Verschuivingen

Ex-coach en voetbalanalist Glenn de Boeck “weet zo nog niet of AA Gent kansloos zou zijn tegen Barcelona”. De landskampioen hoeft niet te bewijzen of dat klopt. Het Duitse Wolfsburg is al een zware dobber. Overdrijven is nooit goed, maar net daaraan maken sportjournalisten en “analisten” zich regelmatig schuldig.

En Hein Vanhaezebrouck? Nooit. Mede dat maakt hem bij de nog wat nuchter denkende voetbalfan zo populair. Naast vakkennis en een specifieke omgang met de spelersgroep legde hij met een groot relativeringsvermogen de basis van eigen succes, tevens dat van AA Gent. De boutade “Gent is de voetbalstad en de rest is parking”, klinkt voorlopig sterk overdreven, maar stellen dat aan de top van het Belgische voetbal wat verschuift niet. Naast Gent overwintert enkel nog Anderlecht Europees. De 33-voudige landskampioen doet dat in klein Europa, zoals de bijnaam van de Europa League luidt. AA Gent, eenmalig titelhouder, overwintert bij de grote jongens van de Champions League. Dat was in het verleden ondenkbaar.

De clubs legden zich bij voorbaat neer bij de door financieel meesterschap gestutte sportieve overheersing van Anderlecht. Stak er eentje even de kop op, werd die deskundig afgehakt. Bij KV Mechelen weet men daar alles van. Wijlen John Cordier stak enorm veel poen en tijd in de club. KV won in het seizoen 1987/’88 Europacup 2 en werd het seizoen nadien landskampioen. Tijd om verder onheil te voorkomen, oordeelde men in Brussel. Mechelen werd leeggekocht. Sterkhouders als Marc Emmers, Graham Rutjes, Bruno Versavel en Johny Bosman wisselden het geel-rode shirt in voor het paars-witte. Coach Aad de Mos volgde. Door die leegloop vertrokken nog andere grote namen, met Michel Preud’homme als blikvanger. Dat betekende het einde voor KV Mechelen als topclub, en het “evenwicht” in het vaderlandse voetbalwereldje werd hersteld.

Duidelijk antwoord

De kans dat met het AA Gent van voorzitter Ivan de Witte hetzelfde zal gebeuren, is eerder klein. Een gloednieuw stadion, de uitbouw én de prestaties van een sterke spelersgroep onder leiding van een goede coach, maken dat de om en bij 5.000 fans in, destijds, het Ottenstadion, binnen de kortste keren zijn aangegroeid tot, regelmatig, 20.000 in de Ghelamco Arena. Dat zijn verschuivingen en een daaraan verbonden uitstraling voor de club om u tegen te zeggen. De ene verschuiving leidt blijkbaar tot de andere. In het tv-programma Extra Time viel de vraag of spelmaker Sven Kums nog echt lang voor Gent zal voetballen. Het antwoord van manager Michel Louwagie was duidelijk: “Als Kums ooit vertrekt, zal het niet naar Anderlecht zijn. Dat kan het nieuwe AA Gent zich niet veroorloven.” Ook in de geesten doen zich verschuivingen voor. Om nog te zwijgen over die inzake kapitaalkracht. We kunnen verkeerd zitten, maar we vrezen toch dat de budgetten van Anderlecht al even niet meer zijn wat ze ooit geweest zijn.

Komt nog bij dat, naast de plaats die AA Gent in de Belgische hiërarchie opeist, ook de geleidelijke opgang van clubs als Oostende, KV Kortrijk en Zulte Waregem aandacht verdient. De tijd dat Anderlecht, Club Brugge, Standard, Genk en Gent als “grote vijf” alle andere eersteklassers financieel en sportief overtroefden, is duidelijk voorbij. Die hiërarchie wordt in de huidige competitie zwaar op de proef gesteld. Zo erg zelfs dat het tot de vraag leidt of – vooral – Standard en Genk nog wel voldoende in huis hebben om hun lidmaatschap van dat selecte clubje te rechtvaardigen? Is het nog wat vroeg om zonder meer neen te zeggen, het is dat niet om vast te stellen dat ook die traditionele samenstelling van de “grote vijf” niet langer ontkomt aan de druk van een oprukkende verschuiving.