2015-51_04_Roddels (Medium)Gevaarlijke P-plaat

Barbara Pas (VB) had haar wagen in Antwerpen geparkeerd. Omdat die een P-plaat draagt, werd de nummerplaat even gescreend door de lokale politie. Daarop probeerden de brave agenten haar langs alle kanalen te bereiken, want anders zouden ze volgens de procedure een wielklem moeten bevestigen… Wat was er gebeurd? Haar wagen met parlementaire P-plaat was geseind als gestolen. Met heel wat overtuigingskracht kon zij de dienders diets maken dat in de periode dat een wagen met die bewuste P-plaat werd gestolen, het niet om haar wagen ging, maar om die van een ander parlementslid. Allemaal heel ingewikkeld! Het zit zo. Elke legislatuur krijgen alle parlementsleden van het land een P-plaat met een specifiek nummer, bijvoorbeeld P 295. Die nummering wijzigt elke legislatuur, want men houdt rekening met de anciënniteit, waardoor het cijfer op de plaat kleiner wordt. Voor sommige parlementsleden is het dan ook een hele ‘eer’ om zo spoedig mogelijk een plaat te hebben met een cijfer kleiner dan 50. Dat oogt goed en duidt zonder meer op hun ‘belangrijkheid’ en ‘status’, zo menen zij in alle onbescheidenheid. Dat systeem brengt met zich mee dat alle nummers opnieuw worden uitgedeeld, zonder klaarblijkelijk rekening te houden met het feit dat een bepaalde wagen van een bepaald parlementslid met een bepaald nummer wel eens kan gestolen worden… Men zou er goed aan doen die nummerplaten niet meer toe te kennen tot de diefstal helemaal uitgeklaard is. Niet dus. Met het gevolg dat Barbara Pas bijna hemel en aarde heeft moeten bewegen om uit te leggen dat één en ander in het systeem van de toekenning van de P-platen niet klopt. Vorige donderdag meldde zij het voorval in het ‘antennebureau’ in de Kamer. En wat zeiden ze daar doodleuk? Dat dat “regelmatig” voorvalt… Zonder meer. Tja, soms krabt een mens in het haar bij zoveel domme stoten en zoveel tijdverlies. Zeker op dat niveau! Misschien toch maar eens een briefje aan Siegfried Bracke schrijven, Barbara!

Plastron

De zeden verruwen en oude gewoonten gaan op de schop. We stellen het overal vast. Maar Siegfried Bracke, Kamervoorzitter, is een voortrekker in de Kamer! Als eerste voorzitter in de geschiedenis besteeg hij zijn parlementaire troon met open hemd. Zonder das dus. Er zijn geen zekerheden meer. Als het zo doorgaat, komt er nog een tijd dat een voorzitter in T-hemdje én in korte broek zal verschijnen! O tempora, o mores!

Deugdelijk voorstel

Nu en dan mogen de mindere goden van de N-VA uitpakken met uitgesproken standpunten en voorstellen. Zo sprong deze week het wetsvoorstel van Valerie van Peel in het oog, waarin zij ervoor pleit het leefloon af te nemen van drugverslaafden die weigeren een traject tot afkicken te volgen. Ze redeneert dat wie een leefloon van het OCMW wil krijgen, moet kunnen bewijzen dat hij of zij bereid is om te werken. Het wegwerken van een drugprobleem kan daartoe bijdragen. Als dat niet gebeurt, dan blijft men vaak werkloos en financiert het OCMW de verslaving. Dat kan niet de bedoeling zijn. Uiteraard weet zij ook dat mensen in zo’n situaties erg kwetsbaar zijn en dat hen zomaar op droog zaad zetten hen enkel dieper in de marginaliteit kan duwen. Daarom dat het advies van een arts altijd doorslaggevend moet zijn in de aanpak van het probleem. Op zich een deugdelijk voorstel. Alleen valt het maar te hopen dat ‘belangengroepen’ en maatschappelijk werkers naar aloude gewoonte weer niet alles uit de kast gaan halen om zo’n voorstel – als het wet wordt – uit te hollen totdat er enkel een lege doos overblijft.

Genadeschot

“Het Open Vld-voorstel om allochtonen zonder diploma en met onvoldoende taalkennis bij de politie aan de slag te laten gaan, is je reinste onzin. Het voorstel is onhaalbaar en ondoordacht.” Met dat gerichte genadeschot blies Koenraad Degroote, de minzame doch altijd kordate N-VA-politiespecialist en burgemeester van Dentergem, het Open Vld-voorstel meedogenloos omver en naar de verdoemenis. Het was duidelijk: N-VA wilde zelfs het debat niet aangaan met de blauwe rakkers over dit onderwerp. En dat heeft klaarblijkelijk gewerkt, want er kwam geen reactie of wederwoord meer, zeker nadat ook zowat iedereen in Vlaanderen bijna van zijn stoel was gevallen toen men met het voorstel op de proppen kwam.

Integratie en verwelkoming

In de commissie Defensie was er nogal wat te doen over een uitspraak van het hof van beroep; twee ‘pesters’ waren vrijgesproken omdat de feiten tot de opleiding van het leger zouden behoren. Veli Yüksel van CD&V vroeg naar de mening van de minister daarover, maar ook naar zijn mening over de uitspraken dan de voorzitter van de militaire vakbond ACMP, die had gezegd dat pesterijen niet worden getolereerd en dat ontgroeningen verboden zijn, maar dat ‘integratieactiviteiten’ wel kunnen. Minister Steven Vandeput (N-VA) herhaalde dat pesten niet bij het leger hoort en dat er strakke voorschriften zijn, maar dat ‘integratieactiviteiten’ inderdaad zijn toegestaan, want die hebben als doel het ‘verwelkomen van nieuwe leden, het doorgeven van tradities en het bevorderen van de cohesie’. Dat de twee vrijgesproken mannen iemand weerloos op een bed hadden vastgebonden, zijn mond hadden gesnoerd, hem ingesmeerd hadden met schoensmeer en een deel van zijn haar hadden afgeschoren, en daarvoor waren vrijgesproken, werd even uit het oog verloren, klaarblijkelijk. Maar niettemin beloofde de minister nieuwe richtlijnen tegen begin 2016. Zijn antwoord besloot hij met een merkwaardig zinnetje: “Dames en heren, dit gezegd zijnde, meen ik dat een opleiding bij Defensie een andere is dan die aan de sociale hogeschool.” Op de vraag welke dan de ‘verwelkomings- of integratieactiviteiten’ kunnen zijn, moest hij alsnog het antwoord schuldig blijven. Het was duidelijk dat hij niet wilde ingaan tegen het vonnis, al sprak hij over ‘een duidelijke overschrijding’, maar er tegelijkertijd toch over nadenkt om één en ander nauwkeuriger af te lijnen. Hopelijk wacht hij daar niet te lang mee…