Postuum Pompeii

Over de ondergang van Pompeii is genoeg geschreven, maar over de latere geschiedenis veel minder. Ik heb dus plezier beleefd aan het recente boek “From Pompeii” van de Engelse classica Ingrid Rowland, die erudiet en met humor de geschiedenis van de opgravingen beschrijft.

Ulisse

Ooit merkte één van mijn medewerkers tijdens een redactievergadering op dat historische documentaires niet verder dan honderd jaar in het verleden kunnen duiken wegens het gebrek aan filmbronnen. Ik ging niet akkoord en betoogde dat schilderijen, tekeningen en eventuele reconstructies wel degelijk bruikbaar beeldmateriaal opleveren, maar dynamisch is het natuurlijk niet. Een parochiezender als de BBC verkiest nog altijd de schijnbaar geïnteresseerde presentator die met een bataljon medewerkers op zoveel mogelijk plaatsen in de wereld neerstrijkt, kwestie van werk en toerisme te combineren. Maar de Italianen bleven niet ter plaatse trappelen. Ze gebruiken tegenwoordig dankzij de gamestechnologie verzorgde computeranimaties om televisiedocumentaires te maken over om het even welke periode in de geschiedenis. Het programma over de ondergang van Pompeii in de RAI-reeks “Ulisse” is een voorbeeld van prachtig, levendig beeldmateriaal dankzij animatie.

We weten veel maar ook niet alles over de ramp die Pompeii en het iets noordelijker gelegen Herculaneum trof. We zijn niet zeker van de datum (waarschijnlijk 24 augustus 79), noch het aantal slachtoffers (duizenden; hoogste schatting = 16.000). Zestien jaar eerder was er al een uitbarsting geweest van de Vesuvius, en niet alle gebouwen in Pompeii waren hersteld. Maar dat was niets in vergelijking met de regen van rotsen, as en dodelijke gassen die tegen een snelheid van honderden kilometers per uur Pompeii en Herculaneum begroeven. De mooie conische top van de Vesuvius werd weggeblazen. Zo kreeg de vulkaantop de afgeplatte en gekartelde vorm die we vandaag kennen. De vulkaan bleef actief. In 512 stootte hij voor de eerste keer ook lava in plaats van louter rotsen en gas uit. De bewoners in de omgeving noteerden de vele uitbarstingen in hun kronieken, maar aan een herhaling van 79 dachten ze niet; tot in 1631. Een nieuwe krater spuwde weer een dodelijke lading uit, op ongeveer dezelfde plaatsen langs de baai van Napels. Steden stonden er niet meer, zodat er “maar” drieduizend slachtoffers waren.

Het koninklijk monopolie

In tegenstelling tot wat de historische legende vertelt, verdween Pompeii nooit uit het geheugen van de mensen. Tot 1500 stond de naam nog op kaarten van het gebied, al kende men niet langer de exacte locatie. Bij het graven van een kanaal ontdekte men voor de eerste keer veel overblijfselen, maar de bouwers hadden eerder in Rome gewerkt en ze haalden rustig boven wat hen voor de voeten kwam en groeven verder. In 1713 veranderde de situatie. Een Franse edelman liet een paleis bouwen nabij Portici (ja, dat plaatsje van “de stomme” van 1830) en via een bron op twintig meter diepte vond men verscheidene beelden. Weldra groef men zijgangen en ging men op zoek naar antieke schatten. De koning van Napels en Sicilië maakte daar een einde aan. Hij kocht het hele terrein en gaf zichzelf het monopolie van de opgravingen. Hij liet veroordeelden het zware en gevaarlijke werk doen. Vele “mijnwerkers” stierven in de donkere tunnels door ongevallen of stikten in vrijkomend gas. De herontdekking van Herculaneum diende alleen om de aanzienlijke koninklijke collecties in de paleizen te vergroten. De koning gaf persoonlijk toestemming om de tunnels te bezoeken. Bij kaarslicht zagen edelen, wetenschappers en kunstenaars voor het eerst de Romeinse fresco’s in hun originele staat, en ze waren nogal verrast door de figuren en de erotische taferelen, want de meesten verwachtten dat ze schilderijen à la Rafaël, Michelangelo of Rubens zouden vinden. Ook ten zuiden werden interessante dingen gevonden, maar eerst werd Herculaneum gedurende vijftig jaar grondig leeggeplunderd. In 1763 vond men dan definitief het zuidelijker antieke Pompeii. Groot voordeel: het lag veel minder diep dan Herculaneum en de schatten vonden vlug hun weg naar de koninklijke musea, sommige fresco’s inbegrepen. Tezelfdertijd begon de opgang van het toerisme voor rijke edelen en burgers. Napels was een vast onderdeel van deze “Grand Tour”, dankzij zijn barokkerken, paleizen, musea, catacomben (veel groter dan in Rome) en zijn muziekcultuur. De stad had er een kleine toeristische attractie bij mits betaling aan de koning. Vele laaggeschoolden groeven honderd jaar lang vlijtig verder, en de toeristenindustrie groeide; zeker toen Italiës eerste spoorweg werd aangelegd tussen Napels en Portici. Maar Napels kreeg een zware klap toen het met Italië verenigd werd en niet meer de hoofdstad van een eigen staat was. Pompeii en Herculaneum waren niet langer koninklijk; ze werden staatsbezit. Pompeii had daarenboven het geluk dat een geniale archeoloog de opgravingen leidde. Vondsten bleven ter plaatse en hij liet zelfs fresco’s terugplaatsen. Hij liet ook laag per laag afgraven, zodat men een perfect beeld kreeg van de fases van de ramp.

