doen voor een kindvriendelijker Vlaanderen hoeft geen taboe te zijn, en een restrictiever migratie- en asielbeleid evenmin.

Anja Pieters