De aftakeling

Naast het oude ontstond ook een nieuw en modern Pompeii; dankzij een katholiek koppel dat er een bedevaartsoord stichtte en instituten bouwde waar arme kinderen (dikwijls van gevangenen) konden leven en studeren. Toerisme werd een altijd grotere bron van werk en inkomen. Mozart, Dickens, Twain, Renoir en zelfs Hirohito kwamen de ruïnes bezoeken. Van 1927 tot 1961 werd Pompeii weer bestuurd door een geniale archeoloog die voor het eerst mechanisch liet opgraven, al is nog altijd een deel van de antieke stad bedekt (ook door het moderne Pompeii). Zijn pleidooi bij de Duitsers om niet rond Pompeii te legeren, viel in dovemansoren. De geallieerden aarzelden niet om de ruïnes, waar zich geen enkele Duitser schuilhield, in 1943 te bombarderen. Daarenboven liet de Vesuvius zich begin 1944 weer eens horen, maar het bleef bij wat as. Veel erger zijn de gevolgen van het massatoerisme dat eind de jaren zestig begon; nu al 2,5 miljoen bezoekers per jaar. Bussen spuwen de hordes uit die als lemmingen de gids met die ene paraplu volgen en die na een meestal kort bezoek worden uitgeleverd aan de stalletjes waar zogenaamd authentieke souvenirs verkocht worden; Chinese plastic. Ook de zon en de regen tasten de wankele grondvesten en de nog bestaande interieurs aan. In 1980 werd Pompeii opgeschrikt door een zware aardbeving die de fragiele ruïnes zwaar beschadigde. Het grootste deel van de gebouwen is niet langer te bezoeken. Trouwens, belangrijke gasten mogen niet alles zien. Koningin Elizabeth en Hillary Clinton-Rodham bezochten het huis van de Vestii niet, om te verhinderen dat cameraploegen hen zouden filmen met op de achtergrond het bekende schilderij van een god met een enorme fallus. Italië heeft veel geld gepompt in niet altijd even oordeelkundige restauraties, maar er zijn ook enorme sommen verdwenen in de zakken van corrupte ambtenaren of medeplichtigen van de camorra.

Vulkanologen verwachten weer een zware aardbeving; een kwestie van jaren en niet van eeuwen. Iedereen in de onmiddellijke omgeving van de Vesuvius – 600.000 burgers – kent het officiële evacuatieplan en weet dat hij of zij maar een korte tijd heeft om te ontsnappen (tussen één dag en veertien dagen) maar men heeft er het raden naar tot welke situaties dat zal leiden. Kortom, u bezoekt best Pompeii eerder vandaag dan morgen.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2015-52Jan NeckersNeckers

Related Articles

Roskammen

Vallende sterren Of de Ethische Commissie van de Wereldvoetbalbond Michel Platini en Sepp Blatter begin deze week al dan niet

De zondeval van Verhofstadt

Er doet een grapje de ronde in de wandelgangen van het Europees Parlement. Het zou Louis Michel van de MR

Nieuwsfeit van de week

Baarmoeders te huur De organisatie Men Having Babies groepeert zeventien Amerikaanse privéklinieken en bemiddelingsdiensten die zich bezighouden met commercieel draagmoederschap,